Waarom heet een droogdoek theedoek?

Sinds kort woont Wilbert Smit in Zürich. Toen hij daar voor het eerst de afwas deed, leerde hij dat een theedoek een Abtrockentuch (afdroogdoek) wordt genoemd. Eigenlijk veel logischer, dacht Wilbert. Waarom noemen wij een theedoek een theedoek?

In de 19de eeuw droogden dames van goede stand hun mooie porseleinen theekopjes met een speciale doek af: de theedoek. „Dat lieten ze niet door hun hulpjes doen, maar dat deden ze zelf”, vertelt Caroline Boot. Ze is conservator bij het Audax Textielmuseum in Tilburg. „Die kopjes waren zo delicaat, dat de dames ze niet aan de bediening over durfden te laten.”

De theedoek was dus echt alleen bedoeld voor theekopjes. „Voor glazen, borden en potten werden aparte droogdoeken gebruikt”, zegt Boot. Zo ontwierp Chris Lebeau in 1911 een collectie linnen droogdoeken die maar liefst elf stuks telde: een toilet-, fontijn-, zilver-, kopjes-, glas-, borden-, kommen-, keuken-, closet-, pot- en theedoek. Afhankelijk van de functie verschilden onder meer het materiaal en de dikte van het garen waarmee de doek geweven was. Zo was een glasdoek van 100 procent linnen en geweven met heel dun garen. Een potdoek was vaak van katoen, met grof garen. Boot: „Hoe grover het werk, hoe grover de doek.”

Maar waarom gebruikten men zoveel doeken? „Dat had vooral met status te maken”, weet Hanneke Oosterhof, die ook voor het Textielmuseum werkt en vorig jaar de publicatie Kraakhelder – 100 jaar huishoudtextiel samenstelde. „Honderd jaar geleden was een goed gevulde linnenkast de trots van veel vrouwen”, vertelt Oosterhof. „Vooral in burgerlijke kringen was deze kast - met stapels tafellakens, servetten en droogdoeken - zelfs voorwaarde om in het huwelijksbootje te stappen.”

De aanstaande bruid kocht haar linnenuitzet bij een linnenfabrikant. Bij de firma van Dijk, Manders & Co. was het tot in de jaren dertig mogelijk om ‘gehele’ huwelijksuitzetten te kopen van 100 tot ruim 600 stuks. Bij andere firma’s werden uitzetten veelal gekocht per el (ca. 90 cm), waarna de vrouw zelf aan de slag ging . Oosterhof: “De kwaliteit van het textiel was heel belangrijk, want de uitzet moest een heel leven meegaan.”

Pas na de jaren zestig werd minder waarde gehecht aan de linnenkast. Alleen de theedoek bleef over.

Maite Vermeulen