Moddergevecht van Russische oligarchen in een Britse rechtszaal

De rechtszaal in Londen zit vol bodyguards met zwarte zonnebrillen op en oortjes in. Russische oligarchen rijden voor in bolides. Het grootste privaatrechtelijke geding ooit lijkt sterk op een B-film.

De Londense rechtszaak tussen de Russische oligarchen Boris Berezovski en Roman Abramovitsj wordt in Britse tabloids ronkend omschreven als de ‘battle of the billionaires’. Maar eigenlijk heeft alleen Roman Abramovitsj, de publiciteitsschuwe eigenaar van voetbalclub Chelsea en goede vriend van premier Poetin, echt miljarden op zijn bankrekening. Volgens het laatste overzicht van Forbes bedraagt zijn vermogen 13,4 miljard dollar, waarmee hij net niet tot de vijftig rijkste mensen op aarde behoort.

De andere oligarch, Boris Berezovski, Ruslands prominentste politieke balling, bezit ‘slechts’ enkele honderden miljoenen. Ooit was Berezovski (65) wel miljardair. Maar hij is veel kwijt geraakt sinds hij uit de gratie raakte bij Poetin. Nu probeert hij een deel van de schade te verhalen op zijn oude vriend en protegé Abramovitsj (45). Dat doet hij voor de rechter in Londen, waar de beide Russen domicilie hebben gekozen.

Het is ’s werelds grootste privaatrechtelijke rechtszaak ooit. Berezovski eist 6 miljard dollar van Abramovitsj, die hij verwijt zijn aandeel in hun gezamenlijke bedrijf te hebben gestolen. Het proces biedt een fascinerend inkijkje in de schimmige wereld van de oligarchen, de klasse van machtige mannen die verrees in de wilde jaren negentig van het postcommunistische Rusland en schatrijk werd door de hand te leggen op staatseigendommen tijdens de massale en chaotische privatiseringen.

Over hun extravagante levens en, vooral, de wijze waarop oligarchen hun kapitaal vergaarden, is maar weinig echt bekend. In de Londense rechtszaal praten twee oligarchen nu openlijk over die tijd en hun levenswandel. Het lijkt wel een film.

De rechtszaal is tot de nok gevuld met uit de kluiten gewassen bodyguards met zwarte zonnebrillen op en oortjes in. De oligarchen komen op met legertjes advocaten. Berezovski laat zich naar de rechtbank rijden in een zwarte Maybach, Abramovitsj in een zilveren Mercedes-limousine. Beiden kregen al boetes omdat ze hun bolides fout parkeerden.

In essentie draait de zaak hierom: Berezovski claimt dat hij begin jaren negentig compagnon van Abramovitsj was in diens oliemaatschappij Sibneft. Hij zegt een substantieel aandeel te hebben gehad in het bedrijf, ontstaan door samenvoeging van staatsoliebedrijven uit de Sovjettijd. Abramovitsj zou Berezovski in 2000 „geïntimideerd” hebben zijn belang af te staan tegen een fractie van de waarde.

Op dat moment had Abramovitsj al uitstekende banden met toenmalig president Poetin. Berezovski, die aan de basis stond van Poetins politieke lancering, was juist net uit de gratie geraakt. Volgens Berezovski dreigde Abramovitsj Poetin te gebruiken om hem, als hij niet wilde verkopen, zijn aandelen af te nemen.

Een jaar later vluchtte Berezovski naar Londen, waar hij een van de felste critici van het Poetin-regime werd. Moskou verzocht Londen vergeefs hem uit te leveren. Dat leidde tot frictie tussen beide landen.

Abramovitsj verkocht in 2005 Sibneft voor 13 miljard dollar aan Gazprom, het staatsenergiebedrijf en troetelproject van Poetin. Volgens Abramovitsj had Berezovski geen enkel aandeel in Sibneft, laat staan dat hij compagnon was. Berezovski was volgens Abramovitsj een „politieke peetvader” – hij gebruikte het Russische woord krisja (dak). „Wie krisja geeft, treedt op als beschermheer.”

Dat kon Berezovski doen, omdat hij lange tijd een van de belangrijkste vertrouwelingen van president Jeltsin was. Hij zat zelfs op de presidentiële tennisclub, een ongekend privilege voor ‘gewone’ Kremlinfunctionarissen. Zo kon hij dingen regelen.

Berezovski erkent dit: „Ik gebruikte mijn invloed binnen de regering van Jeltsin om er voor te zorgen dat de bedrijven die later Sibneft zouden vormen, werden geprivatiseerd en bij Abramovitsj terechtkwamen.” Voor de rechter verklaarde hij dat hij dat had gedaan door de veiling van die bedrijfjes te ‘sturen’. De ene bieder liet hij diskwalificeren, een andere overtuigde hij ervan geen bod te doen. Een derde ‘stimuleerde’ hij een heel laag bod te doen. Berezovski voegde daar spottend aan toe dat Abramovitsj „niet slim genoeg” was om voor zichzelf te zorgen.

Zulke praktijken waren gewoon, volgens Abramovitsj. Zo ging het in die jaren altijd. Zijn advocaat Jonathan Sumption, die naar verwachting op korte termijn wordt benoemd tot een van de hoogste rechters van het Verenigd Koninkrijk, adviseerde de magistraat van de Commerce Court Shakespeare te lezen als gids. „Er was geen rechtsstaat. De politie was corrupt. Rechtbanken waren op zijn best onvoorspelbaar. Er was niemand die in zaken kon zonder toegang tot politieke macht.”

Uiteraard moest Abramovitsj voor Berezovski’s ‘service’ grof betalen. Voor de rechtbank getuigde hij dat hij hem tussen 1995 en 2002 rond de 2 miljard dollar heeft betaald. Hij vertelde dat hij regelmatig vrouwelijke assistenten naar Berezovski’s kantoor in Moskou stuurde, of naar diens exclusieve LogoVaz-herenclub in het centrum, met sommen contant geld, oplopend tot 5 miljoen dollar per keer.

Soms werd het geld volgens Abramovitsj letterlijk in zakken aan Berezovski overhandigd. In 2001 deed Abramovitsj naar eigen zeggen een laatste donatie van 1,3 miljard, om de krisja-relatie te beëindigen. Een transactie die volgens advocaat Sumption verliep via een fonds van een Arabische prins (een „kunstmatige transactie”, bedoeld om de antiwitwasregels te omzeilen) en eindigde in de kluizen van een West-Europese bank.

Het geld gebruikte Berezovski volgens Abramovitsj om zijn extravagante levensstijl te financieren. Hij zou peperdure vakanties, privéjachten en -vliegtuigen en juwelen voor zijn vriendin hebben laten betalen door Abramovitsj. „Als hij geld nodig had, belde hij mij”, aldus Abramovitsj, die zegt Berezovski’s gestrooi met geld met verbazing te hebben gevolgd. Abramovitsj zelf had „nooit interesse om die te imiteren”.

Maar in het kruisverhoor met Berezovski’s advocaat bleek hij toch enigszins op de Berezovski van toen te lijken. Hij bevestigde een kasteel in Frankrijk te bezitten dat ooit van de hertog en hertogin van Windsor was. Ook verklaarde hij eigenaar te zijn van een landgoed van 170 hectare in het Britse West-Sussex, alsmede van een „grote en dure woning in het centrum van Londen”, in Lowndes Square, Knightsbridge.

Gevraagd of hij dat geen extravagant leven was, antwoordde Abramovitisj: „Wel, ja, misschien. Ik geef toe, ja, dat je het zo zou kunnen stellen.” Maar, zei hij erbij, dat was pas sinds hij eigenaar was van Chelsea, vanaf 2003. Hij kreeg er in de rechtszaal de lachers mee op zijn hand.

De uitspraak is later deze maand.