'Occupy' blijft protesteren, maar nu zonder tenten

Overal ter wereld worden kampen ontruimd van de protestbeweging tegen economische ongelijkheid. Maar de demonstranten geven niet op.

De bezetting van Wall Street is ten einde. Maar de protesten gaan door. De politie in New York heeft gisterochtend vroeg het kamp van de Occupy-beweging in het Zuccotti Park ontruimd. De plek was sinds september het verzamelpunt voor protesten in het nabijgelegen financiële district en heeft soortgelijke protesten tegen economische ongelijkheid wereldwijd geïnspireerd.

De politieactie van gisteren kwam onverwacht voor de honderden betogers die permanent in het kamp bivakkeerden. De stemming was gespannen. Sommigen boden fel verzet, maar geweld bleef uit. Ongeveer tweehonderd mensen zijn opgepakt, onder wie een aantal betogers dat aan elkaar was vastgeketend, en een gemeenteraadslid.

De actie volgt op een groeiend aantal klachten van lokale ondernemers en omwonenden over criminaliteit, lawaai, de stank van pies en poep en de vertrapte bloemen. „De bezetting van het Zuccotti Park werd een te groot risico voor de gezondheid en veiligheid van de kampeerders, de eerste hulp van de stad en de omwonenden”, aldus een folder die de politie voor de actie uitdeelde. Uiteindelijk was het de eigenaar van het park, Brookfield Office Properties, die de politie vroeg het protestkamp op te breken.

Het kantoor van burgemeester Michael Bloomberg stuurde een tweet dat de demonstranten te verstaan was gegeven „tijdelijk te vertrekken”. Dat ze kunnen terugkeren als het park is schoongemaakt, maar dat ze geen nieuwe kamp mogen opzetten. Dit laatste besluit werd gisteren bekrachtigd door het Hooggerechtshof van New York. Het hof bepaalde dat het recht op vrijheid van meningsuiting niet wordt ingeperkt door een verbod op een tentenkamp. En dus liet de politie de betogers vandaag een voor een weer toe tot het park – zonder tenten.

Ook in andere Amerikaanse steden heeft de politie de afgelopen dagen Occupy-kampen opgebroken. Zaterdag in Denver (Colorado), Salt Lake City (Utah) en St. Louis (Missouri). Zondag in Portland (Oregon) en in Burlington (Vermont) waar een veteraan zichzelf vorige week om nog onbekende redenen door zijn hoofd schoot in een tent in het kamp. Maandag ging het stadsbestuur van Oakland (Californië) tot ontruiming over omdat in de buurt van het kamp een man was doodgeschoten.

In andere landen staat de beweging eveneens onder druk. Het stadsbestuur van Londen zei gisteren naar de rechter te stappen om een eind te maken aan het kamp bij St Paul’s Cathedral, nadat gesprekken met de betogers waren mislukt. Ook in het Australische Melbourne en het Canadese Halifax en Ontario zijn kampen ontruimd, net als vandaag in Parijs.

De Occupy-beweging lijkt haar momentum te verliezen, nu autoriteiten ongeduldig worden vanwege de chaos in de kampen. Bovendien heeft de beweging een imagoprobleem: uit een peiling blijkt dat slechts 30 procent van de Amerikanen een positief beeld heeft van de betogers en 39 procent een negatief beeld. Tegenstanders zetten de beweging makkelijk neer als een verzameling extremisten – zeker na de schietpartij in Oakland.

Sommige betogers overwegen nu te verkassen naar universiteitscampussen, zoals die van de Universiteit van California, waar ze gisteren al een kamp probeerden op te slaan.

De demonstranten in New York willen morgen met een groot straatcarnaval Wall Street afsluiten om te vieren dat hun beweging twee maanden bestaat. Ze stuurden gisteren een verklaring: „Sommige politici zullen ons fysiek verwijderen van openbare plekken – onze plekken – en fysiek zullen ze wellicht slagen. Maar we zijn verwikkeld in een strijd om ideeën. Ons idee is dat onze politieke structuren ons moeten dienen, het volk – ons allemaal – en niet alleen degenen die enorme welvaart en macht hebben vergaard.”