Het EPD is niet kapot te krijgen

Het moest er komen. Daarna mocht het niet. Maar nu toch weer wel. Het elektronisch patiëntendossier leeft.

De zorgsector gaat „terug naar het papieren tijdperk” als het elektronisch patiëntendossier (EPD) er niet komt. Dat is de vrees van de Tweede Kamer. Die wil dat het kabinet ervoor zorgt dat er toch een landelijk EPD komt.

1Het elektronisch patiëntendossier was toch van de baan?Daar leek het op. In april had de Eerste Kamer al unaniem tegen het landelijke EPD gestemd, waarmee huisartsen, apothekers en specialisten gegevens delen over hun patiënten. De senaat vond dat de privacy van patiënten slecht gewaarborgd is bij een landelijke gegevensuitwisseling. De senatoren pleitten voor verbetering van de regionale systemen en verboden minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) nog mee te werken aan het landelijke EPD.

2Is er sindsdien toch doorgewerkt aan het EPD?Ja. Elektronische patiëntendossiers bestaan al langer. Maar alleen op regionaal niveau. Voor een Limburger die in Groningen een beroerte krijgt, kan het van levensbelang zijn dat de behandelend arts snel over zijn medische gegevens beschikt, vinden voorstanders. Al jaren pleiten politici daarom voor een landelijk EPD. De Tweede Kamer riep er in 2009 toe op, om de zorg beter te maken.

Sinds het nee van de senaat pakten zorgverleners zelf de handschoen op. Organisaties van artsen en apothekers wilden de invoering van het landelijke EPD onderling regelen. Anders zou de investering van 300 miljoen in het EPD deels voor niets zijn geweest, zeiden zij. Voor hun private initiatief – zonder overheidsbemoeienis – hadden zij geen nieuwe wetgeving nodig.

De zorgverleners verklaarden dat zij de wensen van de Eerste Kamer zouden respecteren: verbetering van de bestaande regionale systemen en goede privacybescherming. Hun bedoeling was de uitwisseling van patiëntgegevens, die nu nog per regio verschilt, te standaardiseren. Als er een gemeenschappelijke ‘taal’ komt, kunnen de regionale systemen op elkaar aansluiten voor landelijk gebruik. Hun plannen liepen echter vast: te weinig artsen en apothekers steunden het initiatief. Een week geleden kopten de media: doorstart EPD definitief van de baan.

Maar nu blijkt het toch weer anders. De Tweede Kamerfracties van VVD, CDA en PvdA droegen de regering gisteren bij motie op het er niet bij te laten zitten. De regering moet „betrokken organisaties oproepen het elektronisch patiëntendossier alsnog van de grond te laten komen”.

3Is de Eerste Kamer nog steeds tegen?Iedereen interpreteert de motie nu op zijn eigen manier, ook de drie senatoren van PvdA, SP en VVD die het verzet tegen het landelijke EPD aanvoerden. „Dit staat op zijn minst op gespannen voet met de wens van de Eerste Kamer”, zegt SP-senator Tineke Slagter. „Maar misschien bedoelt de Tweede Kamer dat de infrastructuur van het EPD bewaard moet worden om de regionale uitwisseling van gegevens zo veilig mogelijk te laten verlopen.”

Heleen Dupuis, Eerste Kamerlid voor de VVD, meent dat de motie van de Tweede Kamer alleen oproept tot nieuw overleg. „Daar ben ik niet tegen.” Dupuis stemde in april tegen het wetsvoorstel van haar eigen VVD-minister Schippers. Op de vraag of de Tweede Kamer de beslissing van de Eerste Kamer nu niet probeert te tackelen, zegt ze: „De partijen in het veld weten heel goed wat onze bedoeling is. Ik geloof dat we er wel uitkomen.”

De senaatswoordvoerder van de PvdA, Ing Yoe Tan, heeft de Eerste Kamer inmiddels verlaten en volgt het debat nu van een afstand. Zij zegt: „Dit is heel jammer allemaal.”