De relatie is vooral een economische

Wat hebben Britten en Nederlanders met elkaar? Historie, zeggen experts. En economische belangen. Maar politiek? Ach, voor de Britten is Nederland soms „handig”.

Vraag een Britse Nederland-watcher over het belang van Nederland voor het Verenigd Koninkrijk en hij begint over de historie.

Colin Budd, oud-ambassadeur in Den Haag, zegt: „De Britten hebben in de 16de, 17de, 18de, 19de en 20ste eeuw samen met de Nederlanders gevochten.” Benjamin Kaplan, de enige hoogleraar Nederlandse geschiedenis buiten Nederland, aan University College Londen, zegt: „Enkele eeuwen was Nederland de belangrijkste partner van de Britten.” Piers Ludlow, een van de auteurs van Unspoken Allies zegt over de Anglo-Nederlandse relatie: „Het waren twee machtige zeevarende naties.” En Clive Bossom, vicevoorzitter van de Anglo-Netherlands Society, oud-Lagerhuislid en in de Tweede Wereldoorlog gelegerd in Nijmegen, zegt in een verwijzing naar stadhouder Willem III en diens Engelse echtgenote: „We danken onze relatie aan William en Mary.”

Maar hoe zit het met het heden? Ze leggen het uit met her en der een Nederlandse zin of woord. Ze roemen de „gedeelde wereldvisie en de trouw aan de NAVO” (Budd), „de culturele invloed” (Kaplan) en „de overeenstemming over de Europese interne markt en over het belang van een goede relatie met de VS” (Ludlow) en „de wederzijdse steun in Brussel” (Bossom). En natuurlijk komen Anglo-Nederlandse bedrijven als Shell en Unilever ter sprake.

Het is vooral een economische relatie. Politiek hoeft Nederland zich geen illusies te maken, zegt Ludlow. „Voor Nederland is de relatie met het Verenigd Koninkrijk zeer belangrijk. Voor de Britten is de relatie met Nederland bij tijd en wijle handig.” Premier Cameron kijkt, net als zijn voorgangers, „instinctief naar landen die qua grootte en belang” bij de Britten passen. Dat zijn in Europa Duitsland en Frankrijk, „en als het uitkomt Italië”.

Intussen is Nederland in zijn Europese standpunt opgeschoven naar het Britse idee over Europa, vinden ze. En dat wordt zorgelijk genoemd: „Nederland keek altijd naar buiten. Dat was jullie kracht”, zegt Ludlow. Budd: „De relatieve invloed van Nederland in de EU is kleiner geworden.” Bossom ziet het positief: „Met Duitsland en Frankrijk zal Nederland de EU draaiende houden.”

Budd spreekt over een „strategische vriendschap – met ook van Britse kant de duidelijke wetenschap dat de Nederlanders altijd hun eigen belang zullen volgen”. De oud-ambassadeur wijst erop dat de Nederlandse buitenlandpolitiek afhangt van de minister: „Van Mierlo neigde naar Frankrijk, Van Aartsen naar het Verenigd Koninkrijk, Verhagen leek een Duits-Franse aanpak voor te staan.”

Niet dat buiten de Nederland-watchers veel Britten dat doorhebben. Voor Nederland is weinig belangstelling in de media, en voor Rutte hooguit als hij iets over de euro zegt. Maar dat, zegt Ludlow, is juist positief. „Een premier die veel aandacht krijgt, komt óf uit een probleemland of een land waar wij problemen mee hebben.”