De maag van de verzamelaar blijft maar knorren

Nu de wereldwijde economische crisis aanhoudt, investeren rijken steeds vaker in moderne kunst. Op veilingen worden telkens records gebroken.

De economie mag dan wereldwijd in het slop zitten, op de internationale kunstmarkt worden weer goede zaken gedaan. Tijdens de najaarsveilingen in New York gingen de afgelopen weken talloze wereldrecords van zowel dode als levende kunstenaars aan diggelen. Het lijkt wel of de rijken der aarde, nu de aandelenkoersen blijven dalen, hun geld liever in iets tastbaars investeren. In moderne kunst bijvoorbeeld.

De topper van de New Yorkse veilingweek was het abstracte, roestbruine schilderij 1949-A-No. 1 van de Amerikaan Clyfford Still (1904-1980). Dat werd op 9 november bij Sotheby’s verkocht voor 61,7 miljoen dollar (45,7 miljoen euro) – bijna drie keer zoveel als de 21,3 miljoen dollar die tot nu toe voor een Still was betaald. Het schilderij was een van de vier werken van Still die door de gemeente Denver was afgestoten om een nieuw, aan de kunstenaar gewijd museum te kunnen bekostigen. Toen de vier werken samen 114 miljoen dollar opbrachten, het dubbele van de geschatte waarde, werd het stil in de zaal. „Een magisch moment”, volgens veilingmeester Tobias Meyer.

Buiten, voor de deuren van het veilinghuis, werd op dat moment geprotesteerd door demonstranten van Occupy Wall Street. Met leuzen als ‘Shame on you’ maakten zij duidelijk het belachelijk te vinden dat zulke sommen geld aan kunst worden besteed, terwijl zoveel Amerikanen op de armoedegrens leven. Maar volgens de New Yorkse kunsthandelaar Barbara Annis kan op dit moment niets de gretigheid van de verzamelaars tegenhouden. „Mensen geloven in kunst”, zei ze tegen het Amerikaanse persbureau Bloomberg. „En de prijzen worden alleen maar hoger en hoger en hoger.”

Abstracte kunst deed het opvallend goed op de veiling van Sotheby’s, waar ook recordbedragen werden neergeteld voor schilderijen van Gerhard Richter en Joan Mitchell. Richters Abstraktes Bild (849-3) uit 1997 werd verkocht voor 20,8 miljoen dollar (15,4 miljoen euro). De Duitse schilder verbrak daarmee zijn eigen record van 12,2 miljoen euro, vorige maand behaald tijdens een veiling van Christie’s in Londen. Een titelloos abstract doek van de Amerikaanse Joan Mitchell uit 1960, door de eigenaar in 2007 gekocht voor 3 miljoen dollar, bracht nu het drievoudige op. In totaal werd op de veiling bij Sotheby’s ruim 315 miljoen dollar omgezet. Geschatte opbrengst was 270 miljoen dollar.

Een dag eerder waren bij de veiling voor naoorlogse en hedendaagse kunst bij concurrent Christie’s de verwachtingen ook al ver overtroffen. De totale opbrengst was daar 247 miljoen dollar. Het hoogste bedrag werd betaald voor het vroege Popart-schilderij I see the whole room!... and there’s nobody in it! (1961) van Roy Lichtenstein, dat wegging voor 43 miljoen dollar en daarmee Lichtensteins vorige record van 42 miljoen brak. Een bronzen spin uit 1998 van de vorig jaar overleden Louise Bourgeois werd verkocht voor het recordbedrag van 10,7 miljoen dollar – een uitzonderlijke prijs voor een sculptuur die is gemaakt in twee edities van elk zes exemplaren.

De goede resultaten op de najaarsveilingen bevestigen de opwaartse trend waarin de kunstmarkt zich sinds het ‘rampjaar’ 2009 bevindt. Toen kelderde de omzet op de internationale kunstmarkt van 42 miljard in 2008 naar 28 miljard euro in 2009, maar in 2010 werd wereldwijd alweer voor 43 miljard euro omgezet. Die stijging is vooral te danken aan de hoge bedragen die voor topkunst worden neergelegd. Verzamelaars zijn nu koortsachtig op zoek naar werken van grote namen – kunst die als waardevast wordt gezien.

Erkenning door een vooraanstaand museum kan in zo’n geval van onschatbare waarde zijn. Het is niet toevallig dat juist Gerhard Richter het zo goed doet op de veilingen – hij heeft nu een groot overzicht in Tate Modern. En ook de Amerikaan Paul McCarthy, die dit jaar in het Guggenheim in Bilbao exposeerde, zag zijn marktwaarde exponentieel stijgen. Zijn sculptuur Tomato Head (Green) uit 1994 bracht 8 november bij Christie’s een recordbedrag van 4,5 miljoen dollar op. In economisch onzekere tijden is zo’n museale status een soort verzekeringspolis – het is de garantie dat zo’n kunstwerk over tien jaar niet opeens niks meer waard is.

NRC Special 25 jaar PAN over trends in het verzamelen van kunst