Nederland krimpt

Met de jongste groeicijfers van de Nederlandse economie die het Centraal Bureau voor de Statistiek gisteren publiceerde is de gevreesde nieuwe recessie opnieuw een stap dichterbij gekomen. In vergelijking met het kwartaal ervoor is de Nederlandse economie in het derde kwartaal van dit jaar met 0,3 procent gekrompen. Geeft het nu lopende vierde kwartaal een soortgelijk beeld te zien, dan is de recessie een feit.

De tegenvaller hing al enige tijd in de lucht. Toch is opvallend dat de economische krimp zich al in het derde kwartaal heeft voorgedaan. De Nederlandsche Bank hield vorige week nog rekening met een zeer bescheiden groei. Nog opvallender is de Nederlandse ‘alleingang’ vergeleken bij de cijfers van andere Europese landen die gisteren eveneens bekend zijn gemaakt. Zo groeide de economie van Duitsland, Nederlands belangrijkste handelspartner, het afgelopen kwartaal met 0,5 procent. De groei in Frankrijk bedroeg in dezelfde periode 0,4 procent. Zowel in de Eurozone als in de Europese Unie van 27 landen was sprake van een groei van 0,2 procent.

Volgens minister Verhagen (Economische Zaken, CDA) laten de cijfers zien dat de onrust in Europa vat op Nederland krijgt. Het is erger: de onrust krijgt eerder vat op Nederland dan ons omringende landen. Althans, zo lijkt het. Kwartaalstatistieken zijn immers een prille momentopname. Maar dat het licht op oranje staat, zoals Verhagen stelt, is duidelijk.

De recessie van 2009 die een gevolg was van de kredietcrisis, werd door het toenmalige kabinet bestreden met een forse financiële impuls waardoor de directe negatieve effecten meevielen. De werkloosheidscijfers ontwikkelden zich bijvoorbeeld veel minder dramatisch dan verwacht. Maar dit gold niet voor de overheidsfinanciën. In 2008 was nog sprake van een begrotingsoverschot van 0,5 procent. Een jaar later was dit omgeslagen in een tekort van 5,6 procent van het bruto binnenlands product.

Met het huidige tekort op de Nederlandse rijksbegroting en de turbulentie op de financiële markten is het duidelijk dat het ‘stimuleringskunstje’ van 2009 niet in dezelfde mate herhaald kan worden. Zet de recessie door dan kan deze bij het grote publiek wel eens aanmerkelijk meer voelbaar worden dan twee jaar geleden. Op dat moment zal de politieke strijd rondom het thema bezuinigen versus stimuleren ook steeds meer manifest worden.

Het minderheidskabinet van VVD en CDA zweert nu nog bij het ombuigingspakket van 18 miljard euro dat met behulp van gedoogpartner PVV is overeen gekomen. Bij een echte recessie is dat pakket straks niet meer dan een theoretische exercitie. Hetzelfde geldt dan voor de gedoogcoalitie.