Barnier verslikt zich in kredietbeoordelaars

Eurocommissaris Barnier wil de macht van kredietbureaus indammen. Economen denken dat dat onzinnig is. „Verlaagde ratings zijn het probleem niet.”

Graag had eurocommissaris Michel Barnier (Interne Markt) gisteren een beetje wraak genomen op kredietbeoordelaar Standard & Poor’s, die donderdag per abuis de Franse staatsschuld afwaardeerde. Maar het lukte hem maar half. Barnier, zelf Fransman, probeerde andere eurocommissarissen over te halen om zijn voorstel voor extra regulering van kredietbureaus te steunen. Na een verhitte discussie van drie uur moest hij twee belangrijke onderdelen van het voorstel intrekken. De rest kwam erdoor.

De nederlaag van Barnier is significant omdat zij een van de grootste politieke tegenstellingen in Europa blootlegt: die tussen de EU-landen mét en zónder euro. Wat sneuvelde uit Barniers voorstel was de bepaling dat de toezichthouder „in uitzonderlijke omstandigheden” ratings van een land kan opschorten. Landen die hier volgens Barnier baat bij hebben, zijn eurolanden. En de grootste tegenstanders zijn Groot-Brittannië en Zweden – landen zonder euro. Financiële regulering in Europa wordt met 27, niet 17 landen beslist. De betrekkingen tussen Barnier en de Britse regering zijn zeer gespannen. De Britten vinden Barnier een maniakale regelneef, die namens Parijs probeert om Londen als financieel centrum een kopje kleiner te maken. De Britten, die bij Barniers benoeming de post van directeur-generaal opeisten en kregen om hem te controleren, verzetten zich tegen elke beperking die hij de financiële sector wil opleggen.

Lady Ashton leidde gisteren de oppositie tegen Barnier. Maar ook andere commissarissen waren maar half overtuigd van Barniers redenering dat een euroland dat moet lenen van het noodfonds, zonder ratings sneller uit de put komt. Griekenland en Portugal kregen constant afwaarderingen terwijl zij onderhandelden over bezuinigingen. Dit maakte die bezuinigingen meteen achterhaald en zorgde voor politieke onrust in de hele eurozone.

Volgens de Duitse minister Schäuble maakt de „oligopolie” van kredietbureaus crisisbestrijding op lange termijn onmogelijk. Toch vindt zelfs Portugal dat ratings opschorten beleggers net zo’n slecht signaal geeft als slechte ratings krijgen. In beide gevallen betekent het slecht nieuws. Barnier gaf toe dat het opschorten van ratings „te innovatief” was geweest maar zwoer erop terug te komen. „Meer onderzoek is nodig.” Volgens betrokkenen is president Sarkozy „in alle staten” over de Franse AAA-rating. Barnier is een loyaal partijgenoot van Sarkozy.

Ook Barniers plan om fusies tussen grote kredietbureaus te verbieden sneuvelde gisteren.

De rest van het voorstel kwam er redelijk ongeschonden door. Zo wil Barnier de Europese toezichthouder – ESMA in Parijs – zeggenschap geven over de methodologie die kredietbureaus gebruiken. Bestaande regels stellen juist dat ESMA zich daarmee niet zal bemoeien. Ook wil Barnier beleggers de mogelijkheid geven kredietbureaus voor het gerecht te slepen, als die „opzettelijk” de regels overtreden (de toevoeging „door nalatigheid” werd geschrapt). Ten slotte wil hij dat banken, die betalen voor ratings, volgens een verplicht rotatiesysteem minder afhankelijk worden van één bureau. Zo wil hij de macht van de drie bureaus (S&P’s, Moody’s en Fitch), die 90 procent van de Europese markt beheersen, afzwakken. Met meer bureaus wordt de impact per rating kleiner.

Nu moeten EU-lidstaten en het Europees parlement erover onderhandelen. Vuurwerk is verzekerd. Socialisten en Groenen in het parlement vinden het voorstel van gisteren „tandeloos”. Barnier, zeggen zij, is „voor de ratinglobby gezwicht” – lees: Londen. In april vroeg het parlement Barnier een Europees kredietbureau op te richten, als tegenwicht tegen de drie overwegend Amerikaanse bureaus (alleen Fitch is 60 procent Frans). Barnier weigert dat. Niemand zou zo’n bureau serieus nemen. Van ‘anti-Europese’ ratings is geen bewijs. Kregen de VS ook niet een afwaardering deze zomer?

Ook met banktoezicht en regels voor hedgefondsen wilde het parlement verder gaan dan de lidstaten. Die strijd duurde maanden. De onenigheid tussen eurocommissarissen is een voorschot op een nieuwe botsing. Burgers zien kredietbureaus als aanjagers van de kredietcrisis. Parlementariërs willen hen tonen dat zij actie ondernemen. Maar veel regeringen willen de bureaus niet wéér aanpakken. Afgelopen twee jaar zijn er al twee reguleringsrondes geweest. De laatste werd eind oktober van kracht. Velen willen hiervan eerst het effect beoordelen.

Nicolas Véron van de denktank Bruegel vindt ook dat voorzichtigheid geboden is: „De turbulentie op de markten komt niet door ratings maar door uitspraken van politici, zoals de Griekse premier die een referendum aankondigt.” Ratings opschorten is zoiets als „de thermometer kapotslaan. Je maakt de zieke er niet beter mee.” De afgelopen jaren, zegt Karel Lannoo van denktank CEPS, hebben politici de kredietbureaus zelf veel invloed gegeven. „Dat is het probleem. Als je de bureaus sterker reguleert, maak je je alleen maar meer afhankelijk van ze.”

    • Caroline de Gruyter