Prijsvechters in luchtvaart doen het beter

Terwijl de grote traditionele luchtvaartmaatschappijen kampen met haperende winsten, presteren de kleine prijsvechters ijzersterk.

Terwijl de traditionele luchtvaartmaatschappijen hun resultaten zien wegzakken, presenteren de parvenu’s van de luchtvaartwereld ijzersterke cijfers.

Gisteren maakte prijsvechter Easyjet de resultaten van het afgelopen (gebroken) boekjaar bekend. En anders dan bij Lufthansa of Air France-KLM waren die uitermate positief. Ook Easyjet had last van de zoveelste vulkaanuitbarsting in IJsland en van hoge brandstofkosten. Toch groeide de omzet van 3,5 miljard tot 4 miljard euro, een stijging van 16 procent. De brutowinst steeg met ruim 60 procent tot 290 miljoen. Over het afgelopen jaar maakte Easyjet een rendement van 12,7 procent. Ter vergelijking: Air France-KLM streeft er naar om het rendement terug te brengen naar 8 procent.

Ook die andere prijsvechter, Ryanair, doet het goed. Het afgelopen half jaar steeg de omzet van de Ierse budgetmaatschappij met 24 procent tot een bedrag van 2,7 miljard euro. De winst steeg met 20 procent, tot 451 miljoen.

Dat zijn hele andere cijfers dan die van de grote drie luchtvaartmaatschappijen in Europa. Lufthansa, IAG (British Airways & Iberia) en Air France-KLM zijn nog steeds veel groter dan Easyjet en Ryanair. Lufthansa boekte in 2010 een omzet van 27 miljard euro – bijna vijf keer zo veel als de maatschappij van de excentrieke Ierse zakenman Michael O’Leary. Maar als Ryanair de stijgende lijn zou kunnen doortrekken, dan zou het in absolute getallen wel eens méér winst kunnen gaan maken dan de Duitse luchtvaartreus. Vorig jaar bedroeg de winst van Lufthansa 876 miljoen euro.

En Lufthansa is nog de best presterende maatschappij van de grote drie. Het „slechtste jongetje van de klas” is Air France-KLM, zo omscheef topman Jean-Cyril Spinetta het zelf. Vorige week moest dat concern bekendmaken dat het in de afgelopen negen maanden 550 miljoen euro verlies had geleden. Air France-KLM kon niet profiteren van een stijgend aantal passagiers en van een stijgende omzet.

Hét grote verschil met de prijsvechters is het kostenniveau. Ryanair is berucht om de zeer basale service op zijn vluchten (kop koffie: 4 euro) en om de slechte arbeidsomstandigheden. Easyjet kondigde gisteren een experiment aan met toegewezen plaatsen in het vliegtuig – die waren er tot nu toe niet.

Luchtvaarteconomen kijken echter vooral naar de verschillende manieren waarop de traditionele flag carriers en de budgetmaatschappijen zijn georganiseerd. Lufthansa, Air France en British Airways concentreren hun netwerk rondom een hub: grote luchthavens als Heathrow of Schiphol. Een KLM-passagier kan opstappen in Singapore en overstappen in Amsterdam voor een vlucht naar New York. Handig, maar kostbaar. Budgetmaatschappijen bieden alleen point to point-verbindingen aan. Om allerlei redenen is dat veel goedkoper. Vliegtuigen vliegen alleen heen en weer, waardoor ze veel meer uren per etmaal nuttig kunnen worden ingezet. De prijsvechters vliegen bovendien meestal op regionale luchthavens, waar ze lage landingsrechten betalen. Wie met Ryanair vliegt vanaf ‘Brussel-Zuid’, moet eerst helemaal naar Charleroi.

De vraag is welk model het op termijn gaat winnen. In de afgelopen jaren hebben de budgetmaatschappijen marktaandeel afgesnoept van traditionele carriers. Geen wonder dat Air France inmiddels heeft besloten elementen van het succes van de prijsvechters te kopiëren. Afgelopen maand begonnen de Fransen met het programma Base de Province: goedkope vluchten vanuit de provincie, in plaats via luchthaven Charles de Gaulle in Parijs.