Historisch compromis in Italië

Dat het in Italië ooit nog zou komen tot een ‘historisch compromis’ leek na de jaren zeventig ondenkbaar. In dat decennium streefden zogeheten ‘eurocommunisten’ en enkele sociale conservatieven naar een coalitie tussen de almachtige christen-democratische DC en de PCI, eeuwig in de oppositie. Eén van de intellectuele architecten van dit onder links modieuze concept was de communist Giorgio Napolitano, tegenwoordig president van Italië. Er kwam niets van terecht.

Maar dezelfde Napolitano, die vorige week premier Berlusconi onder druk van de financiële markten en via geraffineerde manoeuvres tot aftreden dwong, heeft nu een variant van dit idee met de regeringsmacht bekleed. Een ‘historisch compromis’ is aan een tweede leven begonnen.

Want dat is toch de opdracht van Mario Monti, wiens zakenkabinet gisteren door de ex-communist Napolitano is beëdigd: de onpolitieke econoom en bestuurder Monti moet de overheidsfinanciën saneren, een aanzet geven voor een nieuwe dynamische sociaal-economische ordening, de verkalkte en corrupte bestuurlijke verhoudingen ontstoppen en de verlammende rivaliteit tussen links en rechts overbruggen.

Het gezicht van de interim-regering, die niet zo tijdelijk is gelet op haar ambitie tot in 2013 te blijven, is over de hele linie niet-politiek. Monti heeft geen enkele politicus in zijn kabinet. Dat is niet zonder risico. Zijn regering houdt ongetwijfeld lange tijd de steun van een meerderheid in het parlement. Van de rechtse coalitie van Berlusconi weigert alleen de separatistische Lega Nord mee te doen aan deze vorm van nationale redding. Maar of links en rechts zich ook verantwoordelijk voelen voor Monti moet nog blijken. Berlusconi heeft al gedreigd. En de linkse oppositie, die toch al profiel mist, kan zich ook niet eindeloos als schoothondje gedragen.

Door dit embargo op politici bestaat de ploeg vooral uit academici en specialisten. Twee van hen zijn dominant: Monti, die als premier Financiën en Economie erbij neemt, en bankier Corrado Passera die met Economische Ontwikkeling en Infrastructuur in het wat productiviteit betreft achterlopende Italië een ‘superminister’ wordt. Een tandem, die uittorent boven de rest, schept niet alleen verwachtingen maar kan ook een lastige combinatie worden. Zelfs in een zakenkabinet kruipt het bloed waar het niet gaan kan: een verlangen naar persoonlijke macht.

Vermoedelijk gebeurt dit niet snel. De geloofsbrieven van Monti zijn ongekend positief. De premier moet in staat worden geacht een eensgezinde werkploeg te smeden. Maar dat is niet genoeg. Zijn beleid zal snel effect moeten sorteren en voor veel Italianen hard uitpakken. Scherp maatschappelijk verzet of sabotage ligt dus voor de hand. De bestaande partijen zullen dan onrustig worden. In dat geval zal ook een apolitieke premier een beetje politicus moeten worden.