De ontvoerder is een monster

Markus Schleinzer benadert in Michael pedofilie en kinderontvoering op een niet-sensationele manier.

De kijker wordt zo met zijn sensatiezucht geconfronteerd.

Op de dag van het interview met debuterend filmmaker Markus Schleinzer (1971) die met Michael een even onaangenaam als indringend portret maakte van een pedofiel die een kind in zijn kelder gevangen houdt, vindt in Oostenrijk een nationale feestdag plaats. De onafhankelijkheid van Oostenrijk wordt in Wenen gevierd met veel vlagvertoon en militaire parades. Schleinzer: „Het is op een dag als deze onvermijdelijk om te filosoferen over de vraag in hoeverre al die Oostenrijkse misbruikzaken iets te maken hebben met de Oostenrijkse cultuur van zwijgzaamheid en wegkijken. Weet je dat veel Oostenrijkers nooit mensen thuis ontvangen simpelweg omdat hun huizen nog steeds volhangen met oorlogsbuit van mensen die zijn weggevoerd? Niemand mag weten hoe rijk ze zijn. Het Oostenrijkse huis is een burcht. Niemand bemoeit zich met wat daarbinnen gebeurt.”

Het eerste deel van uw film lijkt wel een handleiding voor kinderontvoerders, zo afstandelijk is het gefilmd.

„Dat was zeer bewust. Door het publiek in de eerste tien minuten te geven wat het verwacht – hoe komt die man thuis, hoe kookt hij eten, hoe haalt hij het jongetje uit de kelder, hoe kijken ze samen televisie en hoe eindigt dan de dag – kun je daarna verder gaan. Zodra we het seksueel misbruik hebben gezien, weten we dat het daarover gaat, en dan kunnen we verder met het verhaal.”

In hoeverre is ‘Michael’ gebaseerd op recente Oostenrijkse kindermisbruikzaken als de ontvoering van Natascha Kampusch?

„Niet uitsluitend. Ik heb jarenlang als acteur en casting director gewerkt, onder meer voor Das weisse Band van Michael Haneke. Hij zei dat het tijd was om een eigen film te gaan maken en dat hij binnen drie maanden een scenario wilde lezen. In die periode, eind 2008, waren kinderontvoering en -misbruik een wereldwijd fenomeen. Behalve Natascha Kampusch had je nog de Britse peuter Madeleine, er was een zaak in Amerika, in Frankrijk, de zaak tegen Joseph Fritzl die zijn dochter 24 jaar gevangen had gehouden kwam net voor de rechter. Je kon de televisie niet aanzetten of geen krant openslaan zonder met kindermisbruik geconfronteerd te worden. Het was weerzinwekkend hoe de media hier bovenop doken. Daaruit ontstond het idee om dit ‘sensationele’ onderwerp op een niet-sensationele manier te benaderen en het publiek met zijn eigen sensatiezucht te confronteren.”

De film is immoraliteit verweten.

„Alleen door mensen die niet goed kijken. Er zit tegen het einde een heel duidelijk moreel standpunt in de film. Je ziet wat ik voel, want dat is wat er met Michael gebeurt, dat is mijn ‘vonnis’. Wat mij interesseert is de manier waarop wij als toeschouwers, buitenstaanders, met dit soort zaken omgaan. Als er ergens een pedofiel wordt opgepakt, zeggen de buren eerst dat ze het niet kunnen geloven omdat ze het zo’n aardige man vonden. Een maand later ‘herinneren’ ze zich opeens dat hij altijd van die harde muziek draaide. En een half jaar later weten ze zeker dat ze het aan iemands gezicht konden zien. Maar als je het aan iemands gezicht kunt zien, waarom zien ze het dan niet meteen? Waarom zien Michaels ouders, buren, collega’s het niet? Omdat ze helemaal niet zo goed kijken. En omdat de meeste mensen helemaal niets willen weten.”

Het feit dat u voor het perspectief van de kidnapper koos, kan verwarrend werken.

„Ik wil de toeschouwer met die verwarring confronteren. Wat de kidnapper wil, is voor hem normaal. Die normaliteit schept op zich al verwarring. Je kunt de film afwijzen of de verwarring aangaan. Je kunt een journalistieke ramptoerist zijn, of je afvragen waar het door komt dat we zo graag dit soort verhalen lezen.

Michael

Regie: Markus Schleinzer. Met: Michael Fuith, David Rauchenberger. In: 5 bioscopen. ****