Ploeg met smalle top

Bondscoach Van Marwijk miste gisteren onder anderen Rafael van der Vaart, Robin van Persie en Arjen Robben.

Dat gemis liet zich gelden: Oranje was onmachtig.

Netherland's goalkeeper Maartem Stekelenburg reacts on Germany's second goal during their friendly soccer match in Hamburg, November 15, 2011. REUTERS/Kai Pfaffenbach (GERMANY - Tags: SPORT SOCCER) REUTERS

Het EK van komende zomer heette drie titelkandidaten te hebben: Spanje, Duitsland en Nederland. Maar met een incomplete spelersgroep kan een streep door de naam Oranje, zo bleek gisteravond in Hamburg. Op de plaats waar het Nederlands elftal in 1988 afrekende met de verloren WK-finale van 1974 en een stukje oorlogssentiment, zette Duitsland de vicewereldkampioen met 3-0 te kijk.

Misschien was het een voorteken dat de Nederlandse internationals zich zo stil hielden in aanloop naar de prestigewedstrijd en de Duitsers wel enkele plaagstoten plaatsten. Voetbalicoon Franz Beckenbauer stelde fijntjes dat Duitsland en Spanje de andere Europese landen mijlenver vooruit zijn. Teammanager Oliver Bierhoff rakelde op dat Nederland altijd maar tweede is. En spits Thomas Müller stelde dat geen enkele voetballer van Oranje een verrijking zou zijn voor Die Mannschaft.

Het was niet meer dan gezonde animositeit tussen twee buurlanden. Want de laatste seizoenen zijn de twee elftallen dichter bij elkaar gekomen. Die Mannschaft speelt met Nederlandse aanvalstrekjes, Oranje nam een beetje resultaatvoetbal over van Duitsland. Van de elf Nederlandse basisspelers in Hamburg spelen drie (Klaas-Jan Huntelaar, Ryan Babel en Edson Braafheid) in de Bundesliga en hebben nog eens twee (Mark van Bommel en Joris Mathijsen) een verleden in de Duitse competitie.

De Duitse bondscoach Joachim Löw, die zijn 75ste wedstrijd als bondscoach beleefde, toonde zich vooraf hoffelijk met de opmerking dat Nederland twintig tot dertig topspelers heeft. Want zijn collega Bert van Marwijk heeft juist een bijzonder smalle selectie. De bondscoach miste in Hamburg onder anderen Rafael van der Vaart, Robin van Persie en Arjen Robben en vreesde zelfs even dat Wesley Sneijder (kuitblessure) zou afhaken.

Het gemis van drie van de vier geprezen aanvallers, door Van Persie eens omschreven als de Big Four, liet zich in Hamburg meteen gelden. Nederland was onmachtig en stond al binnen een kwartier op achterstand. Thomas Müller verzilverde een voorzet van Miroslav Klose, de enige speler op het veld met meer dan honderd interlands. Oranje had geen antwoord op het snelle samenspel van de thuisploeg en kwam slechts sporadisch van de eigen speelhelft. Van Bommel, Sneijder en de bejubelde Kevin Strootman grepen enkele keren ruw in.

Na ruim een half uur maakte Duitsland het onvermijdelijke tweede doelpunt. Opnieuw kwamen verdedigers van Oranje stappen tekort om een snelle aanval bij te houden. Müller gaf de steekbal, Mesut Özil zette voor, Klose kopte steenhard raak. De spits van Poolse afkomst had voor rust zelfs nog twee keer kunnen scoren op aangeven van de middenvelder van Real Madrid. Oranje stelde daar alleen onzuivere schoten van Ryan Babel en Sneijder tegenover.

Na rust bleek dat het Nederlands elftal niet alleen een smalle top heeft, maar ook een relatief oude ten opzichte van de concurrentie. Het EK in Polen en Oekraïne en WK in Brazilië zullen voor deze generatie van aanstaande dertigers de laatste kansen zijn. Hoe anders is dat voor Duitsland, dat derde werd bij het WK van 2006, tweede bij het EK van 2008 en derde bij het WK van 2010, maar zich over de toekomst geen zorgen hoeft te maken.

Löw toonde na rust de constante talententoevoer in het Duitse voetbal, dat een boost heeft gekregen met de opzet van regionale talentencentra, met de inbreng van onder anderen Mario Götze, Benedict Höwedes en Marco Reus. Van Marwijk greep in door de overlopen Strootman te vervangen voor de ervaren stofzuiger Nigel de Jong. De entree van de begin-twintigers Roy Beerens, Georgionio Wijnaldum en Luuk de Jong in de slotfase was slechts voor de statistieken, niet voor de ommekeer.

Want Duitsland hield ook in de tweede helft het Nederlands elftal constant onder druk. Schrijnend was het hoe de verdediging van Oranje soms uiteen werd gereten. De ploeg van Löw kende genade door nog slechts één doelpunt te maken, al was die ene bijzonder fraai. De ongrijpbare Müller zette de aanval op, Özil schoot raak na een een-tweetje met Klose. De wedstrijd kabbelde naar het einde, maar symbolischer dan in de laatste seconden kon het niet, toen Özil de bal door de benen van de uitglijdende aanvoerder Van Bommel speelde.

Duitsland bezorgde Van Marwijk, over de grens Holland-Berti genoemd sinds zijn tijd als trainer van Borussia Dortmund, kopzorgen na de laatste interland van dit kalenderjaar. Zijn ploeg verloor vorige maand de laatste kwalificatiewedstrijd van Zweden, kon afgelopen vrijdag niet van Zwitserland winnen en was gisteren kansloos in Hamburg. Over een EK-titel sprak even niemand bij Oranje.

    • Michiel Dekker