De keurmeester let op kwaliteit, niet op prijs

De voormalig directeur van het Dordrechts Museum, Jup de Groot, keurt het aanbod aan oude schilderkunst op de PAN. „Wij zijn geen taxateurs.”

Als Jup de Groot door het Dordrechts Museum loopt, vertelt hij de ene na de andere anekdote over de schilderijen die er hangen, en waarvan hij er een aanzienlijk aantal heeft aangekocht toen hij nog directeur was van het museum. „Altijd was ik op zoek naar schilderijen die een aanvulling konden vormen op onze collectie. Dat beschouwde ik als een van mijn voornaamste taken.” Zo heeft hij in de loop van de jaren een scherp oog ontwikkeld voor wat ‘goed’ is en wat je beter niet kunt kopen.

Die ervaring komt hem van pas als keurmeester op de PAN. De organisatie van de beurs vroeg hem na zijn pensioen om – onbezoldigd – zitting te nemen in het team van ruim tachtig experts die voorafgaand aan de opening alle objecten controleert op authenticiteit, kwaliteit en conditie. Voldoet een schilderij of ander object niet aan de eisen, dan wordt het meteen van de beurs verwijderd. De handelaren hoeven voor de beurs geen lijst in te leveren met de werken die ze op de PAN willen verkopen, maar ze mogen na de keuringsdag geen werken meer toevoegen.

De Groot, deskundige op het gebied van Nederlandse schilderkunst, is voorzitter van de negenkoppige commissie die oude schilderkunst beoordeelt. „We keuren in één dag alle schilderijen”, vertelt hij. „Vanaf 10 uur ’s ochtends lopen we alle stands langs. De handelaar mag er niet bij aanwezig zijn, maar heeft wel het recht op weerwoord als wij een aanmerking of negatief oordeel hebben over een schilderij.”

Vervalsingen zoals meestervervalser Han van Meegeren ze maakte is hij nog nooit tegengekomen op de beurs. De problemen zijn subtieler. „Er wordt wel eens een werk verkeerd of te hoog toegeschreven. Als een handelaar zegt dat hij een Nicolaas Maes verkoopt, dan mag dat geen werk van een leerling zijn. Een schilderij mag ook niet te zeer gerestaureerd zijn. Een werk waarbij de lucht volledig overgeschilderd is, mag op de PAN niet verkocht worden.”

Er kan ook verwarring zijn over de signatuur op een schilderij. „Het monogram J.P. kan duiden op Jan Porcellis, maar ook op zijn minder succesvolle zoon Julius.” Soms staat er helemaal geen signatuur. „Dan kun je bijvoorbeeld zeggen: Vlaams, eerste helft zeventiende eeuw.” Of er ontbreekt een deel van een werk. „Tezamen met de restaurator in onze commissie bekijken we de eventuele problemen met loep en blauwe lamp”, vertelt De Groot. „Als hij, de restaurateur, oordeelt vanuit zijn specifieke deskundigheid dat het om een detail of fragment gaat, dan moet dat erbij vermeld worden.”

Er is één ding waar de keurmeesters geen oordeel over geven: de waarde van de schilderijen. „Wij zijn geen taxateurs”, zegt De Groot. „Maar we letten er wel op dat de handelaren het publiek geen knollen voor citroenen verkopen. Het kan vele duizenden euro’s schelen of je een echte oude meester koopt of een werk van een leerling.”

Het is ieder jaar weer een verrassing wat er op de beurs wordt aangeboden. „Soms zie je oude bekenden terug, maar er zijn ook altijd weer nieuwe vondsten.”

Claudia Kammer