Voor opa is Stalin nog steeds een held

David Bezmozgis: De vrije wereld.

Vertaling Nicolette Hoekmeijer. Bezige Bij, 384 blz. € 19,90 ****

Vrij om te vertrekken uit Rusland – dat waren de Joden in 1978 onder Breznjev wel, maar het is een twijfelachtige vrijheid als je bijna nergens welkom bent. Dit mooie gegeven wordt uitgewerkt in De vrije wereld, de debuutroman van David Bezmozgis. The New Yorker riep hem in 2004 na zijn verhalenbundel over immigranten uit tot een van de veelbelovende twintig auteurs onder de 40.

Deze nieuwe roman draait om de reis die de familie Kransnansky onderneemt vanuit het Letse Riga. Ze komen aan in Rome om van daar verder te trekken. De vraag is alleen waarheen, naar Israël? Daar zijn ze welkom, maar de grootvader, die een trouw dienaar van de Communistische Partij was en onvrijwillig meegaat, is niet gelovig, net zo min als zijn twee zoons. Amerika lijkt aantrekkelijk, maar een familielid dat garant zou staan, trekt zich terug. Dus opnieuw wordt de wereldbol erbij gepakt om een bestemming te zoeken.

Migratieverhalen zijn er genoeg, maar die spelen zich niet vaak af in het niemandsland waar je de tijd vooral vult met wachten op het juiste visum, zoals hier. Vanuit verschillende personages vertelt Bezmozgis, zelf in Riga geboren en naar Canada geemigreerd, hoe het gezin in Rome wacht, hoe het de vernederingen bij controles ondergaat, de botheid en jaloezie van andere Russische immigranten ervaart en uiteindelijk: hoe weinig de vrije wereld te bieden heeft.

Niet alle personages en hun verhalen zijn even sterk. Maar de grootvader, de overtuigde communist die zijn glorie ziet vergaan omdat zijn zonen vertrekken, is schitterend neergezet. Hij bleef trouw aan de strijd, lapte iedereen erbij die een andere kijk op de heilstaat had en zag Stalin nog steeds als held.

Eenmaal in Rome vraagt hij zich af: ‘Ergens ben ik de fout ingegaan. Maar waar?’ Geen seconde overweegt hij zijn principes overboord te zetten en Rusland te bekritiseren om westerse autoriteiten ter wille te zijn. Deze anti-kapitalistische principes worden indirect zijn dood, op een manier die typerend is voor de wrange humor waarmee Bezmozgis zijn zware roman aankleedt.

De vader sterft aan een hartaanval nadat hij is gaan lopen wegens een treinstaking. In het mortuarium zit een mummelende rabbi uren naast het lichaam van de oude communist te bidden. ‘Het is een joods gebruik,’ legt de politieagent aan de zoon uit. ‘Heb je liever dat hij weggaat?’ ‘Het maakt niet uit’, reageert de zoon. De agent verklaart: ‘Het is zijn werk. Hij krijgt ervoor betaald.’En dat argument geeft de doorslag: “Laat hem dan maar zitten”.

Toef Jaeger

David Bezmozgis treedt vrijdag 18 november op bij Crossing Border