'Bruine' terreur kreeg wel veel ruimte

Een infiltrant van de Duitse veiligheidsdienst die ‘Kleine Adolf’ werd genoemd zou in de buurt van extreem-rechtse moorden zijn geweest.

Een groepje zwijgende betogers bij de Brandenburger Tor in Berlijn draagt borden met de namen van Enver Simsek, Habil Kilic, Halil Yozgat en zes lotgenoten. Het zijn de slachtoffers van een reeks racistische moorden, opgeëist door twee rechtse extremisten. De net ontdekte ‘bruine’ terreur kent zijn weerga niet in het naoorlogse Duitsland.

Simsek werd op 9 september 2000 geëxecuteerd in zijn bloemenzaak in Neurenberg, Kilic op 29 augustus 2001 in zijn groentewinkel in München, Yozgat op 6 april 2006 in zijn döner- annex internetcafé in Kassel. Het waren Turken, net als vijf andere slachtoffers. Een Griek, middenstander Theodorus Boulgarides, vond eveneens een gewelddadige dood.

Er is een schokgolf door het land, met zijn ‘bruine’ naziverleden, gegaan. ‘Beschamend’ noemde bondskanselier Merkel het gisteren.

De autoriteiten hebben altijd beweerd dat weliswaar een harde kern neonazi’s in de Bondsrepubliek actief is, maar dat van hen geen terroristische dreiging uitgaat.

Nu blijkt dat het tegendeel het geval was. Twee neonazi’s, sympathisanten van de extreem-rechtse Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD), konden ruim tien jaar ongehinderd hun gewelddadige gang gaan. En ze waren mogelijk minder geïsoleerd dan gedacht.

Beide mannen, Uwe Böhnhardt (34) en Uwe Mundlos (38), hebben vorige week onder raadselachtige omstandigheden waarschijnlijk zelfmoord gepleegd. Ze lieten een video achter met een bekentenis: zij hadden de Turken en de Griek gedood.

Uit de video blijkt dat ze ook verantwoordelijk zijn voor de moord in 2007 op de jonge politieagente Michèle Kiesewetter uit Heilbronn.

En ze zouden in 2004 een aanslag met een spijkerbom in Keulen hebben gepleegd, in een straat waar allochtonen wonen. Daarbij vielen meer dan twintig gewonden. Een vrouw die met hen samenleefde, de 36-jarige Beate Zschäpe, heeft zich aangegeven. Een andere verdachte is gearresteerd, en de politie sluit niet uit dat er meer handlangers zijn.

De grote vraag van dit moment is: hoe kon dit onder de ogen van politie en binnenlandse veiligheidsdienst zo lang voortduren? Diverse media suggereren dat de geheime dienst van de Oost-Duitse deelstaten Hessen en Thüringen, waar de hoofdverdachten vandaan kwamen, meer moet hebben geweten. Een infiltrant in de neonazistische beweging zou veiligheidsfunctionarissen op de hoogte hebben gesteld. Mogelijk is hij bij een of meerdere moorden in de buurt van het misdrijf aanwezig geweest. Zijn reputatie is dubieus; wegens rechtse sympathieën wordt hij ‘kleine Adolf’ genoemd.

Opnieuw gaan in de politiek stemmen op om de rechts-radicale NPD, waarin de vermoedelijke hoofddaders jarenlang actief waren, te laten verbieden. De Nationaldemokratische Partei Deutschlands is allesbehalve een onschuldige politieke beweging. Haar revanchistische ideologie roept herinneringen op aan het nazisme. Het gedachtegoed berust op patriottisme, buitenlanderhaat en een anti-Europese opstelling.

De NPD probeert zich te ontdoen van haar imago van beweging voor neonazistische relschoppers, met kaalgeschoren hoofden en bomberjacks. Dit weekeinde koos de partij een voorzitter, de 40-jarige Holger Apfel, die de NPD „een moderner aanzien” wil geven. Maar hij kreeg een vicevoorzitter naast zich van de oude stempel. Udo Pastörs is berucht om z’n extremistische opvattingen.

De partij heeft in het oosten van Duitsland op sommige plaatsen verrassend veel aanhang. Toen enkele maanden geleden Mecklenburg-Vorpommern een nieuw parlement koos, haalde de NPD 6 procent van de stemmen (circa veertigduizend kiezers). De partij zit met vijf zetels in het parlement. In de Oost-Duitse deelstaat Saksen heeft ze er acht.

De neonazi’s beschouwen de vijf oostelijke deelstaten die samen de voormalige DDR vormen als hun belangrijkste werkterrein. Waar hoge werkloosheid heerst, waar de vergrijzing toeslaat en sociale structuren uiteen vallen door demografische en economische factoren, daar doet extreemrechts het meestal goed. In Mecklenburg-Vorpommern zijn plekken waar de NPD meer dan 20 procent van de stemmen haalde.

De premier van Mecklenburg-Vorpommern, de sociaal-democraat Erwin Sellering, is een van de weinige Duitse politici die stelselmatig het gevaar van de partij voor het voetlicht hebben gebracht. „De NPD heeft onze deelstaat tot ideologisch voorhoedegebied uitgeroepen. Hier hebben ze hun geld en personeel geconcentreerd”, zegt hij.

Als het aan Sellering ligt, wordt de NPD verboden. Juridisch is dat lastig, zo is in het verleden gebleken. Maar Sellering vindt dat een partijverbod opnieuw onderzocht moet worden. „In de westelijke deelstaten is er weinig animo voor. Maar de democratische partijen hier weten wel beter. Ik vrees dat mijn collega’s in het westen lang de risico’s van de NPD hebben onderschat.”

Begin 2001 deed de regering van bondskanselier Gerhard Schröder al een poging de NPD te verbieden.

Na twee jaar onderzoek bleek dat de binnenlandse veiligheidsdienst infiltranten in de partij had. Dat leidde tot een rel en tot het afbreken van de verbodsprocedure.