'Druk en ambitie zitten in mijn genen'

Vandaag begint de negentiende editie van Crossing Border. Twee opvallende artiesten op het literatuur- en muziekfestival zijn zangeres St. Vincent uit Texas en de Haagse eenmansband Dyzack.

Eigenlijk is er niets veranderd. Hij is nog steeds een man met gitaar. En nog steeds klinkt hij helemaal niet als een man met gitaar. Zodra Erik Hofland (37), beter bekend als singer-songwriter Dyzack, begint te spelen lijkt het alsof hij een complete band in zijn klankkast heeft verstopt. Behalve onnavolgbaar getokkel tovert hij bas- en drumpartijen tevoorschijn. En terwijl zijn stem en mondharmonica huilen, laat hij met duivels geraas een slide over zijn snaren racen.

Hij is kortom nog even virtuoos als tien jaar geleden. Toen werd hij gebombardeerd tot ‘postmoderne Nikkelen Nelis’ en ‘nieuw wonderkind van de Nederpop’. Hij speelde op grote festivals, toerde met Anouk en won een Zilveren Harp. Maar na drie albums werd het stil. De platenmaatschappij wilde hem niet meer, en hij ging muziek maken voor theatergroep Vis à Vis. „Af en toe speelde ik nog stiekem, in cafés of huiskamers.”

Dat is het verschil met vroeger: tegenwoordig doet Dyzack alles zelf. Zijn nieuwe, geniale plaat This Mangy Soul heeft hij thuis in Den Haag opgenomen. Voor het interview, in het Haagse café waar hij werkt, is hij bij een Amsterdamse drukkerij de hoesjes gaan ophalen. Hij vouwt en plakt ze zelf. „Na anderhalf uur had ik er dertig af.” Die levert hij vervolgens af bij cd-winkels of hij stuurt ze naar fans die het album via zijn site hebben besteld.

Bevalt dat, alles zelf doen?

„Ik heb nu geen label, maar ik voel me geen loser. Vijf jaar geleden had ik het wel helemaal gehad. Toen wilde ik opnieuw beginnen: een nieuwe artiestennaam verzinnen en een cd maken over heteluchtballonnen waarmee ik rond de wereld reisde op zoek naar een eigen paradijs. Het was exotisme: in mijn hoofd wilde ik weg.”

Het werd een plaat over de zelfmoord van uw vader.

„Het is niet zo dat ik mijn verlies verwerk. Ik was veertien toen hij het deed. Op die leeftijd dacht ik: ik kan alles wel zelf. Ik zag mijn vader ook maar eens in de twee weken. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik twee was, ik ben prima opgevoed door mijn stiefvader.

„Maar ik droom regelmatig dat hij nog leeft. Als ik dan met hem wil praten, zegt een dokter: ‘Hij is een beetje raar, laat hem maar met rust.’ Hij zwerft rond als een soort van ziel waar iets niet aan klopt. Alsof ik telkens opnieuw moet beseffen: hij is er echt niet meer. Ik kon dat lange tijd niet omschrijven, tot ik This Mangy Soul bedacht. Deze schurftige ziel – ik weet het: in het Engels klinkt het beter. Maar vanaf dat moment wist ik: hier moet ik op mijn plaat eens flink over gaan hebben. Het nummer Fading to soul beschrijft bijvoorbeeld het moment waarop je snapt dat iemand echt weg is.”

Waarom pleegde hij zelfmoord?

„Dat weet je nooit, maar ik begrijp wel dat je jezelf gek kunt maken omdat je ontevreden bent met jezelf. Mijn vader werkte als gifcontroleur in broeikassen. Daar zou ik ook heel ongelukkig van worden. Hij was iets ouder dan ik nu ben, maar ik zit in een soortgelijke fase.”

Hoezo?

„Die druk en ambitie zitten in mijn genen. Ik kan ook denken: het gaat niet goed. Ik werk nog steeds achter een bar, terwijl ik 37 ben. Zoiets doe je niet. Dat is een studentenbaan. Muzikaal gezien ben ik helemaal uit. Er wordt niet meer over me gepraat. Ik maak niets relevants meer. Het is gewoon verloren.

„Die gedachte is langzaam omgeslagen in: wat kan mij het schelen? Ik maak muziek voor mezelf. Bij mijn vorige plaat had ik nog het idee: hij moet heel goed verkopen en uitstekende recensies krijgen. Nu interesseert het me geen reet. Ik moet niks. Ik weet dat ik live iets bijzonders neerzet, dat kan op een enorm podium, maar ook in een huiskamer of café.”

Dyzack op Crossing Border: Den Haag, 18 november, 22.30); Antwerpen, 19 november (20.45)