Berlusconi laat een leegte achter op de markt

Urania, de Italiaanse oppas van ons gezin, voelde zich maandagochtend niet zo lekker. 85 is ze, maar haar ogen twinkelen altijd. „Ik weet niet wat het is”, zei ze. „Ik voel me leeg. Alsof ik het bericht heb gekregen dat iemand is overleden.”

Ze heeft nooit op de vertrokken premier Silvio Berlusconi gestemd, zegt ze. Maar haar desoriëntatie deze ochtend wijt ze aan zijn vertrek. Haar dochter Nidia, fervente links-stemmer, zegt ook een onbestemd gevoel te hebben. „We zijn nog niet van hem af. Hij zint op een truc.Dit gaat te gemakkelijk.”

Hun opmerkingen drijven me naar de markt in Grottaferrata, een dorpje ten zuiden van Rome waar vele rijke Romeinen een rustig heenkomen zochten. Worstelen meer Italianen met de politieke explosie die het afgelopen weekend plaatshad?

Ik ontmoet Anna-Maria. Een vrouw met blauwe zonnebrilglazen en een totaal dicht gepoederd gezicht waar een sigaretje uitsteekt. Ze rust uit in het goederenbusje bij de onderbroekenstand. Ze leert me dat Berlusconi zijn machtsbasis nog lang niet kwijt is.

„Het spijt me dat hij weg is. Ik heb altijd op hem gestemd, omdat hij een goed mens is.” De manier waarop hij is „mishandeld”, vervult haar met medelijden. „Ze hebben hem een stok tussen de benen gestoken. Hij wilde goed doen. Grote mensen redden het helaas niet altijd in deze wereld.” Of hij nog terugkomt? „Ik denk het niet. En dat is beter voor hem. Op zijn leeftijd moet hij zichzelf ook wat sparen. Je kunt je niet altijd blijven geven.”

Fausto, de conciërge van de school van onze jongste dochter, rekent me voor hoe Italië er bovenop kan komen. „Als we niet één, maar tien Berlusconi’s hadden, zou het veel beter gaan met ons land. Silvio biedt met zijn bedrijven duizenden mensen werk. Hadden we meer van zijn soort types dan was de werkloosheid opgelost.”

Fausto en Anna-Maria zijn niet de enigen die morgen weer op Silvio zouden stemmen. Opvallend veel marktgangers weigeren met me te praten als ik ze naar de val van Berlusconi vraag. Ze kijken verwijtend. Ze dragen hun verlies liever in stilte en zeggen alleen dat Italië er met Monti veel slechter voor staat.

Op dezelfde markt zijn ook opgeluchte mensen. „Heel blij ben ik”, zegt Maria, een Zwitserse die al dertig jaar in Italië woont. „Maar ook bezorgd.” Berlusconi is misschien weg, de Italianen niet. Hij sprak voor Italianen die altijd op hem hebben gestemd. „Om de geciviliseerde mentaliteit van het Noorden hier te brengen, hebben we twee generaties nodig. Het land is doordrenkt van Berlusconi’s egoïstische mentaliteit.”

Ze zucht. „We hebben de zon, we hebben heerlijk eten, maar we hebben ook gaten in onze wegen, scholen waar het plamuur vanaf valt, ziekenhuizen die niet functioneren. Het kan niet zomaar veranderen.”

Marktkoopman Claudio vervloekt alle politici. Hij vestigt zijn hoop op de technocraat Mario Monti. Mocht Monti niet slagen, dan ziet Claudio het somber in. „In andere landen zijn politici er voor het volk. Hier is het volk er voor de politici.”

„Waarom liberaliseren we ook niet de markt voor politici? De Noord-Europese politici zouden de rommel die onze parlementariërs hebben gecreëerd, kunnen opruimen.” Er klinkt instemming vanachter de bakken vol kleren. „Ja, stuur ons de Hollandse politici, laat ze ons helpen.”

Bas Mesters

Bas Mesters is correspondent voor nrc.next en NRC Handelsblad in Italië.