Zie ginds komt de stoomboot...

Sinds enkele jaren is het Sinterklaasfeest weer erg populair.

Hoe komt dat? Omdat we ons dan pas echt Nederlander voelen? Dat is te simpel.

Het paard van Sinterklaas mag dit jaar met pensioen gaan, de goedheiligman zelf blaakt nog altijd van energie. De Vereniging tot Behoud van Sinterklaas, opgericht om de afkalving van het feest tegen te gaan, kon daarom vorig jaar ook op haar beurt in ruste gaan. „Het gaat zó goed met Sinterklaas”, verklaarde de voorzitter in een interview, „hij is nog nooit zo groot geweest als nu”.

John Helsloot, Sinterklaas-deskundige van het Meertens Instituut, zocht daar toen een politiek motief achter. „De populariteit van Sinterklaas past in een klimaat waarin politici Nederland Nederlandser willen maken”, zo stelde hij. „De suggestie is: je bent pas een echte Nederlander als je Sinterklaas viert.”

Daar zit wat in, maar helemaal overtuigend is het niet. Niemand viert Sinterklaas tenslotte om Nederlander te zijn. Eerder is het zo dat die vraag vanzelf verdwijnt wanneer we dat doen. We hoeven er niet meer over na te denken. Door wat er gebeurt, worden we opgenomen in een dynamiek die dat soort problemen (‘Wie ben ik?’, ‘Waar hoor ik bij?’, ‘Wat doe ik hier?’) vanzelf buiten de orde plaatst.

Dat is niets anders dan wat rituelen en tradities – die twee gaan hand in hand – van oudsher hebben gedaan. Ze laten zien dat die vragen helemaal niet zo relevant zijn als we wel denken, wanneer we ze stellen in de vorm van een diep persoonlijk gewetensonderzoek. Wanneer ik wil weten wie ik ben en wat de betekenis van mijn leven is, denk ik daarvoor immers in de eerste plaats bij mezelf te rade te moeten gaan. Als érgens de diepste waarden van mijn leven zichtbaar zouden moeten worden, dan is het wel in mijn eigen hart.

Dat ligt in het verlengde van de manier waarop de moderne beschaving zich ‘de mens’ is gaan voorstellen. Die mens is een individu, met eigen rechten, eigen belangen en een eigen fundament. Alles moet aan hem worden afgemeten en alles komt dus ook in zekere zin uit hem voort: zijn waarden, zijn doel, zijn normen. Hij is autonoom, ja zelfs in zekere zin soeverein.

Dat heeft ons veel moois opgeleverd (vrijheid, zelfstandigheid, emancipatie), maar ook opgezadeld met een moeilijk probleem. Want naar wat voor waarden richt dat ‘ik’ zich eigenlijk, wanneer het zegt dat zijn levenswaarden helemaal afhankelijk zijn van zijn eigen keuze? Niets anders dan dat zijn leven de richting heeft die het eraan geeft. Het antwoord is weinig meer dan een sigaar uit eigen doos.

Wanneer we bij onze eigen ervaringen stilstaan, weten we dat het er in werkelijkheid zo helemaal niet aan toegaat. Als er iets is dat zin of richting aan ons leven geeft, dan heeft dat nu juist de vorm van iets ‘extra’s’ dat ons toevalt – en niet van iets wat we alleen maar zelf hebben geproduceerd. De gelukkige inval die we krijgen wanneer we een probleem oplossen, de uitweg die oplicht in een onmogelijke situatie, en (misschien wel het sterkst van alles) het geluk dat ons overvalt wanneer er een kind geboren wordt, lijken nooit helemaal alleen uit onszelf voort te komen.

Daar hoeft helemaal geen religieuze overtuiging mee gepaard te gaan. Dergelijke ervaringen heeft iedereen, gelovig of niet. Het is alsof de inval, de uitweg of het geluk ons van elders worden aangereikt – ook al hoeven we ons daarbij helemaal geen echt ‘elders’ voor te stellen. Die ervaring maakt alleen duidelijk dat ze verder gaat dan mijn eigen autonomie. Ik ben er afhankelijk van, mijn geluk wordt erdoor bepaald, maar ik ‘maak’ haar niet.

Wie of wat ‘maakt’ haar dan wel – bijvoorbeeld in het geval van Sinterklaas? Waarom voelen we ons bij het vieren daarvan niet alleen zo Nederlands, maar voelen we er ons vooral zo bij ‘thuis’ en ‘in orde’? Ook daarbij komt dat besef van buitenaf op ons toe. Het is het feest zelf dat ons dat inprent – en dan vooral het rituele karakter daarvan.

Want wat is een ritueel? Het is een reeks van handelingen die op gezette tijden terugkomen en die het leven maat en ritme geven. Ze vormen een soort stramien waarop we ons kunnen oriënteren: een coördinatenstelsel in de tijd waarop we ons individuele leven kunnen uitstippelen.

Dat ritme is de vaste achtergrond van de toevalligheden in ons eigen bestaan en het verleent daaraan een zekere vastigheid. Over die achtergrond hoef ik niet langer na te denken. Rituelen – zo hebben psychologen veelvuldig geconstateerd – ontslaan ons van de plicht steeds weer opnieuw antwoord te geven op grote en kleine levensvragen.

Wanneer het over kleine zaken gaat (de manier waarop iemand zich ’s ochtends scheert, de route die we afleggen in de supermarkt) gaat zo’n ritueel helemaal op in onze dagelijkse bezigheden. Zichtbaar wordt het alleen wanneer de grote levensvragen aan de orde komen. Dan krijgen ze al snel iets levensbeschouwelijks of zelfs religieus over zich. Maar dat verandert niets aan hun werking. Die berust nog steeds op hetzelfde soort schematisme van ‘steeds opnieuw’ dat een net spant over ons bestaan en daarin orde schept.

Dat ons leven betekenis krijgt, is te danken aan die orde. Die gaat ons in zekere zin te boven en daarom denken we dat ze ‘van elders’ komt. Dat is ook zo, alleen heeft dat ‘elders’ niets hemels. Het ritme van die orde wordt simpelweg veroorzaakt door de materiële herhaling van steeds weer dezelfde handelingen en gebeurtenissen. Spelenderwijs geeft ons dat het besef dat er in het bestaan een betekenis schuilt waarin we ons thuis kunnen voelen.

Zo is het ook met Sinterklaas en de andere rituelen en tradities waarvan de decembermaand zo vol zit. Van oudsher zal dat wel te maken hebben met het crisisgevoel dat de duisternis en kou teweeg brachten, en met de angst dat ‘einde van de wereld’ niet te overleven. Wij hebben daar dankzij straatverlichting en centrale verwarming minder last van – maar onze behoefte aan rituelen is daarmee niet minder groot.

Nog altijd willen wij ons, in een wereld die er alleen maar gedesoriënteerder en geglobaliseerder is gaan uitzien, ervaren dat we daarin nog altijd ‘op onze plaats’ zijn. Aan vrome woorden van politici en sociale wetenschappers hebben we dan niet veel. Die ervaring wil lijfelijk en daarin onontkoombaar zijn. We willen haar beleven, niet alleen maar óver haar horen praten.

Die belevenis is misschien het grootste geschenk van Sinterklaas. Plots hoeven we ons over ons ‘thuis’ helemaal geen vragen meer te stellen. Het feest heeft die al lang voor ons beantwoord. Elk jaar, op gezette tijd, ervaren we Nederlander te zijn, nog voordat de twijfel daarover de kop opsteekt. We hoeven niet eens zelf te besluiten dat feest te vieren. Het is er gewoon. Sinterklaas komt met de stoomboot uit Spanje en plots weten we weer wie we zijn, en dat dat goed is.