Chillen, roken en flirten in Teheran

In het streng-islamitische Iran opent de ene moderne koffiebar na de andere. Jonge mensen kunnen elkaar daar redelijk ongestoord ontmoeten. „De overheid tolereert ons, want we zijn met te veel.”

Verborgen in een hoekje van het winkelcentrum Feresteh, recht achter een van de weinige lingeriewinkels in Teheran en naast een banketbakkerij, lijkt de moderne koffiebar Lime een goed bewaard geheim.

Een nummer van popzanger Ricky Martin klinkt op de achtergrond. Hippe jonge klanten bestellen espresso’s van 3 euro en checken met hun smartphones via het wireless netwerk hun e-mail.

Meisjes met lang haar onder hun hoofddoeken uit, giechelen terwijl hun vriendjes innig hun handen vasthouden.

„Het doel is dat mensen zich hier op hun gemak voelen”, zegt de eigenaar van het café, Joobin Gharaei. „We willen een privésfeer creëren.”

Binnen de met moderne kunst behangen muren van Lime zouden klanten bijna vergeten dat ze in de islamitische republiek Iran wonen, waar shi’itische geestelijken een strikte scheiding tussen de seksen prediken en popmuziek en disco’s streng verboden zijn.

De Iraanse wet schrijft voor wat mensen wel en niet in het openbaar mogen doen, hoe ze zich moeten kleden en hoe ze zich uiten. Vrouwen moeten hun haar bedekken. Een ander vasthouden of kussen mag absoluut niet. En al klagen veel mensen openlijk over de Iraanse leiders, er is altijd de angst dat iemand kan meeluisteren. De meeste mensen scheppen daarom hun eigen wereld, thuis en in de woningen van hun vrienden.

En nu is er een explosie van koffiebars in de Iraanse steden. De etablissementen zijn eilandjes van rust waar jongeren zich kunnen terugtrekken van drukke straten en geen last hebben van priemende ogen.

Tien jaar geleden waren er slechts enkele tientallen koffiebars in Teheran, maar nu zijn er honderden, en iedere dag worden er nieuwe geopend, zo lijkt het. Zelfs in autowasstraten en bioscopen worden koffiehoekjes ingericht.

Het zijn de weinige plaatsen in Teheran waar jonge mensen elkaar redelijk ongestoord kunnen ontmoeten en waar kunstenaars en intellectuelen debatteren.

Maar de andere realiteit, die van de staat, is nooit ver weg. In de buurt van het winkelcentrum waar Lime in 2009 zijn deuren opende, houden agenten van de zedenpolitie – motto: ‘het bevorderen van deugd en het tegengaan van het kwaad’ – vanavond auto’s met jongeren aan.

Sommigen worden gearresteerd, wegens strakke kleding wellicht, een vrouwenverbod, of omdat er ongetrouwde stelletjes tussen zitten.

Anderen gaan vrijuit. Het is onduidelijk waarom bepaalde mensen ongestoord kunnen doorrijden en anderen niet.

Het is dan ook beter om niet te veel op straat te zijn, zegt een ongehuwd stel, vaste klanten van koffiebar Star in een opkomende middenklassewijk in het westen van Teheran. „We verstoppen ons in deze koffiebars”, zegt Nima Manzouri (24), die naast zijn vriendin zit. „Als we elkaars hand vasthouden op straat kunnen we worden gearresteerd. Dus komen we hier, geven we 10.000 toman uit – ongeveer 6 euro – en kletsen wat bij.”

Maar dat betekent niet dat de koffiebars een soort officieuze vrijzones zijn, of dat de zedenpolitie er niet binnenkomt. De etablissementen worden getolereerd, maar ze kunnen ook makkelijk worden gesloten.

Vorig jaar vielen tientallen agenten het café Déjà Vu in Teheran binnen, laadden de klanten in busjes en namen hen mee naar het politiebureau voor ondervraging. De meesten kregen boetes, zegt de voormalige eigenaar van de koffiebar, die anoniem wil blijven.

„De politie vertelde me dat vrouwen sigaretten rookten, maar uiteindelijk draait het allemaal om jongens en meisjes die elkaar willen ontmoeten”, zegt hij. „Maar de autoriteiten kunnen niet alle koffiebars dichtgooien. Tegenwoordig zijn er simpelweg te veel van.”

In Café Alme, in de buurt van de campus van de Universiteit van Teheran, geven stelletjes een veelbetekenende knik naar de eigenaar, Abbas. Vervolgens lopen ze door, een trap op naar een meer afgesloten gedeelte van de koffiebar.

Zes maanden geleden sloot de zedenpolitie de eerste verdieping af, omdat er „geflirt” werd, zegt Abbas (30), die zijn familienaam niet wil geven. „Nu is die weer open, de klanten komen er graag.”

Elvis Presley’s Heartbreak hotel klinkt op de achtergrond en Abbas schenkt een koffie-verkeerd. „Wanneer jongeren buiten hun ouderlijk huis willen afspreken, zijn koffiebars de enige plek waar ze heen kunnen.”

Het zijn dan ook de jongeren die de opmars van de koffiebars financieren. Een espresso kost hier omgerekend tussen de 2 en 4 euro, en broodjes het dubbele. Dat is duur voor Iraniërs. Maar ook al is de werkloosheid groot, veel mensen in de hoofdstad profiteren direct of indirect van het oliegeld dat Iran nog steeds binnenstroomt, en kunnen de prijzen wel betalen.

Aan de overkant van de Mosalla-moskee, een onafgebouwde moloch van staal en beton, lopen twee jonge vrouwen café Khiyaban binnen voor hun dagelijkse sigarettenpauze. Ze werken bij een bank in de buurt. „Vrouwen worden niet geacht te roken”, zegt een van hen. „Dus komen we hier, drinken twee thee en roken zoveel we kunnen, soms wel een half pakje. En gaan dan als nette meisjes terug naar ons werk.”

Hadi, een van de eigenaren van het café, zegt dat het onmogelijk is de klok terug te draaien naar de tijd dat er echt helemaal niets te beleven viel in Teheran. „De autoriteiten moeten ons wel tolereren”, zegt hij. „Jonge mensen moeten ergens zichzelf kunnen zijn. Hier kan dat.”

Thomas Erdbrink