Grunberg onder de pornografen

Arnon Grunberg werd gevraagd zijn visie te geven op porno voor een symposium over pornografie in de Nederlandse literatuur aan de Universiteit Leiden. Hij ging op zoek naar de zinnelijkheid die nog steeds met graagte ‘vunzigheid’ wordt genoemd. Dit is een ingekorte versie van zijn lezing.

Als schrijver ben ik uiteraard in eerste instantie geïnteresseerd in de mens achter de vunzigheid.

Soldaten kun je vinden op een legerbasis, maar waar vind je de consumenten en producenten van amateurporno die over hun hobby of werk willen praten?

Eind augustus verzocht ik daarom het ANP dit persbericht uit te laten gaan:

‘Romanschrijver Arnon Grunberg zou graag ten behoeve van een lezing tijdens een symposium aan de Universiteit Leiden over pornografie in contact willen komen met regelmatige gebruikers van porno (m/v, alle leeftijden) en producenten van amateurporno (m/v, alle leeftijden). Discretie desgewenst gewaarborgd.’

Een vraag van ANP-medewerker Ischa Willems luidde waarom ik geïnteresseerd was in amateurporno. Een goede vraag. Het tijdschrift New York Magazine had in februari van dit jaar zijn omslagverhaal gewijd aan het fenomeen porno en volgens deskundigen was het gedaan met de pornoster; iedereen wilde amateurs zien, de buurvrouw zeg maar. Hongerige huisvrouwen en hongerige huismannen.

Ik ontving zo’n dertig reacties. Eerst werden de grappenmakers en de gekken eruit gehaald. Vervolgens ging ik wetenschappelijk te werk. De respondenten werden onderverdeeld in mannelijke en vrouwelijke consumenten en producenten. Er hadden zich bovendien personen van diverse pluimage gemeld: distributeurs, verzamelaars, en zelfs personen die pornografie vanuit economisch perspectief bestudeerden.

Ook wisten enkele vrienden en kennissen me te vertellen dat ze in hun omgeving nog wel iemand kenden die graag met mij over porno wilde spreken. Uiteindelijk bleven dertien contactpersonen over en tussen 29 september en 5 oktober vond mijn veldonderzoek plaats. Ik bezocht, afgezien van één iemand, iedereen thuis of op kantoor.

Ik zal een kort verslag van enkele ontmoetingen geven. Noem het Grunberg onder de pornografen. In sommige gevallen zijn de namen van de betrokkenen op hun verzoek veranderd.

Consument

Een drukke straat in een stad in Zuid-Nederland. Hier woont Femke. Haar e-mail was kort: ‘Ik sta tot je beschikking om te vertellen over mijn ervaring als consument van porno. Wij hebben ooit in een ver verleden eerder contact gehad, misschien scheelt dat voor een uitnodiging?’

Ik kan me niet herinneren ooit een Femke uit deze stad te hebben ontmoet en ook als ik voor haar sta wordt mijn geheugen niet opgefrist.

Femke draagt een blauw T-shirt met daaroverheen een blauw vest. Ze loopt op slippers. Ze is verzorgd onverzorgd.

Op een kleedje bij het raam staat een bak met kattenvoer.

In haar woning is het betrekkelijk donker, de woning wekt de indruk dat het er altijd schemert. We gaan aan tafel zitten. Ze schenkt thee in.

‘Ik weet eigenlijk niets van je, Femke’, zeg ik. ‘Dus laten we even met wat basisgegevens beginnen. Hoe oud ben je?’

‘Om te beginnen heet ik niet echt Femke. Dat is het pseudoniem dat ik gebruik op internet. Ik heet eigenlijk Ilse.’

‘Hoe zal ik je noemen?’ vraag ik.

‘Maakt niet uit’, zegt ze.

‘Ik houd het op Femke.’

‘Goed.’ Ze glimlacht. ‘Ik zal beginnen. Ik ben 47, ik ben geboren in Waalwijk. Ik woon hier alleen. Ja boven woont een huurder, verder niemand. Twee poezen. Ik zit in de nachtdienst van de psychiatrie. Nachtdienst is heerlijk. Ik begin om kwart over tien en ’s ochtends om kwart over zeven ben ik klaar. Ik werk maar acht nachtjes per maand, ik werk alleen voor het geld, zeker nu ik gestopt ben met studeren.’

‘Je hebt altijd gestudeerd?’ vraag ik.

‘Toen ik klaar was met mijn opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige ben ik weer verder gegaan met studeren, want ik was nieuwsgierig.’

‘Laten we het over porno hebben’, zeg ik. ‘Daarvoor ben ik hier.’

‘Ik pak mijn aantekeningen erbij’, zegt Femke. Ze pakt een schrift. ‘Ik heb alvast wat aantekeningen voor je gemaakt. Ik keek stiekem in de pornoboekjes van mijn ouders. De Chick en zo. Plaatjes en verhaaltjes. We verhuisden, maar toen wist ik ze toch te vinden. En in de bioscoop van Waalwijk keek ik naar erotische films over nonnen.’

Ze kijkt me aan alsof ik daar iets van moet vinden.

‘Harold Robbins, vind ik ook erotisch. Die dikke pillen. Norman Singer, ken je die? De man die San Francisco verkrachtte. Daar las ik uit om te masturberen. Het ligt nog steeds naast mijn bed. Maar tegenwoordig masturbeer ik nooit meer in bed maar altijd voor de computer. Ik heb geen goede bedlamp.’

‘En vriendjes had je ook?’ vraag ik.

‘Ik heb altijd vriendjes bij de vleet gehad, mijn langste relatie duurde vier jaar.’

‘Dat boek van Norman Singer lijkt, als ik op de titel afga, over een verkrachter te gaan. Wat is daar opwindend aan?’

Femke kijkt even in haar schrift en dan weer naar mij.

‘De macht. De onmacht. Het overgeleverd worden. De heftigheid van de seks. Sommige vriendjes maakten het uit omdat ze me te heftig vonden. Een zei: “Volgens mij ben je vroeger misbruikt.” Wat echt onzin is. Het hoeft niet elke keer iets nieuws te zijn. In dat boek vind ik precies de passage die ik nodig heb. Als ik porno op de computer kijk, kijk ik naar gangbangs of naar een hoop gebeuk. Maar de vrouw moet ook bevredigd worden. Een vrouw met meerdere mannen vind ik opwindend, maar ze moeten wel iets met haar doen. Dus als die mannen alleen wachten tot ze gepijpt worden, dat vind ik echt misbruik. Die vrouw wil ook aangeraakt worden. En de mannen mogen geen slappe lul hebben, dat vind ik heel onaantrekkelijk. Als er kinderen in de porno voorkomen spoel ik door, ik heb toch een soort van moraal die ik hoog zou willen houden.’

‘Hoe lang kijk je gemiddeld?’ informeer ik.

‘Ik ben in een paar minuten klaar’, antwoordt Femke kordaat.

‘Heb je weleens samen met je relatie gekeken?’

‘Ik heb nooit samen gekeken, maar ik zou dat wel kunnen. Ik heb een “vriend plus”. Dat is een vriend met wie je af en toe seks hebt. We hebben soms seks voor de webcam. Hij is dertien jaar jonger, maar hij heeft zijn leven niet op orde.’

‘Hoe vaak kijk je?’ vraag ik.

‘Ik kijk ongeveer vijf keer per week.’

‘En heb je seksspeeltjes? Gebruik je dildo’s tijdens het kijken?’

‘Nee’, zegt Femke. ‘Alleen porno.’

Het wordt steeds donkerder, maar ze maakt niet meer licht.

‘Je kijkt, zeg je, bij voorkeur naar een vrouw met meerdere mannen. Heb je dergelijke fantasieën weleens in praktijk gebracht?’

Femke schenkt meer thee in.

‘Ik heb een keer meegedaan aan een orgie’, vertelt ze.

‘Hoeveel mensen deden in totaal mee aan die orgie?’ informeer ik.

Op feiten komt het aan. En feiten bestaan dikwijls uit cijfers.

‘Drie vrouwen en acht mannen.’

‘En hoe heb je die drie vrouwen en acht mannen ontmoet?’

‘Via een datingsite van de VPRO: “Happy VPRO.”’

Ik schrijf al bijna twee decennia wekelijks voor de VPRO Gids, maar ik had er nooit van gehoord en ook had ik nooit durven vermoeden dat de VPRO de plek is om mensen voor een orgie te ontmoeten.

‘Hoe gaat dat op zo’n orgie?’ vraag ik. ‘Ik bedoel, je zit op de bank een taartje te eten en dan. Wie begint er?’

‘O’, zegt Femke. ‘Sommige mensen zijn daar heel ervaren in. Een man stak zijn hand in mijn verpleegstersuniform. Maar ik zou nooit naar een parenclub gaan, dat vind ik vies. Ik kan eigenlijk geen seks hebben met liefde erbij. Liefde is voor mij te lief. Daarom ging mijn laatste relatie ook uit. Geen seks meer. Liefde is zacht. Seks is hard. Daarom is zo’n vriend plus ook precies goed.’

‘Wat doet je vriend plus eigenlijk?’

‘Hij is muzikant in zijn eigen kamer’, antwoordt Femke.

‘Ben je gelukkig?’

‘Ik ben zeer gelukkig’, antwoordt Femke. ‘Ik heb psychiatrische patiënten altijd boeiend gevonden. Ik ken een vrouw, die zit al bijna vijftig jaar als cliënt in de psychiatrie en met haar heb ik heel filosofische gesprekken. Ik zou wel essays willen schrijven over de psychiatrie.’

Ik neem afscheid.

Pas als ik op straat sta, besef ik dat ik niet gevraagd heb waar en hoe wij in een ver verleden al eens contact hebben gehad.

Kwaliteit

‘We zitten reeds 20 jaar in de porno, dus…’ zo begon de mail. ‘We hebben de “vrouwvriendelijke porno” in Europa geïntroduceerd en zijn inmiddels geëvalueerd naar wat wij bij voorkeur “kwaliteit porno” noemen. We zijn een winkel en mailorderservice en hebben als doel om seks- en seksproducten (w.o. porno) als een positief onderdeel van het (vrouwen) leven te omarmen.’

Op een ochtend ontvangt Hanni, een energieke vrouw van in de veertig me in haar winkel Mail & Female aan het Weteringsplantsoen in Amsterdam. ‘Mail’ schrijf je zoals in ‘e-mail’. Ze heeft een aantal mannen en vrouwen uitgenodigd die allemaal iets met haar winkel en postorderbedrijf te maken hebben.

Hanni begint. ‘Ik ben de onderneemster’, zegt ze. ‘Dit is een seksshop door vrouwen, maar niet alleen voor vrouwen. Porno verdient dat er op een normale manier over wordt geschreven, daarom heb ik je uitgenodigd.’

Er zijn koffie en koekjes.

Naast mij zit Jennifer Lyon Bell. Ze maakt expliciet erotische films.

‘Vrouwvriendelijke porno?’ vraag ik.

Het woord ‘vrouwvriendelijk’ stuit op afkeuring, hoewel Hanni het zelf in haar mail gebruikte. ‘Dat is te defensief’, zegt Hanni.

Marije Jansen zegt: ‘Er bestaat zoiets als seks-positief feminisme.’

Jansen heeft Nieuwe Media & Digitale Cultuur met een minor Gender Studies gestudeerd aan de Universiteit van Utrecht. Zij is afgestudeerd op het gebruik van online pornografische communities door jonge feministen. Jansen adviseert Mail & Female over trends en ontwikkelingen op het gebied van porno en seksualiteit.

‘Naast het seks-negatieve feminisme’, vult Hanni aan.

‘Ik zal me even rustig voorstellen’, zegt Jennifer Lyon Bell. Ze is een aantrekkelijke vrouw van in de dertig, met kort bruin haar. ‘Ik heb op Harvard psychologie gestudeerd. Ik ben in Amsterdam blijven hangen. Het gaat mij om emotioneel realisme in mijn films. Empathie is belangrijk. De kijker moet empathie kunnen voelen.’

Een andere vrouw stelt zich voor.

‘Ik ben Ella’, zegt ze. ‘Ik heb van alles gedaan. Ik was bijvoorbeeld manager bij een bordeel.’

Met alle respect voor Ella, maar zo ziet ze er ook een beetje uit.

Ze zegt: ‘Mannen hebben toch zoiets als ze de wondere wereld van de seks betreden dat het jongetje in hen naar boven komt, dat ze zich afvragen: waar ben ik nu weer beland.’

Ze kijkt me onderzoekend aan.

‘Ik weet nog’, zegt Ella, ‘dat ik als tiener naar een vrouwenhuis ging waar porno werd getoond om de afzichtelijkheid ervan aan te tonen. En in die film zag ik een vrouw en vijf mannen en ik vond dat geweldig. Ik dacht, dat wil ik ook. Maar dat durfde ik natuurlijk niet te zeggen.’

‘Maar we doen hier niet alleen porno’, zegt Hanni. ‘Wij organiseren workshops aftrekken voor vrouwen en die zitten ook altijd vol. Maar als we een workshop vingeren voor mannen organiseren komt er niemand, dat durven mannen niet.’

‘Komen er mannen naar die workshops aftrekken?’ informeer ik.

‘Nee’, zegt Hanni. ‘Mannen niet. Die kunnen dat al.’

Als ik even later over straat loop met een tas vol dvd’s van Jennifer Lyon Bell en andere cadeautjes kom ik tot de conclusie dat mijn onderzoek niet compleet is als ik niet zelf ook een pornofilm heb gemaakt.

Terug in New York sla ik De kreeftskeerkring van Henry Miller open, die ik op veertienjarige leeftijd kocht bij boekhandel Van Rossum in de Beethovenstraat.

In Los Angeles werd ooit een proces tegen een boekhandelaar aangespannen omdat hij het boek verkocht; het werd pornografisch en dus obsceen bevonden.

‘Voor de jood is de wereld een kooi vol wilde beesten’, schrijft Miller.

Om daaraan toe te voegen: ‘Maar als hij daar zo alleen en hulpeloos staat, de deur op slot, bemerkt hij dat de leeuwen zijn taal niet verstaan. Niet één leeuw heeft er ooit van Spinoza gehoord. Spinoza? Wel, daar kunnen ze niet eens hun tanden in zetten. “Geef ons vlees”, brullen ze, terwijl hij daar als versteend staat, zijn ideeën bevroren, zijn Weltanschauung een trapeze die buiten zijn bereik is. (...) Maar ook de leeuwen zijn teleurgesteld. Ze hadden bloed, botten, kraakbeen, spieren verwacht. Ze kauwen en kauwen maar de woorden zijn (...) onverteerbaar.’

De schrijver moet ons vlees geven. Om mijn onderzoek echt af te ronden zal ik dus een pornofilm moeten maken.