Vertrek Dijkgraaf is 'verlies om trots op te zijn'

Wat erg dat hij weggaat, wat jammer – en wat goed, wat bijzonder, wat een eer. Het zijn gemengde gevoelens die overheersen over het vertrek, in mei, van Robbert Dijkgraaf als president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Dijkgraaf maakte gisteren in deze krant bekend dat hij volgend jaar juli het Institute of Advanced Study in Princeton gaat leiden.

„Een enorm verlies voor de Nederlandse wetenschap”, zegt Halbe Zijlstra, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VVD). „Maar Dijkgraaf gaat een van de topinstituten in de wereld leiden. Een van zijn voorgangers daar luisterde naar de achternaam Einstein.” Volgens Sijbolt Noorda, voorzitter van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, gaf Dijkgraaf de wetenschap jarenlang „prachtig gezicht en verhaal. In Princeton zet hij dat ongetwijfeld op wereldschaal voort.”

Letterkundige Frits van Oostrom, die Dijkgraaf voorging bij de KNAW, vergelijkt diens stap met het vertrek van een topvoetballer naar het buitenland. „Mensen van zijn kaliber zijn zeldzaam. Hem voordragen als KNAW-president was een van mijn beste beleidsdaden.” Medicus Piet Borst, die onder meer met hem in het innovatieplatform zit: „Zo’n aardige, briljante man. En als iemand heeft laten zien dat wetenschap niet saai of irrelevant is, dan is hij het wel. Daar was ik weleens jaloers op.”

Hoe de opvolging zal verlopen, is nog niet precies duidelijk. Nieuw is dat het een open procedure zal worden, vertelt een van de twee KNAW-vicepresidenten, socioloog Pearl Dykstra. Leden mogen straks zichzelf en elkaar nomineren; het bestuur draagt dan een of meer kandidaten voor. Het is nog niet bekend of de oude regel dat presidenten van de twee KNAW-afdelingen, Natuur- en Letterkunde, elkaar afwisselen, gehandhaafd blijft.

De andere vicepresident, chemicus Ben Feringa, benadrukt dat het nog niet zover is. „Dijkgraaf is een kanjer: hoe hij de rol van de wetenschap uitdraagt, hij praat met ministers, met schoolkinderen, legt de moeilijkste onderwerpen begrijpelijk uit. Maar hij is nog niet weg, we gaan tot mei nog veel van hem horen.”