'Live laat ik de orde los en wil ik chaos'

Zangeres Annie Clark, alias St. Vincent, treedt aanstaande vrijdag op tijdens het literair/muzikale Crossing Border-festival, in Den Haag. Clark is een toepasselijke gast. Want niet alleen de gitaarbeulen van Slayer en Pantera hadden een invloed op haar muziek, ook een auteur als Dylan Thomas heeft bijgedragen: Clarks artiestennaam is afgeleid van het St. Vincent-hospitaal, waar Thomas in 1953 overleed.

De Amerikaanse Clark (1982, Dallas, Texas) maakte als St. Vincent onlangs haar derde cd, het enthousiast ontvangen Strange Mercy. Op Strange Mercy laveert Clarks art-rock tussen uitersten: intieme luisterliedjes en door vurige gitaarriffs aangezwengelde rockfragmenten.

Clark bouwde haar carrière zorgvuldig op. Ze speelde in het hippie-gezelschap The Polyphonic Spree en was gitarist in de begeleidingsband van Sufjan Stevens voordat ze in 2007 haar eerste eigen cd opnam, Marry Me. „Dat was m’n wens al sinds ik op mijn twaalfde gitaar leerde spelen”, zegt Clark per telefoon vanuit Engeland, waar ze de dag tevoren aan een uitverkochte tournee begon.

Op Marry Me en opvolger Actor (2009) speelde Clark behalve gitaar ook nog synthesizer en piano. Maar op het recente Strange Mercy laat Clark zich voor het eerst horen als gitaar-nerd. Haar manier van spelen, bijvoorbeeld in het nummer Surgeon, doet denken aan die van Robert Fripp (bekend van King Crimson), en zijn ‘Frippertronics’: snelle maar toch beheerste riedels, ook wel aangeduid als ‘math-rock’ (van ‘mathematics’, wiskunde).

Voor Clark, die in haar jeugd leed aan paniekaanvallen, is dit soort muziek een manier om angsten te bezweren. „Vandaar dat ik graag werk met hechte structuren. Ik oefen dagenlang mijn ingewikkelde patroontjes op gitaar, die geven me houvast. Ik heb behoefte aan orde, op allerlei gebieden.” Ze lacht. „Mijn huis is om door een ringetje te halen. Maar live laat ik de orde los. Live wil ik chaos. Dat is het mooie aan optreden, daar ontstaat wanorde op je eigen voorwaarden in plaats van dat het onaangekondigd voor je deur staat.”

Bij haar eerste twee cd’s componeerde Clark op een computer in plaats van op gitaar. „Ik wilde dat mijn muziek meer was dan wat mijn handen kunnen. Motorische vaardigheden moesten geen beperking zijn, dus componeerde ik noot voor noot met een computerprogramma. Dat leidde tot orkestrale nummers.” Inmiddels neemt ze de gitaar als uitgangspunt. Dat leidt tot „emotionelere” muziek, aldus Clark. Maar niet tot een simpeler stijl; haar nummers bieden nog altijd steeds wisselende vergezichten: een stekelige gitaar vloeit over in golvende zanglijnen, die op hun beurt overstemd worden door woeste drumpartijen.

„Het werken op gitaar maakte het componeren voor mij minder abstract. Ik beschouw de gitaar als een lichaam dat vertrouwd in je armen ligt. Soms laat ik hem zingen, en soms wil ik hem wurgen.”

Clarks stem is niet krachtig, maar dat weerhoudt haar er niet van om op dringende toon, soms in spreekzang, haar woorden mee te delen. Zoals in Cheerleader, waarin het refrein luidt: ‘I don’t want to be your cheerleader no more’. De ‘cheerleader’ is symbool voor ‘buitenspel’ staan, zegt ze. „Ze hebben geen invloed op het verloop van de wedstrijd. Ze hebben geen inspraak; ze zijn een non-entiteit.”

Haar eigen muziek is mede bepaald door haar paniekaanvallen. Kan ze in andermans muziek ook zulke achtergronden herkennen? „Zeker, vanochtend nog, toen luisterde ik in de tourbus naar een cd van Sufjan Stevens, The Age Of Adz, met al die nerveuze deuntjes die de melodie bijna overstemmen; typische paniekmuziek. Dat is het goeie van musiceren. Het stelt je in staat om dingen over jezelf en anderen te ontdekken.”

Strange Mercy van St. Vincent is uit bij 4AD. St. Vincent treedt op: 19/11 Crossing Border-festival, Den Haag.