Frankrijk moet consensus over hoofddoelen nastreven

Een presidentsverkiezing mag je niet te grabbel gooien. In Frankrijk zou dat zelfs een bijzonder verwoestende uitwerking kunnen hebben. Beleggers beginnen zich eindelijk zorgen te maken over het vermogen van de overheid om haar financiën onder controle te houden en het groeipotentieel van het land te benutten – het gat tussen de rentepercentages op Franse en Duitse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar is sinds begin oktober toegenomen van 80 naar 190 basispunten. De zorgen zijn gerechtvaardigd. Als het om de overheidsfinanciën gaat, staat Frankrijk dichter bij Portugal dan bij Duitsland.

Kandidaten die wanhopig op zoek zijn naar stemmen, laten zich dikwijls verleiden tot het uiten van rivaliserende populistische voorstellen, maar dat zijn dan in feite beloften die de situatie alleen maar verergeren. Beter zou zijn als president Nicolas Sarkozy en zijn voornaamste opponent, de socialist François Hollande, overeenstemming zouden bereiken over de essentiële zaken en zouden redetwisten over de details. Dan hebben de kiezers een keuze die helder en realistisch is.

Op de korte termijn moet het gemeenschappelijke doel een sluitende begroting zijn. Beleggers zullen op de vlucht slaan als er ook maar enig teken van aarzeling is over de officiële doelstelling van een begrotingstekort van maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product in 2013. De huidige minister van Financiën omschreef dat doel als „heilig”, maar Hollande heeft nog niet beloofd alles in het werk te zullen stellen om dat te bereiken. De Socialistische Partij moet erkennen dat het belasten van de rijken niet genoeg zal zijn om een geloofwaardige begroting te kunnen realiseren.

Elk begrotingsplan moet uiteraard berusten op de meest geloofwaardige economische voorspellingen – en om op zeker te spelen zouden dat de meest pessimistische moeten zijn.

De langetermijndoelstelling is het zoeken van een oplossing voor de snel afnemende concurrentiekracht van Frankrijk, die wordt weerspiegeld in de steeds groter wordende tekorten op de handels- en de betalingsbalans. De presidentskandidaten hoeven het niet eens te zijn over de uiteindelijk te kiezen oplossing. Maar links moet toegeven dat de opgezwollen bureaucratie moet worden afgeslankt, terwijl rechts moet erkennen dat de pijn eerlijk verdeeld moet worden.

Tijdens de crisis van 2008-2009 was Frankrijk verstandig genoeg om niet te beknibbelen op de uitgaven die de groei bevorderen, zoals investeringsprogramma’s voor de lange termijn. Nu zijn ingrijpender hervormingen nodig, te beginnen met de liberalisering van de dienstensector en een vastberaden actieplan om de arbeidskosten te beteugelen. Een realistisch debat over de manier waarop die afgesproken doelen het best bereikt kunnen worden, zou goed zijn voor het land – en voor de euro.

Pierre Briançon

Vertaling: Menno Grootveld

    • Pierre Briançon