Paco en Taco

De site urbandictionary.com geeft de volgende definitie voor het begrippenpaar ‘Paco en Taco’: ‘A racist term used against Mexicans and Mexican-Americans.’ Gisteren stond in dagblad De Pers een interview met de geplaagde minister van Immigratie en Asiel, Gerd Leers. Gevraagd waarom hij de jonge asielzoeker Mauro Manuel niet aan een permanente verblijfsstatus hielp, antwoordt meneer Leers: „Had ik voor Mauro de zaak opgelost, had de volgende week hier Paco gestaan, Taco en noem ze allemaal maar op en dat vind ik niet fair.”

Daar hebben we ze, het duo dat de Mexicaanse bevolking zo’n slechte naam geeft. Het is geen fijne uitdrukking, maar het maakt meneer Leers wel erg straat, om het op z’n straats te zeggen (straat zijn=streetcredibility hebben). Wie had gedacht dat onder die warrige, maar gemoedelijke Limburger een jongen van de straat schuilt die zijn torries (zaken) gewoon tantoehard voor ons brengt (zonder omhaal van woorden duidelijk maken).

Zijn ghetto-speak deed me denken aan de onversneden taal die er werd gebezigd tijdens mijn middelbareschooljaren. Surinamers noemden ons Marokkanen ‘mokro’s’, wij noemden Surinamers ‘hazzis’, Nederlanders werden ‘tatta’s’ genoemd, en Hindoestaanse leerlingen werden altijd aangesproken met ‘barra’. „Hé, hazzi, hoe laat begint Biologie?” „Ben je weer het lesrooster kwijt, stomme mokro?” – dat waren volstrekt normale conversaties en aanspreektermen in de tijd dat ik schoolging.

Ghettoboy Leers moet de omzichtigheid waarmee hij het geval-Mauro moest benaderen zat zijn geweest en sprak even truth to power toen hij al die lastige gelukszoekers versmalde tot het vervelende tweetal Paco en Taco. Onze hombres uit Mexico. Hij had ze ‘kansarme immigranten’ kunnen noemen, of zelfs ‘kansloze immigranten’ zoals hij ze opeens ook is gaan noemen (ze zakken nog sneller in waarde dan Griekse obligaties), maar de grofgebekte straatjongen in Gerd Leers liet zich niet meer bedwingen.

Toont hij één kansloze immigrant wat barmhartigheid, dan is het hek van de dam, dan krijgt hij ze binnen de kortste keren allemaal op de stoep, die verdomde Paco’s en Taco’s. Of, om het in de straattaal te zeggen die Gerd Leers begrijpt: die kaolo (klote) Paco’s en Taco’s.

Hoeveel kansloze Mexicanen krijgt Nederland eigenlijk te verstouwen? De groep is in ieder geval niet groot genoeg om met name genoemd te worden in de laatste cijfers over asielzoekers en immigranten. Maar misschien is Leers naast de straattaal ook opeens begiftigd met een vooruitziende blik en voorziet hij een toestroom van Mexicanen die het geweld in hun land zullen ontvluchten en de moeite van een oversteek naar een inmiddels bankroet Amerika niet meer nemen. Maar het kan ook een geval van vrij associëren zijn geweest.

Mauro, Paco, Taco – het is allemaal één kansloze pot nat. Zielig voor ze, maar je boy Gerd Leers is niet meer down met die shit.