Afrikanen willen kinderen ruilen voor welvaart

De Afrikaanse bevolking groeit sneller dan welke ook ter wereld. Maar met meer en beter onderwijs hoeft dat geen probleem te zijn, zegt VN-specialist Osotimehin.

Sinds de wereldbevolking de zeven miljard is gepasseerd, is er een discussie uitgebroken of de aarde zoveel mensen wel aankan. Maar Babatunde Osotimehin, het Nigeriaanse hoofd van de bevolkingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNFPA), wanhoopt niet. Noch over de wereld, noch over zwart Afrika, dat de komende twaalf jaar naar verhouding de grootste bijdrage zal leveren aan de groei tot acht miljard.

Het UNFPA heeft kantoren in 120 landen, die helpen met geboorteprogramma’s, gezondheidszorg en bevolkingsbeleid. Nederland is een van de grootste donoren. Na een kort bezoek anderhalve week geleden aan Den Haag voorspelt Osotimehin dat de Afrikanen, net als veel Aziaten, binnen enkele generaties een grote sprong voorwaarts kunnen maken. De economie zal er groeien, de middenklasse ook en de bevolkingsaanwas zal afnemen.

Wat hem optimistisch stemt is dat laaggeschoolde Afrikanen doordrongen raken van het belang van onderwijs. „Op de universiteit waar ik werkte in Zuid-Nigeria zond iedereen, ook chauffeurs en schoonmakers, zijn kinderen naar scholen waarvoor je moest betalen”, zegt hij. „Ze moesten kromliggen, maar ze wilden hun kinderen tot elke prijs een beter leven geven. Zelf ben ik ook pas de derde generatie in mijn familie die naar school is geweest. De mensen zien nu hoe het onderwijs hun leven heeft getransformeerd.”

Osotimehin, een arts die UNFPA sinds begin dit jaar leidt, onderscheidt drie categorieën van bevolkingsgroei. De dynamische groeiers, vooral in Afrika en Zuid-Azië: arme landen met veel jongeren waar aan de positie van vrouwen nog veel schort. Een middencategorie van iets welvarender staten, waar de groei zich min of meer heeft gestabiliseerd. Hiertoe behoren de meeste Latijns-Amerikaanse landen. De derde categorie omvat geïndustrialiseerde landen in Europa, Rusland, Japan, China en Zuid-Korea, waar de bevolking juist zal krimpen. Daar is de vraag hoe de productiviteit kan worden gehandhaafd met behoud van pensioenen voor steeds meer ouderen. „Je hebt nu eenmaal een bepaald aantal jongeren nodig om een economie draaiende te houden”, zegt hij.

Is de tweede categorie de beste om nu in te zitten, met de minste problemen?

„Ik geloof niet dat één categorie de beste is. Landen veranderen continu. Een land kan nu bevolkingsgroei vertonen, maar over tien jaar juist een afname hebben en in de derde categorie belanden. Ik had er een gesprek over met secretaris-generaal Ban Ki-moon. Hij beschreef hoe dit ging in Zuid-Korea. Toen hij jong was, hadden vrouwen zes kinderen. Toen was het beleid om drie kinderen per vrouw te bevorderen. Daarna daalde het tot één kind per vrouw en nu kunnen ze problemen krijgen.”

Welvaart en afnemende vruchtbaarheid, wat moet er eerst zijn?

„Dat is de vraag van de kip of het ei. Wanneer er welvaart komt, neemt de vruchtbaarheid af. Dit gebeurt ook altijd in landen waar vrouwen meer te zeggen krijgen.”

En Afrika, is de bevolkingsgroei daar nu een probleem of een kans?

„Beide. Het is vooral van belang dat regeringen in Afrika en Zuid-Azië beseffen dat vrouwen meer macht moeten krijgen. Dat ze een behoorlijke opleiding hebben en economische kansen krijgen. En dat ze toegang hebben tot gezondheidszorg, goede seksuele voorlichting en dat ze voorbehoedmiddelen kunnen krijgen. Meer dan 215 miljoen vrouwen in de wereld, vooral in ontwikkelingslanden, hebben geen toegang tot voorbehoedmiddelen.”

Maar u zegt niet: dit land moet zijn bevolkingsgroei beperken?

„Nee, zo werkt het niet. We kunnen niet tegen landen zeggen: zorg dat vrouwen minder kinderen krijgen. Maar hoe beter opgeleid een vrouw is, hoe minder kinderen ze heeft. Ik heb in klinieken gewerkt in Nigeria, waar analfabete marktvrouwen binnenliepen en zeiden: wat ik voor mijn kinderen heb, is niet genoeg, dus ik wil er niet meer hebben.” Iedereen beseft dat een kind met een opleiding meer kwaliteit van leven heeft dan een kind zonder onderwijs. En hoe minder kinderen, hoe groter de kans dat je ze ook kunt opleiden.”

Acht u een zelfde ingrijpende verandering binnen een generatie als in Zuid-Korea ook mogelijk in Afrika?

„Ik ben zeker dat dat zal gebeuren. Buiten China is Afrika nu het enige gebied waar de economie groeit, net als de middenklasse. Maar vraag me niet hoe lang het precies zal duren. Kijk ook naar Brazilië. Daar heeft het lange tijd gekost voor vrouwen toegang kregen tot voorbehoedmiddelen en tot onderwijs en banen.”

Is de middenklasse cruciaal bij het doorgeven van nieuwe waarden?

„Zeker. Mensen kijken naar mentoren en rolmodellen. Daar zorgt de middenklasse in elke samenleving voor. Ze laten zien dat je een baan moet vasthouden en een zekere levenskwaliteit kunt bereiken. Ze merken: oh, het is beter om twee of drie kinderen te hebben. Ze gaan allemaal naar de universiteit en ze zijn allemaal succesvol. Dat brengt andere er toe hetzelfde te willen.”