Onder de grond glimt het Drents Museum nu

Het Drents Museum wordt vandaag na een verbouwing en uitbreiding heropend. Het is een decoratieve maar tegelijk opvallend functionele ruimte rijker.

Het is dat de koningin geen jurken met sleep en decolleté draagt, zoals Scarlett O’Hara in Gone with the Wind, maar de feestelijke witte wenteltrappen van het vernieuwde Drents Museum in Assen vragen eigenlijk wel om zo’n jurk. Beatrix heropent het museum vandaag na een verbouwing en uitbreiding die vijftien maanden heeft geduurd en ruim 26 miljoen euro heeft gekost.

De trappen zijn een belangrijk onderdeel van het slimme ontwerp waarmee architect Erick van Egeraat unaniem de prijsvraag won die het Drents Museum in 2006 uitschreef. Ze moeten bezoekers namelijk verleiden om vanaf de nieuwe entree naar beneden te gaan, naar de nieuwe ondergrondse tentoonstellingszaal, of om onder de Kloosterstraat door naar de oude museumgebouwen te lopen, en met net zo’n zwierige wenteltrap omhoog te gaan.

De expressieve, vaak zelfs decoratieve architectuur van Van Egeraat is hier opmerkelijk functioneel: het is voor een belangrijk deel aan de vormgeving te danken dat je als bezoeker niet het gevoel hebt dat je afdaalt naar een donkere kelder. Op het eerste gezicht denk je: wel veel design per vierkante meter. Maar in de oudbouw realiseer je je dat het in de zwaar gedecoreerde stijl van eind negentiende eeuw niet anders was: geen vierkante centimeter is er van kleurige tegels, siermetselwerk en bontbeschilderd pleisterwerk gevrijwaard gebleven.

De nieuwe zaal, onder de voormalige parkeerplaats, ligt weliswaar onder de grond maar er is overal daglicht en contact met buiten, dankzij een raam aan de straatkant, stroken glas in het dak en een patio aan de zijkant. Over het dak heen is de museumtuin in stroken aangelegd, met een hek van grillig gevormde metalen bonestaken.

De entree is nu verplaatst van het hoofdgebouw naar het koetshuis, omdat dat centraal staat tussen oud en nieuw in. Het hele koetshuis is tijdens de verbouwing op rails van zijn plaats verschoven en weer teruggezet op een plint van glas. Het is een wonder dat Monumentenzorg akkoord is gegaan, maar het museum heeft er profijt van: je oog wordt onweerstaanbaar naar die glimmende witte ruimte beneden getrokken. Van Egeraat wijst erop dat de eerste sporen van bewoning op deze plek teruggaan naar 1200, waarna er om de paar eeuwen wat aan de bebouwing is veranderd. „Ik heb iets willen toevoegen aan ons cultuurgoed. Die is niet versteend, maar blijft zich ontwikkelen.”

Tegelijkertijd met de nieuwbouw is de presentatie vernieuwd van de drie vaste collecties: de archeologie, de door ING geschonken collectie hedendaags realisme en de verzameling Nederlandse kunst uit de periode 1885-1935 die inmiddels tot 40.000 stuks is uitgegroeid. „Wij kregen wel de vraag of we belangstelling hadden voor de collectie magisch realisme van Dirk Scheringa”, zegt Michel van Maarseveen, sinds tien jaar directeur, „maar het is erg veel geld.” Het museum heeft al veel aan fondsenwerving gedaan voor deze uitbreiding: via fondsen en particulieren heeft het 6,3 van het totaalbedrag van 26,3 miljoen bij elkaar gebracht. In samenwerking met sponsor NAM is er ook een kindermuseum ingericht waar kinderen zich kunnen verdiepen in de toekomst van energie.

Het Drents Museum liet al eerder het beroemde Chinese terracottaleger zien; nu is de openingstentoonstelling ‘De Gouden Eeuw van China: Tang Dynastie 618-907 na Chr.’ China wordt overigens geen specialisme van het Drents Museum: hierna staan er tentoonstellingen gepland over de Vikingen, het sociaal-realisme in de schilderkunst en over mummies. Van Maarseveen gaat voor langs de vijf ‘paviljoens’ die voor deze tentoonstelling in de grote zaal zijn geplaatst. Diverse musea uit China hebben topstukken uitgeleend, zegt hij, zoals zeldzame zilveren boeddhistische reliekhouders en een grote theedoos in de vorm van een schildpad in goud en zilver. In andere vitrines staan beelden van mannen met baarden, vrouwelijke jagers te paard met valk en lynx en tempelwachters die boze indringers bedwingen. „Ik vermoed dat de koningin, die zelf ook beeldhouwt, hier belangstelling voor zal hebben”, zegt Van Maarseveen. „Ze mag gerust terugkomen op een rustiger moment.’’

    • Tracy Metz