Bagdad wint de slag van de oliebedrijven

Irak lijkt eindelijk baas te worden over eigen olie en gas – afgaande op het contract dat de regering in Bagdad sloot met Shell en Mitsubishi.

Wat het meest opvalt aan het aardgascontract dat Shell dinsdag sloot met het Iraakse kabinet is het Irak-vriendelijke karakter van de overeenkomst. Shell gaat het gas opvangen en verkopen dat vrijkomt bij de olieproductie op drie van de grootste olievelden in Irak: Rumaila, West Qurna 1 en Zubair, alle rond het zuidelijke Basra. Nu wordt dit gas nog afgefakkeld, wat niet alleen geldverspilling is, maar ook voor milieuvervuiling zorgt.

Voor het opvangen en verwerken van het gas wordt de Basrah Gas Company opgericht, een joint venture van de Iraakse staatsbedrijf South Gas Company (51 procent), Shell (44 procent) en het Japanse Mitsubishi (5 procent).

Volgens het contract, dat vermoedelijk volgende week wordt getekend, is het gas in eerste instantie bestemd voor de Iraakse markt. Op termijn mag Shell een eventueel surplus exporteren. Volgens een persverklaring levert Shell het management en de technische expertise en biedt het Iraakse medewerkers kansen om uiteindelijke belangrijke managementposities in te nemen.

En dan is er nog de aangekondigde milieuwinst. Momenteel wordt er in het zuiden van Irak dagelijks 19 miljoen kubieke meter gas afgefakkeld, waarmee 5 miljoen dollar per dag letterlijk in rook opgaat en evenveel broeikasgassen worden uitgestoten als 3,5 miljoen auto’s doen.

Inwoners van dorpen rond Basra klagen over huidaandoeningen, infecties en astma. „Door dit gas op te vangen creëren we een betrouwbare energietoevoer voor Irak, terwijl we tegelijk de uitstoot van broeikasgassen terugdringen”, verklaarde topman Peter Voser dinsdag. De vraag is wel hoe groot de netto-milieuwinst is nadat het gas alsnog is verbrand in elektriciteitscentrales.

Het affakkelen van gas is een praktijk die wereldwijd op haar retour is, maar die in Irak toeneemt, zo blijkt uit metingen van de Wereldbank. De oorzaak is een combinatie van toenemende oliewinning sinds internationale concerns in 2008 weer toegang hebben tot het land, en een gebrek aan infrastructuur om het gas op te vangen en te verwerken.

Shell heeft drie jaar over het contract onderhandeld en behoorlijke concessies gedaan, gezien de afspraken over eventuele export. Het tekent de sterke positie van de Iraakse regering in de onderhandelingen met internationale olieconcerns.

De macht van de regering in Bagdad blijkt ook uit de reactie op het bericht van afgelopen weekeinde dat de Amerikaanse oliegigant ExxonMobil boringen gaat verrichten in velden in het autonome Koerdische noorden van Irak. De Koerdische regering heeft de afgelopen jaren 42 contracten voor olie en gas gesloten, uitsluitend met kleine en middelgrote bedrijven. Het contract met Exxon is de eerste grote klapper.

Volgens de regering behoren alle olie- en gasreserves aan Bagdad en zijn de contracten met de Koerden illegaal. De regering heeft gedreigd Exxon op een zwarte lijst te plaatsen en uit te sluiten van toekomstige contracten. Volgens de goed geïnformeerde website Iraq Oil Report had Shell in eerste instantie met Exxon willen samenwerken in het Koerdische noorden, maar heeft het zich teruggetrokken om het gasakkoord rond Basra niet mis te lopen.