De rebelse underdog tegen de dure honkbalteams

Moneyball

Regie: Bennett Miller. Met: Brad Pitt, Jonah Hill. ***

Moneyball lijkt op een sportfilm. Er is een slecht honkbalteam, de Oakland Athletics. Een coach met visie. Een team dat het licht eerst niet ziet. Een kleedkamerspeech („Is losing fun? Huh?”). Een wedstrijd van erop of eronder. Daarna een winning streak.

Toch zien we in Moneyball nauwelijks honkbal: de held, manager Billy Beane (Brad Pitt), komt uit bijgeloof namelijk nooit op het veld. En een eindtriomf ontbreekt, want Oakland Athletics werd nooit kampioen. Wel eindigde dit bescheiden team – begroting 41 miljoen dollar, tegen 125 miljoen voor de New York Yankees – jaar in, jaar uit merkwaardig hoog in de ranglijst.

Billy Beane, in de film geassisteerd door ‘Googleboy’ Peter Brand (Jonah Hill), ontdekt door sabermetrics dat de grote clubs spelers subjectief onderwaarderen. Uit dat ‘eiland van weggegooid speelgoed’ smeedt hij winnende teams, tot andere clubs zijn truc doorkrijgen. In het echt kwam dat ook door het boek Moneyball (2003), de basis van deze film.

Een abstract gegeven, knap uitgewerkt. Topscenarist Aaron Sorkin leverde een kunststukje af door Moneyball te vermommen als een doorsnee sportfilm. Beane is de rebelse underdog tegen dure teams; bovendien iemand die demonen uit zijn verleden moet verdrijven. Door dat emotionele glazuur merk je niet hoe a-romantisch Moneyball is. Niks teamspirit: sporters zijn cijfers, de held een manager die ze verhandelt als vee. Moneyball benut Pitts charisma optimaal: ook als 47-jarige is hij fenomenaal als opgewekte rebel. Maar zijn boodschap in deze film is naar en kil: mensen zijn statistieken die je koopt, gebruikt en bij het oud vuil zet.

Coen van Zwol