Meester en juffrouw vorig jaar vaker ziek

Zieke leraren kostten vorig jaar ruim 389 miljoen euro.

Was het een bijzonder zware griepgolf, of komt het door de stijgende werkdruk in het basisonderwijs? Vorig jaar waren flink meer meesters en juffen ziek dan in de jaren ervoor, blijkt uit het jaarverslag van het Vervangingsfonds, de pot geld waaruit de vervanging van ziek personeel wordt bekostigd.

De uitgaven voor het vervangen van zieke leraren in het basisonderwijs zijn in 2010 met 6 procent gestegen ten opzichte van voorgaande jaren, toen het ziekteverzuim stabiel was. De kosten bedroegen vorig jaar in totaal ruim 389 miljoen euro.

Volgens een woordvoerder van de PO-raad, de koepel van schoolbesturen in het basisonderwijs, is het „opvallend” dat de stijging in het ziekteverzuim „samenvalt met het in werking treden van bezuinigingen op het basisonderwijs”. Die bezuinigingen leiden tot een hogere werkdruk, zegt de woordvoerder. „En die kan leiden tot meer ziekteverzuim.”

De PO-raad heeft geen onderzoek gedaan naar de reden van het gestegen ziekteverzuim, maar er komen „veel signalen binnen” over de negatieve gevolgen van de bezuinigingen, zegt de woordvoerder. „We gaan nu niet met veel tamtam verhaal halen in Den Haag, maar houden dit goed in de gaten. Als volgend jaar blijkt dat deze groei geen eenmalige uitschieter was, zullen we het onderwerp zeker aankaarten.”

Het onderwijs heeft van alle beroepsgroepen het hoogste ziekteverzuimpercentage, blijkt uit cijfers van het CBS. In het tweede kwartaal van 2011 was het 5,2 procent. Het landelijk gemiddelde was 4,1 procent. (NRC)