China eert 'duif' Poetin

Het Chinese bewind heeft zich al vaak kwaad gemaakt over buitenlandse vredesprijzen, zoals vorig jaar toen de Nobelprijs voor de Vrede naar de dissident Liu Xiaobao ging. Ditmaal is het Chinese ministerie van Cultuur echter in verlegenheid geraakt door een vredesprijs van eigen bodem, de Confucius Vredesprijs, die vorig jaar in het leven werd geroepen met steun van de autoriteiten.

Het comité dat over de prijs beslist kondigde gisteren aan dat de prijs dit jaar naar een verrassende kandidaat gaat: de Russische president Vladimir Poetin, elders in de wereld niet bekend als vredesduif. Poetin was uitverkoren wegens zijn verzet tegen de bombardementen in Libië. Daarmee had de president bijgedragen aan de wereldvrede. Ook de manier waarop Poetin middels een oorlog met veel slachtoffers ‘de vrede herstelde’ in Tsjetsjenië sprak in zijn voordeel, stelde het comitélid Qia Damo.

De aankondiging baarde opzien, omdat het Chinese ministerie van Cultuur eerder had verklaard dat er dit jaar geen Confuciusprijs zou worden toegekend. Het is niet duidelijk of Poetin al is ingelicht.

Er lijkt geen zegen te rusten op de prijs, waaraan een bedrag van ruim 10.000 euro is verbonden. Vorig jaar zou de prijs naar de Taiwanese politicus Lien Chan gaan. Maar hij kwam hem nooit afhalen en het is zelfs niet duidelijk of hij wist dat hij de prijs had gewonnen. In plaats daarvan werd de prijs uitgereikt aan een jong meisje, wier identiteit nooit is onthuld. Volgens Qiao Damo wil het comité de prijs op 9 december uitreiken. (AP, BBC)