Grote pepermolens

In de rubriek Verdwenen bespreekt Rob Biersma (bijna) verdwenen voorwerpen. Vandaag koffiemolens. „Het malen ging gepaard met een gezellig geknor, het kistje diende als klankkast.”

Net als tegenwoordig in volautomatische espressomachines werd vroeger het koffiezetten voorafgegaan door het malen van echte koffiebonen. Dat gebeurde met een koffiemolen.

De eerste koffiemolens waren houten kistjes met een lade. Bovenop zat een maalwerk met zwengel. Het waren een soort groot uitgevallen pepermolens die je van boven met bonen vulde. Je nam ze op schoot of klemde ze tussen je benen. Per keer vulde je ze met bonen. Het malen ging gepaard met een gezellig geknor, dat werd versterkt door het kistje dat als klankkast diende.

Een variant was de wandkoffiemolen, die aan de keukenmuur geschroefd zat. De wandkoffiemolen had een bonenreservoir. De lade voor het maalsel was van glas, zodat je kon zien hoeveel je gemalen had. Het geluid was minder mooi, maar in het gehele huis goed hoorbaar.

Tegelijk met de supermarkt verscheen eind jaren vijftig de winkelmaalmachine voor de klant. Je kon je pakje bonen ter plekke zelf malen. De inhoud ging in de oorspronkelijke verpakking – waarmee het bewijs geleverd was dat gemalen bonen hetzelfde volume innemen als de bonen zelf.

Maar de mare ging dat dit toch niet zo lekker was: bonen moest vers gemalen worden. Begin jaren zestig verscheen daarom de elektrische koffiemolen. Het waren dingen met een snel roterend mesje dat in een oogwenk de bonen verpoederd had. De eerste modellen hadden nog een deksel dat tijdens het draaien kon losschieten – met als gevolg een keuken vol koffiemaalsel – later kwam er een veiligheidsdeksel dat ook voorkwam dat er nieuwsgierige kindervingertjes werden meegemalen.

Elektrische molens hadden een hoog gierend geluid, de voorbode van het lawaai dat later de keukens zou vullen als keukenmachines en vaatwassers het werk van de huisvrouw zouden overnemen. De elektrische koffiemolens hebben maar kort bestaan, want koffiefabrikanten gingen gemalen koffie ‘vacuüm’ verpakken. Voor het grote publiek bleek dat goed genoeg.

In Nederland was het lang gebruikelijk om aan de gemalen koffiebonen een snufje zout en een mespuntje Buisman’s GS toe te voegen. Het geheimzinnige ‘GS’ staat voor gebrande suiker of voor gebrand suikerpoeder. Buisman’s GS zou de koffiesmaak verdiepen. Maar wat het vooral deed, was de koffie bruiner kleuren, waardoor je minder (dure) koffiebonen nodig had. Toen de koffie betaalbaarder werd, verdween Buisman’s GS geleidelijk. Eind jaren tachtig viel het doek.

Het blauwe blikken busje Buisman blijkt thans onder babyboomers een krachtig nostalgicum dat op Marktplaats goede prijzen maakt. Denk daaraan bij het leegruimen van het ouderlijk huis. Zelfs het blikken minilepeltje dat gratis met ieder busje Buisman meegeleverd werd, is tegenwoordig geld waard.