Ook met Beatles en Stones kom je er niet

Met het opknippen van EMI dreigt een van de bekendste platenmaatschappijen te verdwijnen. Het online tijdperk dunt de exploitatie van muziek uit.

Je zou denken dat de platenmaatschappij die de muziek van The Beatles en The Rolling Stones uitbracht, als laatste zou verdwijnen.

Nee dus.

Afgelopen week werd bekend dat EMI, een van de vier grote muziekimperiums, in tweeën wordt gesplitst en verkocht aan concurrenten Universal en Sony. Zij betalen respectievelijk 1,4 miljard voor de platenlabels en 1,6 miljard euro voor de uitgeeftak, die rechten van liedjes beheert. Universal Music, in bezit van het Franse mediaconcern Vivendi, is straks met afstand de grootste platenmaatschappij.

Al moet de verkoop nog worden goedgekeurd, de EMI-deal kenmerkt de teloorgang van de traditionele platenmaatschappijen die in een krimpende markt opereren. De exploitatiemogelijkheden veranderden snel door internet. Eerst via het illegale downloadcircuit. Maar ook door de legale digitale muziekwinkels, waar Apple met zijn iTunes Store als marktleider de prijzen en voorwaarden dicteert. De dominantie van Apple in de muziekwereld is een nachtmerriescenario voor de andere cultuurvormen die naar online distributie omschakelen, zoals de filmindustrie, tv en de gedrukte media.

Daarnaast verloren de labels hun relevantie als ontdekker van nieuw talent. Die rol wordt overgenomen door sociale netwerken en videosite Youtube – waar muzikanten nu zelf hun t-shirts en petjes kunnen verkopen. Bovendien: dankzij de computer kan iedere artiest in spe zelf zijn liedjes opnemen, terwijl daar vroeger een dure studio en een voorschot van de platenmaatschappij voor nodig waren. Van voorschotten is geen sprake meer. En gerenommeerde artiesten weten veel betere voorwaarden te bedingen dan vroeger, in de ‘gouden tijd’ van de labels. Daarom stapten The Rolling Stones al eerder over naar Universal.

Naarmate de verkoop van cd’s daalt verdwijnt ook de traditionele platenzaak. Niet alleen de kleintjes sluiten de deuren: afgelopen zomer kondigde Free Record Shop aan dat Fame Music in de Amsterdamse Kalverstraat, de laatste grote winkel van het concern, in januari dicht gaat.

Van het traditionele verdienmodel – platen uitbrengen – kan de schoorsteen niet meer roken. „Platenmaatschappijen moeten zichzelf opnieuw uitvinden als uitbaters van creativiteit”, zegt de Nederlandse mediaspecialist Paul Rutten. Daarom worden artiesten gekoppeld aan reclamecampagnes en aan merken.

Daarnaast wordt de catalogus van oude hits zorgvuldig bijgehouden. „Dat er meer betaald wordt voor deze publishing-tak van EMI is niet vreemd”, zegt Rutten. „Hits van de bekende artiesten worden altijd weer eens gecoverd, worden altijd weer op de radio gedraaid. Dat levert geld op, terwijl je er niets voor hoeft te doen. Bij jonge artiesten moet je eerst investeren in een reputatie.”

Daarom wordt ook door partijen van wie je het niet zou verwachten driftig gespeculeerd in muziek. Zo heeft het pensioenfonds ABP geld gestoken in een paar oude liedjes van onder andere Michael Jackson.

Michael Jackson kocht op zijn beurt in 1985 de rechten van onder meer het Beatles-repertoire voor 47 miljoen dollar en zag de waarde in tien jaar tijd verviervoudigen. Na een fusie zijn de erven Jackson mede-eigenaar van Sony’s publishing-afdeling. Nog steeds leveren die oude liedjes die The Beatles ooit voor EMI opnamen, tientallen miljoenen per jaar op. Bijvoorbeeld: sinds The Beatles vorig jaar op iTunes verschenen verkochten de Fab Four (waarvan er nog twee in leven zijn) meer dan 1,3 miljoen digitale albums.

Electrical and Musical Industries ontstond in 1931 uit een fusie van twee Britse platenlabels. EMI werd bekend met The Beatles, en bracht later ook de muziek uit van onder andere The Beach Boys (via Capitol Records), Stevie Wonder (Motown) en The Rolling Stones, die bij het overgenomen Virgin Records hun platen uitbrachten. Nieuwere EMI-artiesten zijn bijvoorbeeld Katy Perry en Coldplay, en in Nederland Anouk en Bløf.

EMI was door private-equityfonds Terra Firma in 2007 beladen met een miljardenschuld. Toen het in gebreke bleef kreeg financier Citigroup het bedrijf begin dit jaar in handen. Het Britse tijdschrift The Economist omschreef de laatste EMI-jaren treffend als ‘The Magical Misery Tour’.

Analisten putten moed uit het feit dat er op de EMI-onderdelen is geboden door verschillende platenmaatschappijen. Dat dreef de prijs op en het zou er op kunnen duiden dat de bodem in de muziekbranche eindelijk in zicht is. Een rapport van Nielsen ziet in de VS een lichte stijging van 3 procent van de albumverkopen, dankzij digitale downloads.

In Nederland is de neergang nog niet tot stilstand gebracht: hier wordt 8 procent van de muziekomzet uit digitale downloads gehaald. Elders in de wereld ligt dat percentage rond de 30 procent, zegt brancheorganisatie NVPI. De muziekindustrie vestigt zijn hoop op nieuwe online distributiemethoden, zoals het ‘all you can eat’ abonnement van Spotify. Voor een tientje per maand (of gratis, met advertenties) hebben luisteraars toegang tot een platenkast van ruim vijftien miljoen liedjes die ze op hun pc’s en telefoons kunnen afspelen.

Of dergelijke abonnementsvormen renderen is volgens Paul Rutten niet zeker. „Het lijkt erop dat de muziekindustrie per se iets wil doen om de piraterij te stoppen. Maar de digitale paradox is: je kunt via internet wel veel meer mensen bereiken met je product, maar de kans om er aan te verdienen wordt steeds kleiner.”

Zie ook Hollywood gaat online: Filmbijlage, pagina 7