Regels zijn belangrijk, je voorkomt er problemen mee

Als de leraar zegt: ‘nu de klas uit om even af te koelen’, moet een leerling begrijpen dat hij problemen krijgt als hij dat niet doet. Maar scholen zijn banger geworden voor regels, zegt orthopedagoog Astrid Boon. En dan kan er dus zomaar een gezagscrisis ontstaan.

Heldere regels, effectieve straffen. Dat heeft het onderwijs nodig volgens de Amsterdamse orthopedagoog Astrid Boon, die leerlingen met problemen begeleidt op een aantal middelbare scholen – vooral havo en vwo. De klas uit sturen: zinloos. Kinderen van die leeftijd vinden het niet erg een les te missen. In haar boek Straf/Regels uit 2009 pleit ze voor schrijfstraffen (strafregels maken) na schooltijd. „Zodra ze tiener worden, moet je ze pakken in hun vrije tijd.”

In het incident in Nieuwegein vorige week, rond een jongen van dertien die weigerde de klas te verlaten toen zijn leraar dat gebood, ziet Boon vooral de gezagscrisis die ontstaat bij een gebrek aan regels en straffen. „Als een kind eruit gestuurd wordt en niet gaat, heb je als leraar een heel groot probleem. Andere kinderen worden bang. Ze vragen zich af wie de regie heeft. Of de jongen ook in de klas blijft als hij hen gaat slaan.” De jongen in Nieuwegein werd uiteindelijk volgens de schoolregels door de adjunct-directeur uit de klas gehaald, waarna diens stiefvader aangifte deed van mishandeling.

Wat moet een school aan met ouders die blind partij kiezen voor hun kind?

„Duidelijk zijn. Stel dat deze school de procedure heeft een kind dat weigert de klas te verlaten desnoods in de kraag te vatten. Dan is mijn vraag: staat dat op papier? Hebben ouders bij de inschrijving gezien dat dat de standaardprocedure is? Als dat niet zo is, kunnen ze in de verwachting leven dat op school niemand hun kind aanraakt, ook als hij niet luistert als hij de klas uit moet. Ik zou willen dat scholen bij de aanmelding tegen ouders zeggen: dit zijn onze regels. Niet een A4tje, nee, echt een boekwerkje met alle procedures. ‘Als u die onderschrijft, wilt u ze dan ondertekenen. Zo niet, dan kunt u waarschijnlijk beter een andere school zoeken.’ Dat doen nog maar weinig scholen.”

Misschien omdat ze denken dat het ouders zal afschrikken?

„Daar zijn veel scholen bang voor. Maar als ouders een school gaan bekijken, hebben ze al een reden om die school te willen, meestal door mond-tot-mondreclame. Die onderhandelingspositie moet je als school maximaal benutten. Je zegt: dit zijn onze regels en dáárom zijn wij zo’n goede school. Dáárom kiest u voor ons.”

Waarom zijn die regels zo belangrijk?

„Bijvoorbeeld omdat je er problemen mee voorkomt. Op een van mijn scholen prikte een jongen van een jaar of dertien een keer een andere jongen met een potlood in zijn arm. Er was bloed. Ouders over hun toeren, het werd een aangifte. Vraag voor mij was: hoe kon het ene kind tijdens de les bij het andere kind komen? Ze zaten niet naast elkaar. De ene jongen was gewoon even bij de andere gaan zitten. De leraar had daar niets van gezegd. Dat voorkom je met de regel dat kinderen vaste zitplaatsen hebben. En met een duidelijke procedure voor tijdens de les. Mag je van je plaats komen? En als dat niet mag, welke straf riskeer je als je het dan toch doet?”

Wat is de ultieme sanctie?

„In de schoolregels moet staan dat als ouders en kind eenzijdig besluiten dat een straf of maatregel niet hoeft, er een vertrouwenscrisis ontstaat die kan leiden tot een breuk. En dat is dan bijvoorbeeld schorsing voor onbepaalde tijd, of een time out-project voor het kind. Waar het leert hoe je een instructie van een leraar moet opvolgen. Want vergis je niet: dat is moeilijk voor obstinate pubers die stoer moeten doen voor klasgenoten. Niets geeft meer status dan klasgenoten die denken: ‘hij durft’. De winst van lesverstorend gedrag is zó groot.”

Hebben veel leraren problemen met orde houden?

„In een recent onderzoek rapporteert 98 procent nooit ordeproblemen te hebben. Tegelijk zegt een op de drie leerlingen dat niet de leraar de baas is in de klas, maar de kinderen. Kinderen weten het als een leraar een ordeprobleem heeft. Zij kunnen zien dat de kinderen die zo druk zijn bij vijf leraren, bij drie andere leraren helemaal niet druk zijn. Dwarse kinderen zelf zeggen: dat komt omdat die drie leraren strenger zijn. Streng is: snel optreden bij ongewenst gedrag. Zodat kinderen weten: nu moet ik stoppen, anders heb ik een probleem.”

Hoe komt het dat leraren niet inzien dat ze problemen hebben met orde houden?

„Ze noemen het anders. Ze zeggen dat kinderen met gedragsproblemen de wanorde in de klas veroorzaken. Ze sturen die kinderen naar een hulpverlener. Hulpverlening op scholen is een enorme industrie geworden. Dankzij onze neiging alles te therapeutiseren. Niemand misdraagt zich meer zomaar. Weet je waarom pubers regels overtreden? Omdat ze het leuk vinden. Ook kinderen die het thuis slecht hebben. Maar er wordt altijd gekeken waar het door komt.”

Maar er zijn toch ook veel lastige kinderen? Dat verzinnen die leraren toch niet?

„Kinderen gaan zo ver als het kan. Wij gaan op de snelweg ook niet zachter rijden als we een preekje krijgen. Er moet een boete op staan. In klassen kun je vaak ongestraft niet-luisteren naar je leraar. Uit onderzoek blijkt dat leraren bij dwars en agressief gedrag een voorkeur hebben voor ‘minimaal interveniëren’, soms zelfs ‘even negeren’. Zo verliezen kinderen de norm van gewenst gedrag uit het oog. Ze zien in veel lessen niet hoe het moet.”

U pleit ervoor kinderen die de regels overtreden in hun vrije tijd strafregels te laten maken. Is dat niet een erg ouderwetse en zinloze straf?

„Dat moet juist. We zijn veel te bang om te straffen. Als we al straffen, moet het iets nuttigs zijn. Een uurtje huiswerk maken. Wat Duitse rijtjes leren. Daar lacht een kind om. Laat ze urenlang schrijven, over hun gedrag. De straf moet maar één doel dienen: dat het kind besluit: ik ga de instructies van die leraar voortaan opvolgen. Als de leraar zegt: ‘nu de klas uit om even af te koelen’, moet het duidelijk zijn dat je de grootst mogelijke problemen krijgt als je niet gaat.”