Speculaties over neuro’s en zeuro’s leiden alleen maar tot meer verwarring

Gisteravond gaf CPB-directeur Coen Teulings in Nieuwsuur een toelichting op het pas verschenen rapport over de euro. Hij vertelde dat de euro per Nederlander een weeksalaris oplevert en de interne markt een maandsalaris. Hij stelde uitdrukkelijk dat het rapport niet inging op de vraag of de euro moest worden gehandhaafd. Die vraag moest de politiek beantwoorden. Het was een surrealistische gebeurtenis, kennelijk aangezwengeld door de leuze ‘terug naar de gulden’, het nieuwste motto van dwaallicht Wilders.

Nergens zei Teulings dat Nederland als lid van de EU helemaal niet uit de euro kan stappen, tenzij wij ons gehele EU-lidmaatschap zouden opzeggen en ons in een zelfgekozen isolement zouden storten. Het Verdrag van Lissabon (art. 3, lid 4 VEU) maakt duidelijk dat de munt van de Unie de euro is. Alleen het Verenigd Koninkrijk en Denemarken hebben een zogeheten opt-out en zijn niet verplicht de euro als munt in te voeren. Alle andere EU-landen hebben zich verplicht de euro te gebruiken of dat op termijn te zullen doen.

Dit alles kwam in de uitzending niet aan de orde. De argeloze toeschouwer moet de indruk hebben gekregen dat de interne markt voor ons veel meer waard is dan de euro en dat wij dus een mogelijke keuze hebben om het ene te doen en het andere te laten. Het was een exercitie in vrijblijvend gebabbel.

Het zou van visie en leiderschap getuigen indien vanuit verantwoordelijke posities aan ons allemaal inzicht in de werkelijkheid zou worden gegeven. Voor Nederland is het lidmaatschap van de Europese Unie al zestig jaar van essentiële betekenis voor onze welvaart. De euro en de interne markt zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden en dat moet zo blijven.

Er staat momenteel veel op het spel en we hebben in Nederland geen behoefte aan speculaties over alternatieve munten, neuro’s, zeuro’s of wat dan ook. Dat leidt tot meer verwarring dan er al is. Bondskanselier Merkel zei terecht: „De toekomst van de euro is de toekomst van Europa.” En zo is het!

Laurens Jan Brinkhorst

Oud-minister (Economische Zaken, D66)