Componist tussen wals, symfonie en het circus

Nino Rota kennen we van de muziek die hij schreef voor films van Fellini en Visconti. Een retrospectief laat horen dat hij meer memorabele muziek heeft geschreven.

De ongeschreven regel bij filmmuziek is dat deze onopvallend en dienend moet zijn. Zij mag niet te veel de aandacht op zichzelf vestigen, anders dreigt het gevaar dat de toeschouwer uit de illusoire wereld van de film wordt getrokken. Muziek moet onbewust op het gemoed van de kijker inspelen, moet in zekere zin onhoorbaar zijn. Dit leidt tot een vreemde paradox. Want als dit zo is, waarom zijn er dan mensen die soundtracks kopen? Ze doen dit toch vooral omdat ze de filmmuziek mooi vonden, omdat de muziek juist wél opviel en ze er een souvenir van willen hebben.

De Italiaanse filmcomponist Nino Rota (1911-1979) heeft ontzaglijk veel filmmuziek geschreven, voor meer dan 150 films. Het meeste is vergeten, maar wat wel overeind bleef is nog steeds heel geliefd. Vooral de muziek die hij schreef voor Federico Fellini maakte Rota wereldberoemd. Als mensen zijn naam niet kennen, kunnen ze wel het walsje meeneuriën dat hij schreef voor de finale van Otto e mezzo (1963) of de vele gedenkwaardige deuntjes uit La dolce vita (1960). Het zijn aanstekelijke melodieën, zeer energiek, juist niet muziek die ‘onhoorbaar’ is. Integendeel.

Fellini en Rota hielden beiden van het circus en dat hoor je terug in hun gezamenlijke films. Hierin zit veel opgewekte circusachtige muziek, maar heel soms voel je een licht verdriet achter de stralende noten. Dit gevoel van verlies komt sterk naar voren in Fellini’s La strada (1954), waarin hoofdpersoon Gelsomina een melodie leert van de man op wie ze verliefd is. Maar hun liefde wordt gedwarsboomd door de bruut Zampano, die haar gekocht heeft. De melancholieke melodie die zij keer op keer op trompet speelt, benadrukt hun gefnuikte liefde. Rota bewerkte zijn schitterende score voor La strada later tot een ballet en deze muziek wordt op 3 december gespeeld door het Residentie Orkest, naast een selectie van Rota’s symfonische werken.

Rota werd honderd jaar geleden geboren en was een wonderkind. Hij werd de nieuwe Mozart genoemd, hij speelde piano op zijn vierde en op zijn twaalfde debuteerde hij met een zelfgeschreven opera. Zijn eerste filmmuziek componeerde hij in 1933, maar hij brak pas na de oorlog door. En toen was er geen houden meer aan.

Hoewel hij het bekendst is geworden door de muziek die hij schreef voor zestien Fellini-films, waarvan er tien te zien zijn tijdens het retrospectief, componeerde hij ook voor Luchino Visconti. Deze staat veel meer in de symfonische traditie van de negentiende eeuw, met hoogromantische melodieën, soms tegen het melodrama aan, en zwierige walsen, zoals in Il gattopardo (1963). Rocco en zijn broers (1960) mengt dramatische muziek met droefgeestige volksmelodieën die de familie Parondi vol nostalgie doet terugdenken aan Zuid-Italië, het arme gebied dat zij verlieten om in Milaan een betere toekomst op te bouwen.

Deze combinatie typeert Rota: jazz en volksmuziek worden verbonden aan symfonische muziek, met melodieën die afwisselend carnavalesk én bitter zijn, opgewekt én triest, banaal én meeslepend. Een ander mooi voorbeeld hiervan is de score voor Plein soleil (1959), die zowel dramatisch als licht is, zoals in de opening van de film.

De allermooiste Rotamuziek is als hij zich helemaal laat gaan en zijn romantische inborst laat spreken. De zwelgende liefdesmuziek die hij schreef voor de twee Shakespeare-verfilmingen van Franco Zeffirelli (The Taming of the Shrew, 1967; Romeo and Juliet, 1968) is misschien wel gedenkwaardiger dan alles wat hij voor Fellini schreef.

Nino Rota Filmcomponist. Van 17 november 2011 t/m februari 2012. In: 18 filmtheaters. Inl: filmhuisdenhaag.nl

    • André Waardenburg