Het museum en zijn kicks

Vier Amsterdamse topmusea, het Rijks, het Van Gogh, het Anne Frank Huis en het Scheepvaartmuseum, trekken dit jaar recordaantallen bezoekers. Musea zijn in, lijkt het. Maar dat is betrekkelijk. De steil stijgende cijfers zijn goed nieuws uit de Amsterdamse toeristenindustrie: het is het buitenlandse museumbezoek dat zo aantrekt.

Wat al die toeristen in deze musea waarderen, heeft het publiek uit eigen land niet zo door. Naar het museum gaan, dat doe je met vakantie. Niet hier, maar in het buitenland. De musea zouden het Nederlandse publiek moeten laten breken met dat idee. Die miljoenen toeristen zijn niet gek. Wat aantrekkelijk is voor hen is dat uiteraard ook voor ons zelf. En wij hebben het in de buurt. Tel uit je winst.

Nu de toeristen de weg kennen, kunnen de musea zich concentreren op het verlokken van de Nederlanders. En van hun kinderen, om ook van een gezegende toekomst verzekerd te zijn.

Bijna tegelijk met het bekend worden van deze bezoekcijfers bleek uit een onderzoek van de Museumvereniging dat toenmalig minister Plasterk (Cultuur, PvdA) goed zat met zijn bedenkingen tegen het voorstel van de Kamer (in 2008) om de musea te verplichten kinderen tot 12 jaar gratis toegang te verlenen. De toegangsprijs speelt geen doorslaggevende rol bij het besluit om een museum te bezoeken. De entreeprijzen voor de musea zijn gering vergeleken met Six Flags, de Efteling of de dierentuin.

In een attractiepark weten ze wat hun kinderen krijgen: op hen toegesneden sensatie. Succes verzekerd. Een museum mikt op andere sensatie. Het bedoelt zowel gevoel als verstand te overdonderen en het rekent bovendien op wederkerigheid: wie in een museum een kick wil krijgen, kan niet volstaan met het achteroverleunen in een voorgevormde ervaring. Die moet bereid zijn zich open te stellen en de eigen fantasie aan te spreken.

De bezoeker die daar niet mee vertrouwd is, loopt al snel verloren rond. Zijn kinderen dreigen direct met het gevreesde ‘saai’. Veel musea zijn daar onevenredig huiverig voor. Zij vertrouwen niet op wat ze te bieden hebben, bijvoorbeeld aan kinderen voor wie het anarchisme van de kunstenaar toch vaak parallel loopt met hun eigen ontdekking van de wereld. In hun paniek poseren die musea als de evenementenmachine die ze nu juist niet zijn, met wilde speurtochten en Idols-achtige websites en andere museumvreemde attracties. Bij overspannen kindvriendelijkheid is niemand gebaat. Wel bij op avontuur genomen worden, als je niet weet waar je moet beginnen of wat je kunt denken, of je nou acht bent, of de ouder van een achtjarige.