Italië ziet Monti's ploeg van topexperts als mirakel

,,Wending’’, „opluchting’’, „wonder’’ zijn vandaag de termen die Italiaanse kranten veel gebruiken, bij de bespreking van het kabinet van Mario Monti. Hij werd gistermiddag officieel geïnstalleerd als premier.

„Wending”, omdat er ineens geen politici, maar onbekende technocraten regeren. Fotografen hadden gisteren de grootste moeite te achterhalen wie nu wie was – en dat is nieuw in een land waar politici in elk roddelblad en op elk feest te vinden waren om zich democratisch te legitimeren.

Er zit een prefect op Binnenlandse Zaken. Een ambassadeur doet Buitenlandse Zaken. Een admiraal doet Defensie. Een advocaat is verantwoordelijk voor Justitie en een econoom voor Economische Zaken. Technocratischer dan het Italiaanse kabinet kan een regering niet zijn. Grote afwezigen: politici. Premier Monti zelf zei hierover: „Het zal niet blokkeren, maar versnellen.”

„Opluchting”, omdat nog maar een week geleden de turbulentie op de beurzen de ondergang van Italië en Europa leek te voorspellen. Nu klinkt er in ieder geval wat hoop vanuit Brussel. En er is groeiend zelfrespect in Rome: „De race gaat beginnen’’, zo moedigde de nieuwe premier zijn kabinet en land aan.

Een „wonder”, omdat geen Italiaan dit voor mogelijk had gehouden. Al tien jaar lang verklaren kiezers van de afgetreden premier Berlusconi hun keuze ook door te stellen dat er geen geloofwaardig alternatief aanwezig was.

Ineens, dankzij ingrijpen van de 86-jarige president Giorgio Napolitano, is dat er wellicht wel. Vandaag presenteert een compleet nieuwe regering van topexperts haar plannen in de Senaat en morgen in het Huis van Afgevaardigden.

Uit opiniepeilingen blijkt dat meer dan de helft van de Italianen (53 procent) te spreken is over het zakenkabinet. 22 procent wil verkiezingen en maar 3 procent is voor voortzetting van de regering-Berlusconi. „Capabele personen’’, luidt de reactie op straat over het professorenkabinet. „Nu maar hopen dat de politici ze ook hun werk laten doen.’’

Commentator Massimo Giannini noemt het in la Repubblica een mirakel. „De democratie van de spread”, schrijft hij verwijzend naar het Italiaanse renteverschil met Duitsland, „heeft na angst en beven een klein wonder verricht”. „Dat wat geboren is uit de puinhopen van het Berlusconisme is een goede regering... Haar technocratische kwaliteit kan niet anders dan worden geroemd.” Giannini voegt erwel aan toe dat de „politieke rijvaardigheid” van de regering nog moet worden bewezen. Maar: „Als Italië nog een kans heeft om zich te redden dan heet die kans Mario Monti.’’

„De blessuretijd is ingegaan’’, zo concludeert Giannini’s collega, Ezio Mauro.

    • Bas Mesters