'Bij een klein gezelschap durf je meer'

Opera Zuid is Nederlands kleinste operahuis. Artistiek directeur Miranda van Kralingen wil jong zangtalent koesteren. Deze maand zingt ze ook zelf mee, als helse schoonmoeder in Janáceks Katja Kabanová.

In een oude kerk in een buitenwijk van Maastricht – nu in gebruik als het huistheater van Opera Zuid – tuurt Miranda van Kralingen (52) met adelaarsblik naar de gebaren van dirigent Stefan Veselka. Zonlicht beschijnt door de vele glas-in-loodramen het orkest, Janáceks meteen herkenbare, onheilszwangere akkoorden dringen door de gluurdeur. „Ik ben niet snel echt enthousiast over mensen, maar hij is een geboren operadirigent”, wijst Van Kralingen. „Hij speelt geweldig piano, weet maat voor maat wat hij wil horen én hoe hij dat moet communiceren. Zowel naar de zangers als naar de regisseur.”

Ze lacht. „Stefan is zelf zoon van Tsjechische ouders: hij heeft voor regisseur Harry Kupfer het libretto woord voor woord vertaald. De behoefte daaraan typeert zowel hem als Kupfer. Die weet ook heel precies wat hij scène voor scène wil zien.”

Veselka repeteert met het Limburgs Symfonie Orkest Janáceks hartverscheurende opera Katja Kabanová. Morgen is de première in Maastricht, met Van Kralingen zelf in de rol van de agressief conservatieve schoonmoeder Kabanicha Kabanová. Dat is opmerkelijk, want Van Kralingen is als artistiek leider bij Opera Zuid niet vaak meer zelf actief als operazangeres.

„Ik wilde voor deze productie ontzettend graag Harry Kupfer aantrekken – juist om de werkwijze die ik net omschreef. Hij zei: ‘Mirandachen, oké, maar dan wil ik ook een bekende in deze productie’. Dus vooruit dan maar. Ik ben ook nooit écht gestopt met zingen. Ik geef masterclasses, ik zing nog losse concerten. Je hoeft dus echt niet bang te zijn voor pijnlijk gewapper.”

Pingpongtafel

Van Kralingen – zelf zegt ze ‘Kraal’ of ‘Mier’ – spreekt klare taal. Wee de solist die de sfeer bij Opera Zuid (pingpongtafel in de gang) op de proef stelt met ongewenst divagedrag. Die kan rekenen op een ‘reprimande van Moeder Overste’. Geen fratsen, menselijkheid voor alles.

„Ik herinner me nog levendig de dag dat ik zelf weer eens moest voorzingen bij een operahuis in Duitsland”, zegt ze. „De meneer achter de tafel gebaarde dat ik mocht stoppen met zingen als hij een speciaal daartoe bestemd schemerlampje uitdeed. Dat was voor mij de spreekwoordelijke druppel. ‘Bel mij niet, ik bel u!’ gilde ik – en ben huilend naar huis gevlucht. Zo onmenselijk kan het zangersvak zijn.”

En dus is Van Kralingen sinds acht jaar bezig van Opera Zuid het voorbeeld te maken van hoe het óók kan. Een klein professioneel operahuis dat de aandacht trekt door de werkwijze, die voor alles gericht is op het ontwikkelen van jong vocaal talent. Het budget is met 2,7 miljoen een fractie van dat bij De Nederlandse Opera (34,6 miljoen). De eigen inkomsten zijn er al relatief hoog. Er werkt één timmerman, naast zes parttimers op het kostuumatelier. De jonge, vaste zangerskern realiseert – tussen mindere producties, dat moet óók gezegd – soms verbazend hoge kwaliteit. Hét voorbeeld was vorig seizoen Strauss’ Der Rosenkavalier, waarin sopraan Karin Strobos (31) als het hitsige graafje Octavian zodanig de aandacht trok dat ze de rol later dat jaar tussen een sterrencast onder Sir Simon Rattle bij De Nederlandse Opera mocht hernemen.

„Daarin heeft Opera Zuid zeker een rol gespeeld”, zegt Strobos. „Je durft hier hoger te springen, omdat je weet dat je niet kunt vallen. Dat zit hem in alles. Toen ik hier een appartement zocht, ging er iemand van kantoor mee om te kijken. En dat is maar een willekeurig voorbeeld. Het gevoel samen iets te maken, is hier heel sterk aanwezig. De een zingt, de ander naait, maar iedereen telt mee. Als ik toi-toi’s maak [cadeautjes die zangers elkaar als mascottes geven voor de première, red.], dan doe ik dat alleen hier voor iedereen. Artistiek is het fijn steeds met dezelfde zangers op het podium te staan. In je spel durf je dan meer, je hoeft elkaar niet meer af te tasten.”

Miranda van Kralingen: „Het is belangrijk dat je jonge zangers de kans geeft grote rollen in een veilige omgeving te leren kennen. Onze zangers weten dat ze niet kunnen verdrinken. We zorgen voor ze. Het al te zware repertoire doen we hier dus ook gewoon niet. Geen Wagner of andere brulstukken waar een jonge stem zich gemakkelijk op kapot kan zingen.”

Huisensemble

Voor Karin Strobos zitten haar jaren in het huisensemble bij Opera Zuid erop. Nieuwe zangers, zoals Marjolein Bonnema, de bijna afgestudeerde Jacques de Faber en Elmar Gilbertsson, zijn toegestroomd. Strobos zingt de komende tijd nog drie rollen bij Opera Zuid, maar nu zonder vaste verbintenis: Charlotte in Werther van Massenet, Suzuki in Madama Butterfly van Puccini en nu Varvara in Katja Kabanová. „Dat zijn allemaal rollen die ik ontzettend graag aan mijn repertoire wil toevoegen”, zegt ze. „Dus natuurlijk doe ik die dan graag hier. Oók omdat je hier de kans krijgt er nog wat naast en tussen te doen. Een operaatje elders, een los concert.”

Van Kralingen: „In Duitsland geldt Opera Zuid als Geheimtip onder de kleine operahuizen. Maar wij betalen niet goed. Dan moet je je zangers ook wat schnabbels toestaan. Ik probeer daar flexibel in te zijn.”

Strobos: „Het was ook niet zo dat het storm liep na mijn debuut bij De Nederlandse Opera. Maar ze hebben me wel teruggevraagd. In 2013 zing ik Flora in La Traviata.”

Van Kralingen: „Ja, sorry hoor, maar dat stoort me dan dus. Ik hoop wel dat ze haar in de toekomst iets groters durven aan te bieden. Ze deed de rol van Octavian geweldig. Zeker in tijden van minder middelen voor de kunsten, zouden we er dan met zijn allen eens goed over moeten praten hoe we jong vocaal talent binnen Nederland de kans geven zich steeds een stapje verder te ontplooien. Dat gebeurt nu weer niet optimaal.”

Maar Strobos ziet dat niet zo. „Ik ben gewoon dankbaar met alle kansen die me worden geboden”, zegt ze. „De een gedijt bij racen, ik bekijk liever stap voor stap rustig wat ik wil doen.”

De recente bezuinigingsslag heeft Opera Zuid redelijk goed doorstaan. Door een motie van de PVV, CDA en VVD is er toch nog 1 miljoen per jaar gereserveerd voor een operagezelschap voor Zuid-Nederland. „Maar nee, het is echt niet zo dat Henk en Ingrid ons hebben gered”, zegt Van Kralingen. „Het was gewoon een kwestie van politieke uitruil. De VVD ‘redde’ Tryater. En wat heeft de VVD nou met Tryater?”

Opera Zuid blijft ook na 2013 dus drie producties per jaar maken. „Dat komt sowieso goed”, zegt van Kralingen. Ófwel door slim samen te produceren met een operahuis in het buitenland, ofwel doordat er aanvullende geldstromen beschikbaar komen.”

Van Kralingen blijft voorlopig in Maastricht – ook al betekent dat eindeloos heen en weer reizen tussen Limburg en thuisbasis Friesland. „We gaan nu net een wat moeilijker periode tegemoet, dan loop je niet weg. Als je minder geld hebt, word je nog creatiever. Dat waren we trouwens al.”

Katja Kabanová van Leos Janácek door Opera Zuid en het Limburgs Symfonie Orkest o.l.v. Stefan Veselka. Regie: Harry Kupfer. 18 nov. t/m 10 dec. in 9 theaters. Inl. operazuid.nl