Komt er weer oorlog in Europa?

De Europese Unie dreigt een technocratisch, a-politiek project te worden.

Het grote gevaar is dat Noord- en Zuid-Europeanen elkaar als vijand gaan zien.

Doorstaan vrede en democratie de crisis in Europa? Die vraag is geen nodeloze paniekzaaierij. Onder druk van de Europese Centrale Bank, het IMF en grote Europese landen zijn in Griekenland en Italië regeringen ten val gekomen. Zonder tussenkomst van de kiezers zijn ze vervangen door technocratische regimes. De Grieken en Italianen moeten voorlopig hun mond houden, hoe verregaand de ingrepen in hun bestaanszekerheid ook zullen zijn.

Er zijn steekhoudende argumenten voor de vrees dat de crisisaanpak gepaard gaat met ingrepen die vrede en democratie in gevaar kunnen brengen.

Crisispolitiek vergt een vorm van leiderschap waarin standvastigheid samengaat met gevoel voor verhoudingen, laveervermogen en democratisch ethos. Met de Europese toppen van de afgelopen maanden nog op het netvlies, is het de spannende vraag: zullen de Europese regeringsleiders in voldoende mate over die kwaliteiten blijken te beschikken?

Zij staan voor het volgende dilemma. Aan de ene kant is het voor de meesten van hen evident dat de aanpak van de schuldencrisis alleen kans van slagen heeft met méér Europa, zeker als het continent overeind wil blijven in de economische titanenstrijd met opkomende machten als China. Een grensoverschrijdend probleem als dit vergt een sterker grensoverschrijdend gezag, met als onherroepelijk gevolg dat nationale regeringen een grotere Europese inmenging in hun economie en staatsfinanciën zullen moeten dulden.

Aan de andere kant stimuleert een economische crisis altijd nationalistische gevoelens. ‘Eigen land eerst’, is een begrijpelijke reflex in tijden van nood, met als gevolg dat de weerzin van Europeanen om nationale soevereiniteit over te dragen aan Brussel zal toenemen.

Daar komt bij dat de overdracht van politieke macht aan Europa op korte termijn onvermijdelijk het democratisch tekort vergroot. In de geschiedenis van de eenwording is het een vast patroon dat het optuigen van de Europese democratie achterloopt bij de vergroting van de macht van Europese uitvoeringsorganen. In tijden van crisis kan dat fenomeen de Europese bevolking nog meer dan anders het gevoel geven dat er zonder hen, over hen wordt geregeerd, waardoor de weerstand tegen ‘Europa’ wrokkige trekken kan krijgen. Het gevolg is dat kiezers, zoals vaker in crisistijd, ontvankelijk worden voor amokmakende politici, nationalisten die de dynamiek van de eenwording willen doorbreken en de natie voorspiegelen dat alles beter was vóór de euro bestond.

De Europese leiders hebben van doen met deze explosieve cocktail van tegenstrijdigheden, waarin economisch rationele keuzes het democratisch draagvlak van Europa aantasten. Terecht constateerde Geert Mak in een lezing voor het Vlaamse parlement dat Europa lijdt onder een crisis in zijn zelfbeeld. Nog niet zo lang geleden waren de EU-lidstaten vol zelfvertrouwen over het verlokkende voorbeeld van een Europese welvaartsstaat die zijn bewoners veiligheid en zekerheid bood. Het ene na het andere land kandideerde zich met succes voor de EU en deze zone van vrede en welvaart breidde zich gestaag uit. Het zelfvertrouwen over de unieke kracht van het Europese project was zo groot dat de EU-landen als het ware open huis hielden en rekkelijkheid betrachtten in de toelatingscriteria voor kandidaat-lidstaten, ook als het ging om de euro. Zo was het bij de toetreding van Griekenland tot het Europese muntstelsel een publiek geheim dat het land zijn financiële toestand al te rooskleurig voorstelde.

Dat zelfbeeld is nu gekanteld. Nadat eerder al het Joegoslavische conflict de oorlog terugbracht op het continent, maakten de aanslag op de Twin Towers op 11 september 2001 en de schuldencrisis van nu de Europeanen met een schok bewust van de kwetsbaarheid van de vrede en de welvaart, de twee pijlers van het Europese project.

Veel Europeanen worden nu beheerst door de angst dat hun nieuw verworven welvaart op het spel staat. Het grote gevaar, mogelijk zelfs voor de vrede, is dat Noord- en Zuid-Europeanen in elkaar de bron van die dreiging gaan zien. Noord-Europeanen kunnen het idee krijgen dat zij moeten bloeden voor de schulden van de zuidelijke lidstaten, Zuid-Europeanen kunnen geneigd zijn de diepgaande ingrepen in hun bestaanszekerheid toe te schrijven aan de saneringseisen van de noordelijke EU-leden.

In dat geval is het niet denkbeeldig dat Europa terugvalt in de vooroorlogse toestand van elkaar vijandige allianties, waardoor er een einde komt aan de ‘vredesmissie’ die de Europese eenwording in de ogen van haar grondleggers was.

Een kanteling in zelfbeeld is wenselijk om het oude Europese ideaal weer tot leven te wekken, al lijkt dat door de complexiteit van de Europese crisis vooralsnog niet haalbaar.

Toch kan dat voor politici van de leidende landen geen vrijbrief zijn de Europese Unie te reduceren tot een technocratisch, a-politiek project, waarin de democratie omwille van de economie op een laag pitje mag worden gezet. Dat is spelen met vuur. Op de langere duur is betrokkenheid en invloed van de burgers onontbeerlijk om de Europese instituties overeind te houden. Naast een economische noodzaak moet de Europese eenwording dus ook een verhaal over de democratie blijven.

Marcel ten Hooven is freelance journalist.