Oppositiegroep valt regeringsgebouw Syrië aan

Beeld uit een amateurvideo die werd uitgezonden door Ugarit News. Een jongen gooit een object naar een brandende tank in Dara’a, Syrië. De opstand tegen het regime van al-Assad duurt al sinds maart. Door gewelddadig optreden van zijn troepen vonden volgens de VN al 3.500 mensen de dood. Foto AP / Ugarit

Naar de oppositie overgelopen Syrische soldaten hebben vannacht een grote militaire basis nabij de hoofdstad Damascus aangevallen. Dat zegt een Syrische oppositiegroep.

Bij de aanval, die met raketten en machinegeweren uitgevoerd werd, zouden delen van het gebouw van de informatiedienst van de luchtmacht in Harasta (kaart) vernietigd zijn. Overgelopen legertroepen hebben de afgelopen weken vaker militaire doelen aangevallen, maar nog niet eerder zulke grote schade berokkend.

Het zelfbenoemde Bevrijdingsleger van Syrië werd enkele maanden geleden opgericht en claimde medio oktober zo’n 15.000 leden te hebben. Het doel is het volk bij te staan in de roep om het vertrek van de regering en de “militaire machine die het regime beschermt” te bestrijden. Volgens het leger sluiten elke dag mensen zich bij hen aan, maar hebben ze nog niet genoeg slagkracht om het op te nemen tegen het regeringsleger.

In de afgelopen dagen raakte Syrië verder geïsoleerd in de regio. De Arabische Liga zal waarschijnlijk vandaag het land formeel schorsen tijdens een ministersvergadering. De Liga verwijt het regime van Bashar al-Assad afspraken niet na te komen en aanhoudend geweld te gebruiken tegen anti-regeringsdemonstranten. Volgens de Verenigde Naties zijn er meer dan 3.500 mensen omgekomen sinds het begin van de opstand in maart. November is met momenteel al driehonderd doden hard op weg de bloedigste maand tot nu toe te worden. Syrië boycot de vergadering van vandaag.

Omdat buitenlandse journalisten het land niet of nauwelijks binnenkomen, is het vrijwel onmogelijk objectieve berichtgeving te krijgen vanuit Syrië.