Israël probeert binnenlandse critici de mond te snoeren

Critici lopen te hoop tegen wetsvoorstellen die beogen buitenlandse financiële steun te beperken voor mensenrechtenorganisaties.

Het is definitief gedaan met de democratie in Israël – als je sommige Israëlische parlementariërs, mensenrechtenactivisten en buitenlandse diplomaten mag geloven. Premier Benjamin Netanyahu’s religieus-rechtse regering schakelt doelbewust dissidenten uit en tornt aan de trias politica.

Die onheilstijding klinkt vaker, maar zelden zo luid als dezer dagen. Ditmaal geldt de noodkreet een reeks wetten in wording.

Afgelopen zondag stemde het kabinet in met een wetsvoorstel dat beoogt bijdragen van buitenlandse regeringen aan ‘politieke’ non-gouvernementele organisaties (ngo’s) in Israël te beperken tot zo’n 4.000 euro per jaar. Hoewel ‘politiek’ niet is gedefinieerd, zullen naar verwachting vooral mensenrechtenorganisaties door zo’n wet worden getroffen.

Het gaat om organisaties als Peace Now en Breaking the Silence, die aandacht vragen voor de situatie in de door Israël bezette Palestijnse gebieden. Naar schatting krijgen zij allemaal samen jaarlijks enkele miljoenen van Europese regeringen, waaronder de Nederlandse.

Ngo’s die bijvoorbeeld joodse kolonisten huisvesten in bezet Palestijns gebied zijn puur afhankelijk van private giften en hebben dus geen last van de nieuwe wet – als die er daadwerkelijk komt. Premier Benjamin Netanyahu zou de limiet voor subsidies nog willen verhogen voordat de wet naar het parlement gaat.

De verwachting is dat de wet wordt aangenomen, maar niet zomaar. Parlementsleden van de oppositie namen deze week vast een voorschot op het debat met opmerkingen als dat de premier „de democratie vergiftigt”.

De indiener van het voorstel, Ofir Akunis (Likud), noemt het op zijn beurt verkeerd dat buitenlandse regeringen zich „vermomd als mensenrechtenorganisaties met Israëlische interne aangelegenheden bemoeien”. Daar zijn volgens hem andere – namelijk diplomatieke – kanalen voor.

Een concrete aanleiding voor Akunis’ grieven is het zogeheten Goldstone-rapport, waarin Israël wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden tijdens de aanval op Gaza eind 2008. Het rapport is geschreven voor en betaald door de Verenigde Naties. Verscheidene Israëlische ngo’s zouden een inhoudelijke bijdrage aan het onderzoek hebben geleverd.

De Israëlische regering beschouwt het rapport als een vijandige poging van de internationale gemeenschap om haar reputatie te beschadigen. Tegenstanders van het nieuwe wetsvoorstel riposteren dat Israël meer averij oploopt door de teneur van „anti-democratische” wetgeving.

Feit is dat de ambassadeur van de Europese Unie de Israëlische veiligheidsadviseur heeft gewaarschuwd dat de wet Israëls betrekkingen met Europa kan schaden. Die waarschuwing sloegen de premier en zijn ministers echter in de wind. Net als de kritiek van procureur-generaal Yehuda Weinstein, die de wet „ongrondwettig” en „een aanval op de vrijheid van meningsuiting” heeft genoemd.

Netanyahu bleek wel gevoelig voor de andere inbreng van Weinstein, want zondag trok de premier zijn steun voor een tweede controversiële wet uit de koker van zijn Likud-partij terug. Dat wetsvoorstel wilde het parlement vetorecht geven bij benoemingen van kandidaten voor het Hooggerechtshof. Volgens Weinstein zou de wet de scheiding tussen wetgevende en rechterlijke macht schenden. Netanyahu gaf hem op het nippertje gelijk.

Twee andere wetsvoorstellen die de aanstellingsprocedure voor leden van het Hooggerechtshof moeten wijzigen haalden echter wel het parlement, waar ze nu worden behandeld. Ook deze wetten worden gezien als een poging van de regering om bepaalde voorkeurskandidaten zitting te laten nemen in het hoogste hof. De Israëlische president Shimon Peres noemde ze deze week „een afwijking van de democratie”.

Parlementsleden van de Likud-partij hadden in juli al gedreigd de benoemingsprocedure van opperrechters te wijzigen. Dat was naar aanleiding van bezwaren die mensenrechtenorganisaties bij het Hooggerechtshof hadden ingediend tegen de wet die elke boycot, of oproep daartoe, van Israëlische nederzettingen in bezet Palestijnse gebied verbiedt. Die wet deed ook Israëlische rechtsgeleerden steigeren.

Critici krijgen nu nauwelijks tijd om te protesteren, want gisteren presenteerde parlementslid Danny Danon (Likud) alweer een nieuw wetsvoorstel dat geheel in overeenstemming is met de plannen van zijn partijgenoten. Danon wil mensenrechtenorganisaties voortaan verbieden publieke klachten tegen de staat in te dienen bij het Hooggerechtshof zonder de direct benadeelden.

Op zijn Facebookpagina kondigde Danon zondag al zijn streven aan: „Een organisatie die ageert tegen de staat moet buiten de wet worden gesteld. Het stoppen van haar financiering is de eerste stap bij het verwijderen van de linkse buitenstaanders uit de Israëlische samenleving.”