Eigenrichting

Voor iemand die er niets te zoeken had, kwam ik het terrein van het Frans Otten Stadion wel erg makkelijk op. Een groot hek dat het sportcomplex afsluit, stond op een kier en liet net genoeg ruimte open voor late bezoekers om makkelijk in en uit te lopen. Op de tennisveldjes wat jongens die een bal over het net naar elkaar mepten.

In het kwartier dat ik door de parkeergarage struinde en om het stadion heen sloop, kwam ik niemand tegen, geen bewaker, geen tennistrainer, niemand. Het was een slecht verlicht terrein. In de duisternis liep ik langs gebouwen, opslagruimtes waarschijnlijk. Ik trok aan deurhengsels, inspecteerde ramen en bedacht vluchtroutes die ik zou kunnen nemen als ik het naderen van een bewaker zou vermoeden.

Daarna liep ik het stadion binnen. De indoorbaan was drukbezet met tennissers. Aan een bar hingen jongens die op hun sportieve prestatie van die avond proostten. Ik had door kunnen lopen naar de kleedkamers, de jackpot voor een inbreker, maar besloot niet verder te gaan dan de receptie en zocht naar camera’s en monitoren. Niets. Het moet er vast geweest zijn, maar op het eerste gezicht leek een beveiligingssysteem in dit stadion afwezig.

Misschien was dat ook het vermoeden van de 50-jarige inbreker die twee weken geleden op heterdaad betrapt werd in ditzelfde stadion. Over een periode van enkele maanden verdwenen er opeens iPhones uit kleedkamers en koolzuurcilinders die 120 euro aan statiegeld opbrengen. Iemand had het Frans Otten Stadion ontdekt als vrijgevige melkkoe.

Op 4 november wachtten vier medewerkers van het stadion de insluiper op. De uitkomst was gruwelijk: de inbreker werd door een van de vier in een nekklem gehouden, waarna hij in een coma belandde. De vier medewerkers werden vervolgens opgepakt, een van hen wordt poging tot doodslag ten laste gelegd. Artsen achten de kans dat de inbreker wakker wordt uit zijn coma minimaal. De advocaat van de hoofdverdachte betwijfelt of de inbreker als gevolg van de nekklem in coma is geraakt. De inbreker zou pas onwel zijn geworden toen hij door de politie werd ingerekend.

Deze tragedie is daarna gepolitiseerd door de hoogste bestuurlijke rangen. Premier Rutte verdedigde het recht om je goederen te verdedigen met geweld, mits „proportioneel”. Hero Brinkman noemde de comateuze toestand van de inbreker een „beroepsrisico”. Vanuit de oppositie klonk het geluid dat zulke eigenrichting een direct gevolg is van rechtse geweldsretoriek. Alsof dat viertal met de goedkeuring van Rutte of Brinkman in het achterhoofd op de inbreker heeft ingebeukt.

„Hij vecht voor zijn leven”, meldden artsen deze week over de inbreker. Het is nu te laat, maar als de inbreker een vraag gesteld zou kunnen worden, dan deze: Was het het echt waard? De vraag geldt evengoed voor het viertal dat tot zo’n hardhandige burgerarrestatie besloot.

    • Hassan Bahara