Goede naam

Een clash of civilizations, voor minder kwamen we gisteren niet naar de Amsterdamse rechtbank. Hier diende het kort geding tegen Bas Lubberhuizen dat is aangespannen door motorrijder, gecertificeerd tatoeëerder en voormalig ‘dikste man van Nederland’ Marcel Quax.

Lubberhuizen is de uitgever van het boek Platter & Dikker van H.J.A. Hofland en fotograaf Roel Visser. Het gaat over de ‘nieuwe mens’, zoals Hofland de afgebeelde soort doopte. De nieuwe mens, die hardnekkig herinnert aan mensen die je vroeger nog gewoon ordinair mocht noemen, tatoeëert ‘Fuck you’ op zijn benen. De nieuwe mens, schrijft Hofland, is dikker, praat harder en vlugger, kijkt vaak wantrouwend tot agressief en begeert oeverloos wat leuk of lekker is.

Marcel Quax zien we in dat boek op een blauwe motor hangen tijdens de Harley Davidson-dagen. Zijn blote armen, hals en zijn volledige gezicht zijn getatoeëerd. Quax voelt zich aangetast in eer en goede naam. „Door de publicatie wordt een koppeling gelegd tussen asocialen, hufters, agressievelingen, hebzuchtigen en Quax”, staat in de dagvaarding. Hij wil een schadevergoeding van 10.000 euro en dat het boek uit de handel verdwijnt. De eerste oplage van 1.500 exemplaren is uitverkocht, er komt al een tweede druk.

Hofland zat achter in de rechtszaal nobel te zwijgen. Hij werd door Lubberhuizens advocaat Guido Enkelaar met veel gevoel voor standsverschil geïntroduceerd als de „journalist van de twintigste eeuw” die „de P.C. Hooftprijs voor zijn complete oeuvre” had gekregen. Bas Lubberhuizen noemde de advocaat „een typisch Amsterdamse kleine niche-uitgeverij” van een „hoog cultureel gehalte”. En fotograaf Visser was „drie keer gelauwerd met een Zilveren Camera”.

Alsof de tentakels van de vervloekte grachtengordelelite zich hier nog niet voldoende uitstrekten, mengde toen ook kortgedingrechter S. Rullmann zich in de opsomming. Bas Lubberhuizen, zei zijn advocaat, geeft ook boeken uit in samenwerking met andere instanties...

...zoals de rechtbank!”, zei Rullmann opgewekt.

En toen uitdagend tegen Ruut Verhoeven, de advocaat van Marcel Quax: „Hoort u dat ook? En brengt dat u nog op gedachten?”

Onuitgesproken maar niet mis te verstaan hing hier de vraag ‘Wilt u wráken?’ in de rechtszaal. Wraking ligt in Amsterdam een tikje gevoelig, sinds de rechters hier tijdens het Wilders-proces aan de lopende band vooringenomen zijn genoemd.

„Neuh”, zei Verhoeven, enigszins beteuterd.

Zijn cliënt was ook al niet komen opdagen. Voor de raadsman leek er niet veel meer aan zonder zijn tamelijk kansloze maar publiciteit trekkende ‘tattoo-tokkie’, om GeenStijl maar eens te citeren. GeenStijl mag veel verweten worden, maar efficiënt typeren kunnen ze.

Net als de ‘tattoo-tokkie’ is ‘de nieuwe mens’ meestal niet een persoon die zichzelf aanwijst – hij wordt aangewezen. Met ‘de intellectueel’ kan dat anders liggen. Ziedaar de pijn van Marcel Quax.

Hij staat voor lul. Omdat het kan.