Rutte bezoekt Britten voor banen

In vliegende vaart reisde premier Rutte twee dagen door Groot-Brittannië. Hij bleef opgewekt, ook na vervelend economisch nieuws uit Nederland.

Het was zo mooi bedacht door de voorlichters van de Nederlandse ambassade en hun collega’s van Downing Street 10. De geplande actie kreeg zelfs een codenaam: De Overstap.

Een paar minuten nadat Mark Rutte met het regeringsvliegtuig geland was in Birmingham, zou het konvooi dat hem, zijn ambtenaren, de ambassadeur en de meegereisde journalisten op hoge snelheid vervoerde, plots stilhouden. Rutte zou dan zijn eigen auto verlaten en instappen bij de Britse premier David Cameron, die op hem stond te wachten. Zo konden ze samen uitstappen op de plaats van bestemming. Twee regeringsleiders met een boodschap – meer handel, meer banen, meer economische groei, dat kan ons redden – die klaar was om de wereld ingestuurd te worden, met een mooie foto.

Dat liep even anders.

Camerons grijze Jaguar blokkeert de weg voor de karavaan, die kan meekijken hoe de heren elkaar begroeten naast een opengebroken parkeerplaats op een met leegstand kampend bedrijventerrein. Niet bepaald een plek voor staatsmannen. Als ze daar wegstuiven, laten ze de andere auto’s en busjes achter zich. Eenmaal uitgestapt bij een modern kantoor op het bedrijventerrein waar ze moeten zijn, rennen de ambtenaren – tevergeefs – achter ze aan om ze af te remmen. Journalisten hollen over straat, onder een slagboom door – en zien de twee nog net in een kamertje verdwijnen. Zonder dat een foto gemaakt kan worden.

Binnen hangen beeldschermen. Hier houden de premiers een videovergadering met bedrijven uit beide landen. Als Cameron – wit overhemd, blauwe das – doorvraagt, blijken bedrijven voor wie dit zaaltje bedoeld is het nauwelijks te gebruiken. Dan wordt er verbinding gemaakt met een Nederlands bedrijf en zegt Rutte – wit overhemd, blauwe das – opgewekt als altijd: „Amsterdam, may I have your votes please.”

Dit is economische diplomatie in de praktijk. Ruttes kabinet heeft van deze buitenlandse bezoeken een belangrijke taak gemaakt. Met daarbij drie afspraken. Eén: iedereen doet mee, elk bewindslid wordt geacht de wereld over te trekken om de nu zo geplaagde Nederlandse economie te helpen. Twee: hoe meer eropuit, hoe beter. En drie: het kabinet wil niet vergeten dat het meeste geld dicht bij huis verdiend wordt. Daarom hebben de kopstukken Rutte en vicepremier Maxime Verhagen landen onderling verdeeld. Verhagen doet Duitsland, Rutte Groot-Brittannië.

De afgelopen twee dagen was Rutte op reis en hij bleek onvermoeibaar. Drie steden. Drie vluchten met het regeringsvliegtuig. Twee treinreizen. Een high tea met ondernemers in de creatieve sector. Twee ontmoetingen met de Britse premier en vicepremier. Een werkontbijt op Downing Street met de „heavy-punchers” (dixit Rutte), zoals de topman van Heineken en werkgeversvoorman Bernard Wientjes. Twee bedrijventerreinen. Een bibliotheek in aanbouw. En, hoe toepasselijk, een speeddate-sessie met twintig ondernemers.

„Ik kan mensen connecten”, zegt Rutte later in een trein van een NS-dochterbedrijf. „Dat geeft zo waanzinnig veel energie, joh.”

Dat is nodig, maar „banen en groei, banen en groei, banen en groei” ook, zegt de Britse vicepremier Nick Clegg. Hij herhaalt die woorden eindeloos. De kracht van reclame. Want dit soort bezoeken is vooral belangrijk voor het beeld.

Voor het plaatje is het ook goed dat Rutte post gaat sorteren in een koude bedrijfshal midden in het land („leuk, joh”). En even op de bok gaat staan bij een conducteur („Heren van de media, dit is nou een trein”).

Tijdens een andere treinreis is een moment gepland waarop Cameron en hij kunnen bijpraten. Ieder met een mok koffie, de Britse zakenkrant Financial Times op het tafeltje. „Type fireplace”, staat in het draaiboek. Daarmee wordt bedoeld: net zoals bij de open haard op Downing Street.

Als er dan bericht uit Nederland komt dat de economie gekrompen is, precies wat deze missie poogt te bevechten, wil de verder zo toegankelijke Nederlandse premier daar niets over zeggen. „Omdat ik in het buitenland ben.” Ja, hij is „de grote baas”, maar ook die moet kunnen delegeren. Eerst overleg in Den Haag. Dan pas een reactie.

Als Rutte even later een radio-interview geeft in een BBC-studio luistert de Nederlandse ambassadeur te Londen, Pim Waldeck, om het hoekje mee. Als de interviewer toch begint over de Nederlandse economie, knijpt Waldeck zijn ogen gespannen dicht. Rutte praat er vakkundig omheen. „We hebben altijd verwacht dat de eurocrisis impact zou hebben op de economieën in Noord-Europa”, zegt hij.

Rutte heeft het van begin tot eind zo druk dat hij een toespraak voor ondernemers niet kan afmaken. Als hij langer dan drie minuten met één persoon kan praten, is dat lang.

Een ambtenaar, als Rutte met de burgemeester van Manchester keuvelt: „Zal ik hem maar meenemen dan?”

De ambassadeur, als het hem te gortig wordt: „We moeten echt naar binnen nu.”

Bernard Wientjes, als de premier op Downing Street te lang handen blijft schudden: „Dit gaat allemaal van onze tijd af, Mark.”

Het reisdoel is dan ook niet het vergaren van informatie of het verkrijgen van begrip, het eigenlijke doel is heel duidelijk verwoord door Cameron. „We hebben banen nodig. We hebben groei nodig. We hebben investeringen nodig.” Bijvoorbeeld uit Nederland.

De Britse leider verwoordde die smeekbede op een bedrijventerrein in Birmingham, waar Rutte eigenlijk weinig te zoeken had. Daar zijn geen Nederlandse bedrijven, daar zijn geen investeringen uit Nederland gepland. Maar Camerons bezoek was ook vooral voor Britse binnenlandse consumptie bestemd. Op hetzelfde moment dat de Conservatief Cameron het land in was, liet zijn politieke Labour-concurrent Ed Miliband zich fotograferen op een vorkheftruck in een fabriek.

Maar volgens Rutte is zijn bezoek meer dan symbolisch. Hij is gewoon aan het werk.

„Zo, heren, alles onder controle?”, vraagt hij monter aan een groepje wachtenden. Geknik. „Dan gaat de regering weer verder.” En snel loopt de premier door.