Verstikkende angst en paranoia op Antarctica

scene uit de film The Thing (2011) FOTO: UPI

The Thing. Regie: Matthijs van Heijningen jr. Met: Mary Elizabeth Winstead, Ulrich Thomsen.In: 33 bioscopen.***

Het oeroude buitenaardse monster dat in The Thing wordt opgegraven komt plotseling tot leven en begint zich op gruwelijke wijze te voeden met mensen. Hij repliceert de menselijke bloedcel en is daardoor in staat de gedaante van een mens aan te nemen. Hij wordt een imitatie die niet van echt te onderscheiden is.

En zo reikt de prequel van John Carpenters horrorfilm The Thing (1982) – op zijn beurt weer gebaseerd op The Thing from Another World (1951) – zelf het kritische geschut aan waarmee je de film kunt aanpakken. De debuutfilm van Matthijs van Heijningen jr., de commercials makende zoon van de bekende filmproducent, doet zich voor als een prequel, maar is stiekem een imitatie van Carpenters film. Een remake/replicatie die verkocht wordt als iets anders, horrorfans zullen zich een beetje bekocht voelen.

Hoewel Van Heijningens film zich niet kan meten met de karakterontwikkeling in Carpenters The Thing, maakt hij zich niet te schande. De film ziet er goed uit, de spanningsopbouw is in orde en het is een sterke zet om veel door de ogen van een buitenstaander te laten zien, de paleontoloog Dr. Kate Lloyd (Mary Elizabeth Winstead).

Zij mag naar Antarctica om daar een groep geïsoleerde, bebaarde Noorse wetenschappers bij te staan die iets buitenaards hebben opgegraven. Als het monster eenmaal uit het ijs is bevrijd en huishoudt is er toenemende achterdocht over wie van de crewleden nog ‘zichzelf’ is en wie een monsterlijke replica die op elk moment kan toeslaan. Wie kun je nog vertrouwen? Deze verstikkende paranoia zet Van Heijningen bijna net zo sterk neer als Carpenter deed, geholpen door de bij vlagen schurende muziek van Marco Beltrami. Maar ook hier konden de makers zich niet bedwingen en klinkt er op het einde ook de muziek van Ennio Morricone uit de versie van 1982.

André Waardenburg