Even spreekt niemand over EK-titel

Met een incomplete selectie mag Oranje zich geen kandidaat noemen voor de EK-titel. Nederland verloor kansloos van Duitsland. Dat heeft niet alleen een bredere top, maar ook de toekomst.

Het EK van komende zomer leek drie titelkandidaten te hebben: Spanje, Duitsland en Nederland. Maar met een incomplete spelersgroep kan een streep door de naam van Oranje, zo bleek gisteravond in Hamburg. Op de plaats waar het Nederlands elftal in 1988 afrekende met de verloren WK-finale van 1974 en een stukje oorlogssentiment, zette Duitsland de door blessures verzwakte vicewereldkampioen met 3-0 te kijk.

„Dit doet pijn”, stelde bondscoach Bert van Marwijk tegen middernacht. „We bleven ver van ons niveau verwijderd, hielden ons niet aan de organisatie en misten creativiteit. Ik wil niet wijzen naar de afwezigen van vanavond, want we hebben terecht verloren van een tegenstander die heel goed is in de omschakeling.” En tot gelach van Duitse verslaggevers: „Dat waren ze vroeger ook al, maar nu kunnen ze ook nog goed voetballen.”

Het Nederlands elftal werd in Hamburg met eigen middelen verslagen. Want de laatste seizoenen zijn de twee elftallen dichter bij elkaar gekomen. Die Mannschaft speelt met Nederlandse aanvalstrekjes, Oranje nam een beetje resultaatvoetbal over van Duitsland. Het elftal van Van Marwijk kan echter niet zonder zijn creatieve Big Four, van wie alleen Wesley Sneijder speelde. Rafael van der Vaart, Robin van Persie en Arjen Robben zijn geblesseerd.

Bondscoach Joachim Löw, die zijn 75ste wedstrijd als bondscoach beleefde, was vooraf nog hoffelijk geweest met de opmerking dat Nederland twintig tot dertig topspelers heeft. Zijn collega Van Marwijk weet wel beter. Hij sprak deze week nog over de nadelen van een smalle top in de selectie. Misschien was het een voorteken dat de mondige Nederlandse internationals zich zo stil hielden in aanloop naar de prestigewedstrijd, terwijl de Duitsers wel enkele plaagstoten plaatsten.

Zo stelde voetbalicoon Franz Beckenbauer fijntjes dat Duitsland en Spanje de andere Europese landen mijlenver vooruit zijn. Teammanager Oliver Bierhoff rakelde op dat Nederland altijd maar tweede is. En spits Thomas Müller vond dat geen enkele voetballer van Oranje een verrijking zou zijn voor Duitsland.

Het gemis van de spelmakers bij het Nederlands elftal deed zich al na een kwartier voelen. Oranje miste regie op het veld, forceerde op zoek naar de controle en werd gestraft. Müller schoot raak na voorbereidend werk van Sami Khedira en Miroslav Klose. De spits van Poolse afkomst maakte zelf na een half uur het tweede doelpunt, een steenharde kopbal uit een voorzet van uitblinker Mesut Özil, en had voor rust nog twee keer kunnen scoren.

De internationals die trots verkondigen dat ze tegenstanders soms naar adem zien snakken, moesten nu zelf achter de bal aan jagen. Oranje werd bij vlagen verdedigend uiteengereten, kwam slechts sporadisch van de eigen speelhelft en creëerde slechts een enkele kans. Aanvoerder Mark van Bommel, Sneijder en de bejubelde Kevin Strootman grepen enkele keren ruw in om het vlotte aanvalsspel van Duitsland te stoppen.

In de tweede helft werd bevestigd dat het Nederlands elftal niet alleen een smalle top heeft, maar ook een relatief oude ten opzichte van de concurrentie. Waar Löw met de inbreng van onder anderen Mario Götze en Marco Reus zijn elftal alleen maar verjongde, greep van Van Marwijk in door de overlopen Strootman te vervangen door de ervaren Nigel de Jong, die met balverlies aan de basis stond van het derde, bijzonder fraaie doelpunt. Müller gaf de steekpass, Özil schoot raak na een een-tweetje met Klose.

Duitsland, dat derde werd bij het WK van 2006, tweede bij het EK van 2008 en derde bij het WK van 2010, hoeft zich, mede dankzij de regionale talentcentra, ook over de komende eindtoernooien geen zorgen te maken. Voor Oranje, de nummer twee van de FIFA-ranglijst, ligt dat anders. Nederland verloor vorige maand gemankeerd de laatste EK-kwalificatiewedstrijd van Zweden, speelde afgelopen vrijdag gelijk tegen Zwitserland en leed gisteren in de laatste interland van dit kalenderjaar de grootste nederlaag sinds 1996, toen bij het EK met 4-1 van Engeland werd verloren.

Over een EK-titel sprak even niemand bij Oranje, maar Van Bommel was zijn zelfvertrouwen niet verloren. De aanvoerder vond dat het niveauverschil „iets in het voordeel van Duitsland” was geweest, dat Oranje „niet overlopen” was.

„Vanavond kwamen we exceptionele kwaliteiten tekort en en was zichtbaar wat ik al langer roep”, besloot Van Marwijk. „We missen breedte in de top. Misschien plaatst deze nederlaag onze prestaties van de afgelopen jaren in een ander perspectief. Ik baal verschrikkelijk, maar ik ben blij dat we die vandaag hebben gekregen en niet op het EK. Voor nu was het duidelijk wie de beste is.”