Overspel

Als bewijs dat er jeugdsentiment is dat nooit slijt, wil ik graag aanvoeren dat elke keer als ik in de trein langs de Amsterdam Arena kom, ik oprecht even denk: hé gaaf, de Arena.

De laatste wedstrijd die ik er zag was Ajax–AZ. We hadden te dure kaarten. Vak 019 – zo dicht op het veld dat je bijna kunt zien wat Theo Janssen en Gregory van der Wiel precies over hun hele armen, full sleeves, hebben laten tatoeëren (Essayonderwerp: hoe out of control is de tatoeagesituatie in de eredivisie en hoe beïnvloedt het onze kinderen?). Maar ook zo dicht op de grasmat dat je bijna geen diepte ziet. Opeens ging de bal naar een hoek en dook Vermeer naar de andere. Opeens kon Roy Beerens aannemen en tergend langzaam over Vermeer stiften.

Naast me zat Rob, die er niet om kon lachen. Rob lijkt de dingen altijd het meest intens te beleven van ons allemaal. Hij is altijd het meest uitbundig in de kroeg en als hij ineens overstapt van Corona’s op rode wijn is dat de waarschuwing dat hij ‘echt diepe’ gesprekken met je wil voeren. Na afloop van pingpongwedstrijden hebben tegenstanders weleens toegegeven bang voor hem te zijn, omdat zijn concentratie op pure agressie leek.

In de rust klinkt Melvin door de speakers: ‘Dit is mijn club / Mijn ideaal / Dit is de mooiste club van allemaal.’ De supporters zingen luid mee, Rob een klein beetje.

Amsterdamse volkszanger Melvin is eigenlijk een rol van Jiskefets Kees Prins. De ironie die iedereen lijkt te ontgaan, of tenminste de F-side, is dat Melvin een parodie is; Melvins nummer is heel bewust behangen met clichés en als je luistert gaat het over een jongen die zijn grote kans bij een topclub verspeelt en gedoemd is tot een leven van middelmatigheid.

Sulejmani maakte 1-2, Janssen 2-2. Rob stond toch te juichen en zong met Melvin mee, uit volle borst. ‘Het kan dooien het kan vriezen / We kunnen winnen of verliezen / Maar een bee’tre club dan deze / Is er niet.’ Eigenlijk is het niet ironisch, bedacht ik. Het is mooi. Iets dat nep is, wordt echt. Een parodie wordt integer. Dat is de dynamiek van kunst.

Dit weekend was er geen eredivisie, maar wel Overspel, waarin Kees Prins een malafide zakenman nog platter Amsterdams, nog vetter speelt dan Melvin. Maar nu serieus. Ik vrees dat ook Prins niet meer weet dat Melvin ooit een parodie was. „Ik ben uitgeroepen tot ondernemer van het jaar in Buitenveldert”, roept Prins – ah, denk je, is het toch nog goed gekomen met Melvin.

Joost de Vries