Vijf jaar Al Jazeera in het Engels. Westers mediamonopolie doorbroken

Andere televisiestations tonen de lancering van raketten, wij doen verslag van de landing. Met deze woorden gaf Al Jazeera’s Riz Khan, een journalist die eerder voor BBC en CNN werkte, eens het belang van zijn medium aan. Het Arabische televisienetwerk, dat in 1996 het licht zag, zendt sinds 15 november 2006 ook in het Engels uit. Vandaag een lustrum dus.

Andere televisiestations tonen de lancering van raketten, wij doen verslag van de landing. Met deze woorden gaf Al Jazeera’s Riz Khan, een journalist die eerder voor BBC en CNN werkte, eens het belang van zijn medium aan. Het Arabische televisienetwerk, dat in 1996 het licht zag, zendt sinds 15 november 2006 ook in het Engels uit. Vandaag een lustrum dus.

De slagzin van Al Jazeera English, ‘setting the news agenda’, vat eigenlijk alle controverses, kritieken en lofuitingen over het netwerk in één zin samen. Vooral tijdens de Arabische Lente kon je je afvragen wat de rol van het station was: verslaggever, actievoerder of beiden? Feit is dat het netwerk enorme invloed heeft: het Arabisch-talige gedeelte wordt door 40 miljoen mensen bekeken en het Engelstalige is beschikbaar in 220 miljoen huishoudens wereldwijd.

Met correspondenten van tientallen nationaliteiten, verspreid over de gehele wereld, is Al Jazeera English misschien wel internationaler georiënteerd dan het Amerikaanse CNN of het Britse BBC. Maar met een hoofdkantoor in de Qatarese hoofdstad Doha, en een islamitische vorst als eigenaar, wordt het station ook gezien als een Arabische doorbraak in een door Angelsaksische stations gedomineerde mediawereld. Niet voor niets had het Amerika onder Bush moeite met Al Jazeera’s verslag van de oorlogen in Irak en Afghanistan. Het in beeld brengen van onschuldige slachtoffers, bijvoorbeeld, was funest voor het morele aanzien van de Verenigde Staten.

Amerika is de informatieoorlog aan het verliezen

Momenteel staat het Witte Huis een stuk positiever tegenover de zender. In maart prees Hillary Clinton, minister van Buitenlandse Zaken, het station als brenger van “echt nieuws” in plaats van “een miljoen reclames”. Haar compliment had overigens een dubbele boodschap, want tegelijkertijd gaf ze de Amerikaanse media een veeg uit de pan: die zouden “de informatieoorlog” verliezen. Al Jazeera, zo zei Clinton tegen ABC News, “verandert letterlijk het bewustzijn en gedrag van mensen. Je kunt ervan houden of het haten, maar effectief is het wel”. Ondertussen kunnen Amerikaanse stations ook concurrentie verwachten vanuit China en Rusland, waarschuwde ze. Ook daar wordt hard gewerkt aan een Engelstalig tv-station met wereldbereik. Dat Al Jazeera tijdens de Arabische Lente zo duidelijk de kant van de opstandelingen koos is het Witte Huis niet ontgaan. De banden zijn warmer dan ooit.

Vanzelfsprekend beweert Al Jazeera onafhankelijk en objectief te zijn. Maar dat laat onverlet dat het nieuwsstation onder grote druk staat van machtige partijen. Bron van speculatie was het aftreden van topman Wadah Khanfar, eind september. Hij werd opgevolgd door Ahmad bin Jasem bin Muhammad al-Thani, lid van de Qatarese koninklijke familie die Al Jazeera oprichtte en financieel draaiende houdt. Khanfar was even voor zijn aftreden in opspraak gekomen omdat hij - volgens uitgelekte ambassadeberichten op WikiLeaks - de VS had toegezegd foto’s van burgerslachtoffers te verwijderen. De Palestijnse journalist bestrijdt dat dit iets met zijn vertrek te maken heeft, maar de nieuwe topman geeft Qatar wel meer zichtbare invloed op het redactionele beleid.

Qatar is te klein voor een internationale agenda

Qatar is echter geen Iran. Het is te klein om belang te hebben bij het ‘winnen van een informatieoorlog’. Maar dat neemt niet weg dat landen druk kunnen uitoefenen op Qatars mediabedrijf. Daily Star-Journalist Michael Young beschuldigde Al Jazeera ervan dat ze de kant koos van de Syrische autoriteiten. Die zouden Qatar gevraagd hebben de journalisten te beteugelen, uit vrees dat de opstand Tunesische, Egyptische of Libische vormen aan zou nemen. John Lloyd, redacteur van The Financial Times, vindt het lastiger om Qatars invloed op Al Jazeera in te schatten. Qatar bedrijft ‘zig-zag-politiek’, schreef hij begin deze maand. Of zoals John Kerry, voormalig presidentskandidaat, in 2009 zei: “Qatar kan niet op maandag een Amerikaanse bondgenoot zijn en op dinsdag geld naar Hamas sturen.”

Journalist Dilip Hiro geeft Al Jazeera in The Guardian het voordeel van de twijfel. Politieke druk van Qatarese sjeiks speelt volgens hem nauwelijks een rol. Sterker, Al Jazeera zou gezien haar geopolitieke situatie onafhankelijker dan Westerse mediareuzen kunnen opereren. Het ‘hart van het Midden-Oosten’, zoals de zender haar standplaats omschrijft, is namelijk maar een ministaatje met evenveel inwoners als Amsterdam. “Qatar heeft geen agenda die het regionaal of internationaal na wil streven.”

Eerder in deze serie:
9/11 was een PR-stunt. Het begin van een beeldoorlog