Orde houden in de heksenketel

Vorige week deed zich op een school in Nieuwegein een incident voor dat de gezagsverhoudingen op scherp zette. En niet alleen op die school. Na een klacht van een ouder over de ruwe behandeling van zijn stiefzoon die zich lastig gedroeg, werd een leraar aangehouden en korte tijd ingesloten. Sindsdien is er maatschappelijke onrust. Het gezag van deze docent, tevens adjunct-directeur, is door de aanhouding aangetast, mogelijk permanent. Docenten elders zijn bezorgd. De minister van Onderwijs vond het ‘zeer verontrustend’, Kamerleden ‘absurd’.

De kwestie raakt een gevoelige snaar – dit gaat over de bescherming van mensen die voor de klas staan, die ambulances bemannen, branden blussen en orde handhaven. Omgangsvormen en solidariteit staan ter discussie. Dit gaat over het maatschappelijk evenwicht en de vraag waar het gezag staat. De aanhouding moet voor de docent vernederend zijn geweest. Feitelijk haalde de politie zijn positie publiekelijk onderuit door hem van school mee te nemen. Deëscaleren en evenwicht tonen was hier wijsheid geweest.

Vooral vmbo-scholen in grote steden hebben last van incidenten met agressieve leerlingen, zo blijkt uit onderzoek. Het zijn die leerlingen die vaker spijbelen, vaker de orde verstoren, vaker worden geschorst, niet graag naar school gaan en onderpresteren. Ze zijn vaker allochtoon, hebben vaker lageropgeleide ouders, komen vaker uit probleemgezinnen.

Het probleem is op zich nog overzichtelijk. De onderwijsinspectie beoordeelt sociale veiligheid op 90 procent van alle basisscholen, voortgezet onderwijs- en mbo-instellingen als voldoende. Geweld op school is geen taboe-onderwerp meer. Er zijn trainingen, boeken, lotgenotengroepen en protocollen. De nieuwe leraar moet, zo lijkt het, aan hoge eisen voldoen over stevig optreden, gezag uitstralen, ‘er staan’, ‘overkomen’ en verbaal geweld kunnen pareren. Zij verdienen veel respect.

Van alle publieke functiedragers in een gespannen maatschappij wordt duidelijkheid gevraagd. Het Nederlandse onderhandel- en praatmodel is niet meer dominant. Ook de homogene school bestaat niet meer – leraren moeten rekening houden met grote culturele verschillen en verwachtingen. Ouders stellen zich daarin vaker op als koning klant; scholen zijn beducht voor reputatieverlies en kwetsbaar op de markt van nieuwe leerlingen. Niet zelden worden leraren door ouders onder druk gezet. De verleiding voor scholen is groot om bij incidenten te zwijgen. Geen grotere ramp dan een cameraploeg op het plein. De individuele leraar die in deze heksenketel orde houdt, moet worden beschermd. Door de schoolleiding, maar zeker ook door het gezag.