'Ik mag verborgen geschiedenis onthullen'

Ismaël Ferroukhi maakte een film over de vergeten moslims die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Parijs verbleven.

French director Ismael Ferroukhi speaks at the podium after winning an award on his film "Free Men" (Les Hommes Libres) during the closing ceremony of the Abu Dhabi Film Festival in the United Arab Emirates' capital on October 21, 2011. AFP PHOTO / KARIM SAHIB AFP

Hij heeft erover gehoord – de toespraak tegen de angst waarmee Nasrdin Dchar het Gouden Kalf voor Rabat in ontvangst heeft genomen. „Mooi”, vindt Ismaël Ferroukhi, wiens Les hommes libres deze week in de Nederlandse bioscoop komt. „Ook in Frankrijk zijn er politici die op de angst spelen. Het lijkt alsof de samenleving zich hoe langer hoe meer in zichzelf keert, in plaats van dat men het contact met de ander zoekt.”

Ferroukhi (1962) is de maker van twee lange speelfilms die ten nauwste verbonden lijken met zijn afkomst – in een uit Algerije naar Frankrijk gemigreerd arbeidersgezin dat woont in een dorpje bij Montélimar. In Le grand voyage (2004) volgde zijn camera een op de persoon van zijn vader geënte pelgrim uit Frankrijk naar Mekka – het was de eerste speelfilm die (voor een deel) in Mekka is gedraaid. Les hommes libres gaat over een vrijwel vergeten historische episode: collaboratie en verzet binnen de gemeenschap van ongeveer 100.000 arbeiders uit de Maghreb die tijdens de Duitse bezetting (40-44) in Parijs woonde.

„Ik voel mij geen Maghrebijnse filmmaker”, zegt Ferroukhi. „Ik ben een Franse filmmaker, ik heb het geluk dat ik aansluiting heb bij de Franse cultuur. In mijn films kies ik alleen voor onderwerpen die ik goed ken, daar ligt mijn kracht.” De liefde voor film dankt hij in eerste instantie aan zijn moeder: „Ze keek eens per week op de late avond naar de Cinéclub op France 2, omdat ze net als mijn vader van verhalen houdt. Maar ze spreekt en verstaat nauwelijks Frans, en vroeg mij, als kind, om de dialogen voor haar te vertalen.”

Hoofdpersoon in Les hommes libres is de jonge Algerijnse arbeider Younes (gespeeld door Tahar Rahim, bekend van Un prophète), die wordt betrapt op zwarte handel door de Franse politie, die met de Duitsers collaboreert. Hij wordt onder druk gezet om als verklikker rond te hangen in de moskee van Parijs. De Duitsers willen meer weten over de ‘rector’ van de moskee, Ben Ghabrit (Michel Lonsdale), een fascinerende figuur die in overleg met de Marokkaanse koning is aangesteld, als een soort diplomaat voor moslims in Frankrijk.

Ben Ghabrit collaboreert – net als de leiders van alle andere Franse instituties – maar geeft tegelijkertijd leiding aan kleine verzetsdaden. Hij rekruteert Younes voor het rondbrengen van valse papieren voor Sefardische joden uit Noord-Afrika die met deportatie worden bedreigd, waarin staat dat zij moslims zijn. De film laat een moslimmilieu in Parijs in de jaren veertig zien: de moskee, koffiehuizen waar zangers optreden.

„Ik was erg verbaasd toen ik over die gemeenschap twee jaar geleden voor het eerst iets las”, zegt Ferroukhi. „Net als bijna iedereen verkeerde ik in de veronderstelling dat er geen moslimgemeenschap was in Frankrijk voor de arbeidsmigratie in de jaren vijftig en zestig.” Historicus Benjamin Stora hielp hem bij het schrijven van een historisch verantwoord scenario. „Alles in de film klopt.”

Zo blijkt dat Algerijnse arbeiders in Parijs weinig enthousiast waren voor de Duitse bezetting, omdat zij vaak volgelingen waren van Messali Hadj. Dat was de leider van de verboden partij die onafhankelijkheid van de Franse Maghreb nastreefde. Die had geweigerd met het Franse collaboratiebewind van Vichy samen te werken, dat in het begin van de oorlog in Noord-Afrika de lakens uitdeelde. Verzetsdaden tegen de Duitsers golden als bijdrage aan de onafhankelijkheidsstrijd.

„De Franse kritiek heeft me bij deze film een gebrek aan fictie verweten”, zegt Ferroukhi. „Maar dat deert me niet. Ik heb de kans gehad een vergeten geschiedenis te onthullen. Wat wil je als Franse cineast nog meer?”